Main content

Het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap wordt volledig van kracht. Na bijna 10 jaar van politieke discussie gaf ook de Eerste Kamer op 12 april groen licht. Een historische dag voor mensen met een beperking. Met het voltooien van deze laatste stap in het ratificatieproces komt er per 1 januari 2017 onder meer een een algemene verplichting om openbare gebouwen en ruimten toegankelijk te maken voor mensen met een beperking.

Het Kinderrechtencollectief is verheugd met de ratificatie van het VN-Gehandicaptenverdrag. De ratificatie van het verdrag is een belangrijke erkenning voor mensen en kinderen met een beperking. Ratificatie van het VN-verdrag betekent meer ondersteuning van het VN-Kinderrechtenverdrag. Artikel 4 van het VN-Gehandicaptenverdrag verplicht de Staten te waarborgen en bevorderen dat alle personen met een handicap zonder enige vorm van discriminatie op grond van hun handicap alle mensenrechten en fundamentele vrijheden krijgen die nodig zijn. Daarbij stelt artikel 7 dat bij alle beslissingen betreffende kinderen met een beperking de belangen van het kind de eerste overweging zijn.

Volledige werking van het verdrag helpt bijvoorbeeld bij het realiseren van de rechten van asielzoekerskinderen met een beperking. Ook biedt het Verdrag handvatten voor politie en justitie om in de bejegening van minderjarigen meer rekening te houden met het ontwikkelingsniveau en eventuele beperkingen.

Ook Martin van Rijn, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, stelde dat het ratificeren van het verdrag duidelijk maakt dat mensen met een beperking volwaardig onderdeel van onze samenleving zijn. “Onze samenleving is nu nog onvoldoende inclusief.” Van Rijn: “Als je je verplaatst in de positie van iemand met een beperking, ervaar je hoeveel belemmeringen er nog steeds zijn”. “Om dit te veranderen is niet alleen regelgeving, maar vooral ook praktisch handelen nodig.”

Lees ook Eerste Kamer steunt ratificatie VN-Gehandicaptenverdrag.