Verdragstekst
In die Staten waarin etnische of godsdienstige minderheden, taalminderheden of personen behorend tot de oorspronkelijke bevolking voorkomen, wordt het kind dat daartoe behoort niet het recht ontzegd te zamen met andere leden van zijn of haar groep zijn of haar cultuur te beleven, zijn of haar eigen godsdienst te belijden en ernaar te leven, of zich van zijn of haar eigen taal te bedienen.

Kern
Een kind dat hoort bij een (etnische, religieuze of linguïstische) minderheidsgroep in een land, heeft het recht om zijn of haar eigen taal te gebruiken en zijn of haar eigen cultuur en godsdienst te beleven.

Toelichting
Kinderen uit minderheidsgroeperingen zijn kinderen die behoren tot een etnische of godsdienstige minderheid, een taalminderheid, of die behoren tot de oorspronkelijke bevolking van een land. Een kind dat hoort bij een minderheidsgroep in een land, heeft het recht om zijn of haar eigen taal te gebruiken en zijn of haar eigen cultuur en godsdienst te beleven. De overheid moet ervoor zorgen dat dit mogelijk is. Alleen als een traditie van een minderheidsgroep schadelijk is voor een kind, dan moet de overheid kinderen daartegen beschermen. Soms krijgen kinderen uit etnische minderheidsgroepen te maken met discriminatie. Volgens artikel 2 van het VN-Kinderrechtenverdrag mag geen enkel kind gediscrimineerd worden.

Klik hier voor een uitleg over General Comment nr. 11 over de rechten van inheemse kinderen en kinderen uit minderheidsgroepen.

Meer informatie: