Main content

6 juli 2015 

Het zal je als leerling maar gebeuren dat een klasgenoot een naaktfoto van jou verspreid via sociale media. Om dit soort ervaringen te voorkomen, wil vier op de tien jongeren les op school over de risico’s van internet en het delen van informatie via de telefoon. Dat blijkt uit de Monitor Jeugd en Media van Stichting Kennisnet.

Niet alle leerlingen hebben evenveel zin in uitleg over privacybescherming en online gevaren. De behoefte aan lessen in mediawijsheid is het grootst in het vmbo en daalt naarmate het opleidingsniveau hoger is. Ook leeftijd speelt een rol. Jongeren vanaf 13 jaar hebben meer behoefte aan mediawijsheid dan jongere kinderen. “Die laatsten lopen wel meer risico, omdat ze minder ervaring hebben in de online wereld”, schrijft Stichting Kennisnet. “Anderzijds zoeken jongeren van 13 tot 18 jaar juist vaker risico’s op. Mogelijk beseffen ze dat, en willen ze weerbaarder worden.”

ECPAT pleit al langer voor lessen in mediawijsheid op scholen. “De gevolgen zijn groot als seksuele teksten, afbeeldingen of video’s van een jongere worden verspreid via internet of sociale media”, zegt Celine Verheijen van Defence for Children – ECPAT. “De gevoelens van schaamte zijn vaak enorm en ook leidt zo’n ervaring regelmatig tot isolement en soms zelfs tot zelfmoord of een poging daartoe. Jongeren moeten zich daarom beseffen wat de risico’s zijn als ze voor een webcam uit de kleren gaan of naaktfoto’s laten maken door een vriendje.”
Scholen hoeven niet te wachten op lesmateriaal en kunnen direct aan de slag. Defence for Children – ECPAT heeft een handleiding gemaakt om lessen over internetveiligheid door leerlingen te laten geven. “Jongeren praten vaak makkelijker met leeftijdsgenoten over wat ze op internet doen”, verklaart Verheijen. “Al tien scholen hebben ermee gewerkt en de reacties van jongeren zijn erg positief. Ze vinden het leuk om van leeftijdsgenoten les te krijgen. En ondanks dat jongeren veel over internet weten, vonden ze de tips om online misbruik te voorkomen ook erg nuttig.”

Volgens Verheijen zouden ook ouders vaker moeten stilstaan bij het mediagebruik van hun kinderen. Hooguit een derde van de ouders doet actief aan mediaopvoeding en slechts één op de vier jongeren geeft aan dat hun ouders wel eens hebben gevraagd naar vervelende online ervaringen. “Het is opvallend dat vooral de ouders van vmbo-leerlingen stilstaan bij online gevaren, terwijl het belangrijk is dat álle ouders hun kinderen behoeden voor online misbruik”, zegt Verheijen. “Net zoals je kinderen leert hoe ze buiten veilig zijn, moeten kinderen ook leren hoe ze in de online wereld veilig kunnen zijn. We hebben daarom flyers voor ouders gemaakt met tips hoe ze dit met hun kinderen kunnen bespreken.”