Verdragstekst
Lid 1 De Staten die partij zijn, doen alles wat in hun vermogen ligt om de erkenning te verzekeren van het beginsel dat beide ouders de gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind. Ouders of, al naar gelang het geval, wettige voogden, hebben de eerste verantwoordelijkheid voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind. Het belang van het kind is hun allereerste zorg.

Lid 2 Om de toepassing van de in dit Verdrag genoemde rechten te waarborgen en te bevorderen, verlenen de Staten die partij zijn passende bijstand aan ouders en wettige voogden bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden die de opvoeding van het kind betreffen, en waarborgen zij de ontwikkeling van instellingen, voorzieningen en diensten voor kinderzorg.

Lid 3 De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat kinderen van werkende ouders recht hebben op gebruikmaking van diensten en voorzieningen voor kinderzorg waarvoor zij in aanmerking komen.

Kern
De overheid moet ervoor zorgen dat de primaire verantwoordelijkheid van de ouders voor de opvoeding van hun kinderen wordt gerespecteerd en zorgen voor passende hulp en bijstand als dat nodig is.

Toelichting
Ouders hebben de primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen. Ze moeten hun kinderen liefde geven, aandacht en waardering, gezond eten, een bed om in te slapen en kleren om aan te trekken. De overheid moet deze verantwoordelijkheid van ouders en voogden respecteren en ondersteunen en voorzieningen creëren voor de zorg voor kinderen, en ook voor kinderopvang als de ouders werken. De overheid moet ook bescherming bieden als ouders de zorg voor een kind niet goed aankunnen of als zij het kind mishandelen of verwaarlozen.

Klik hier voor een uitleg over General Comment nr. 7 over kinderrechten in de vroege kinderjaren en General Comment nr. 4 over de gezondheid en ontwikkeling van adolescenten.

Meer informatie: