0001

‘Die wachtlijsten in de jeugdzorg zijn frustrerend’

Toos Enkelaar is kinderrechter en spreekt recht in Amsterdam en Rotterdam. Ze behandelt zowel strafrechtelijke als civiele zaken.

Hoe gaat het met de kinderrechten in Nederland?

“Op zich goed, alleen komt kindermishandeling nog veel voor en dat is natuurlijk reden tot zorg. Ook de positie van asielzoekerskinderen is een groot probleem. Als jurist voel je je wat dit betreft soms machteloos. Wel kun je via creatieve zijwegen proberen om toch iets voor deze kinderen voor elkaar te krijgen. Toen ik nog als advocaat werkte in Haarlem heb ik ooit eens samen met een collega een ondertoezichtstelling geëist om te voorkomen dat een kind met zijn ouders zou worden uitgezet. Het argument dat we aanvoerden was dat het kind door de uitzetting ernstig in zijn ontwikkeling zou worden bedreigd.”

Wat vindt u van het Kinderrechtenverdrag?

“Dat is leidend in mijn werk.”

Maar u heeft in strafzaken te maken met minderjarige daders. Hoe kunt u hun rechten veilig stellen?

“Het jeugdstrafrecht houdt daar rekening mee. De straffen zijn lager of de daders krijgen alternatieve straffen, zoals leer- en taakstraffen. Het jeugdstrafrecht is ook van toepassing op jongeren tussen de 18 en 23 jaar, als ze verstandelijk of emotioneel een achterstand hebben en dus eigenlijk op dat vlak nog niet volwassen zijn.

Als kinderen hulp nodig hebben, gaat die in Nederland soms heel ver. Als ze bij hun ouders weg moeten en terechtkomen in een gesloten instelling, bijvoorbeeld.

“Gesloten jeugdhulp is inderdaad een zeer ingrijpende maatregel. Toen ik een keer Franse collega’s hierover sprak, waren ze verbaasd. In Frankrijk komt dit niet voor; daar  worden kinderen nooit opgesloten als ze geen crimineel feit hebben gepleegd. Maar je moet het zien als hulp in zijn meest extreme vorm. Meisjes die onder invloed staan van loverboys komen ervoor in aanmerking als niets anders helpt. Of kinderen die door bijvoorbeeld stoornissen als adhd thuis niet meer te handhaven zijn. Maar ondanks de heftigheid van zo’n besluit, kan gesloten jeugdhulp goed uitpakken. Zo wilde een meisje dat ik had gesproken na haar behandeling niet meer terug naar huis. Ze was dankzij haar begeleiders een stuk zelfstandiger geworden en kon op zichzelf gaan wonen.”

Als kinderrechter hoort u rechtstreeks van kinderen wat hun problemen zijn.

“Sterker nog, ik moét hun mening meenemen in mijn beslissingen als ze twaalf jaar of ouder zijn. Dat staat in artikel 12 van het Kinderrechtenverdrag. Maar ook als ze jonger zijn, vind ik het heel belangrijk om te horen wat zij van een situatie vinden. Als hun belang lijnrecht tegenover dat van de ouders staat, kan ik een bijzonder curator aanstellen. Dat is een advocaat of een gedragsdeskundige, die kinderen vertegenwoordigt in de rechtszaal.”

Professionals die jeugdzorg verlenen maken zich zorgen om de wachtlijsten. Wat merkt u daarvan?

“Ik raad iedereen aan om de documentaire De Kinderrechter te bekijken, want die maakt duidelijk hoe zeer dit mij en mijn collega’s frustreert. Een collega-kinderrechter vertelt in de film dat hij door de wachtlijsten zijn werk niet goed meer kan doen en daarom heeft besloten ermee op te houden. Het is natuurlijk vreselijk dat iemand door de omstandigheden wordt gedwongen om zo’n beslissing te nemen. Daarom is het heel fijn dat er ook andere manieren zijn om kinderen te helpen. Ik ben bijvoorbeeld een groot voorstander van de Eigen Kracht-conferentie, waarbij gezinnen hulp krijgen van hun directe omgeving, zoals familieleden en buren. Op deze manier kunnen we toch snel iets doen aan de omstandigheden waarin kinderen opgroeien.”

Bekijk de documentaire De Kinderrechter van Meral Uslu en Maria Mok op YouTube

Lees ook de andere interviews: