De afgelopen jaren is door diverse gezaghebbende instituten en wetenschappers gepubliceerd over de juridische, beleidsmatige en praktische implicaties van artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag. Hoe ‘het belang van het kind’ geïnterpreteerd, geconcretiseerd en geïmplementeerd dient te worden in verschillende hoeken van de samenleving: daar is veelvuldig over nagedacht. Hieronder treft u een selectie van relevante studies en publicaties over ‘het belang van het kind’, bezien vanuit verschillende disciplines en invalshoeken. Dit overzicht is niet uitputtend. Helaas zijn niet alle boeken en artikelen vrij toegankelijk. Waar mogelijk is een link naar het artikel geplaatst; in overige gevallen is de vindplaats van de publicatie vermeld. Voor de beschikbaarheid van boeken in bibliotheken kan www.worldcat.org geraadpleegd worden.

Een commentaar op artikel 3 door Michael Freeman

Michael Freeman, professor aan de Faculty of Laws van de University College, schrijft dat het belang van het kind gevormd en ingevuld moet worden door de rechten en principes uit het VN-Kinderrechtenverdrag en bijbehorende Protocollen. Je kunt niet het belang van het kind gebruiken zonder naar de andere artikelen in het Verdrag te verwijzen. Freeman gaat in op het ontstaan van artikel 3; de verschillende functies van artikel 3; argumenten waarom het belang van het kind als eerste overweging genomen zou moeten worden; kanttekeningen bij de implementatie van artikel 3 in sommige landen en situaties die in elk geval strijdig zijn met artikel 3; en manieren om het belang van het kind meer zichtbaar te maken.

Freeman, ‘Article 3. The Best Interests of the Child’, in: A. Alen e.a. (eds.), A Commentary on the United Nations Convention on the Rights of the Child, Leiden: Martinus Nijhoff Publishers 2007. Het boek is hier verkrijgbaar.

Het belang van het kind als kinderrecht’

Naar aanleiding van het verschijnen van General Comment nr. 14 in 2013 schrijft Ton Liefaard een kort editorial stuk over het belang van het kind als kinderrecht. Ton Liefaard is sinds 2012 als UNICEF hoogleraar kinderrechten verbonden aan de Universiteit Leiden. Hij stelt in zijn artikel: ‘Het Comité hecht eraan te benadrukken dat de invulling van het belang van het kind niet in zijn algemeenheid te geven is, maar om een concrete afweging van factoren vraagt; het general comment geeft tal van voorbeelden hoe dit concreet te doen. De meerwaarde van dit general comment zit hem naar mijn idee in de ordening van de belangrijkste aspecten van het belang van kind, als procedureel voorschrift, als interpretatiebeginsel en als kinderrecht. Door ook vast te stellen dat het belang van het kind enkel effectief kan worden toegepast indien het niet geïsoleerd, maar geconcretiseerd wordt in samenhang met het IVRK als geheel, geeft het Comité een duidelijke boodschap af.’

Liefaard, ‘Het belang van het kind als kinderrecht’, Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht 2013/76

Kinderrechtenverdrag in de praktijk: handleiding voor jeugdprofessionals

In 2012 publiceert Goos Cardol, juridisch adviseur bij de Raad voor de Kinderbescherming en lector ‘opvoeding in het publieke domein’ aan de Hogeschool Zuyd, een handleiding voor jeugdprofessionals. Hij beschrijft in een aantal hoofdstukken hoe jeugdprofessionals in de praktijk invulling kunnen geven aan het VN-Kinderrechtenverdrag. Over het belang van het kind schrijft Cardol dat het een criterium is dat zijn waarde bewijst als het de uitkomst is van een proces waarin de verschillende aspecten en belangen in dat ene concrete geval tegen elkaar worden afgewogen. Cardol beschrijft de wijze waarop de verdragsopstellers het belang van het kind (artikel 3) hebben geplaatst in het verdrag en de betekenis die zij daaraan hebben toegekend. Zo gaat hij in op de relatie van artikel 3 (belang van het kind) met artikel 6 (het recht op leven en ontwikkeling) en de rol van de Staat als degene die ouders en instellingen faciliteert én achterwacht is om dit recht te realiseren voorkinderen. Verder komt de betekenis van ‘het belang van het kind’ voor kinderen, ouders en professionals in de jeugdzorg aan de orde.

Cardol, Kinderrechtenverdrag in de praktijk. Handleiding voor de jeugdprofessional, Alphen aan den Rijn: Kluwer 2012.

Toepassing van artikel 3 in Nederlandse rechtspraak

In de Nederlandse rechtspraak wordt het VN-Kinderrechtenverdrag steeds vaker gebruikt. Het blijkt dat artikel 3 in verschillende rechtsgebieden op uiteenlopende wijzen wordt ingezet.

Ruitenberg heeft een overzicht gemaakt van de relevante rechtspraak tussen 1995 en 2001. Lees hier het artikel.

J.H. de Graaf e.a. hebben de uitspraken tussen 2002 en 2014 geanalyseerd. Lees hier de onderzoeken.

Het boek van Gerrit Jan Pulles (advocaat gespecialiseerd in mensenrechten) is in dit kader ook relevant. Het boek bespreekt onder meer de criteria voor doorwerking van het Kinderrechtenverdrag, de inconsistentie die de Nederlandse rechtspraak soms vertoont bij het toepassen van het Kinderrechtenverdrag en de invloed van de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Europees Comité voor Sociale Rechten op de nationale rechtspraak over kinderrechten.

G.J.W. Pulles, Vijfentwintig jaar IVRK en de Nederlandse rechter: beschouwingen over de toepassing van het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind in de Nederlandse rechtspraak, Nijmegen: Wolf 2014. Download: Het belang van het kind’ in de jeugdzorg vanuit ethisch perspectief.

Een kort artikel waarin Mariëtte van den Hoven (universitair hoofddocent, Ethiek Instituut Universiteit Utrecht) het belang van het kind in de jeugdzorg bespreekt.

M.A. van den Hoven, ’Wat is ‘het belang van het kind’?’, Sozio 2015, vol 4. p. 10-12.

Het belang van het kind in negen verschillende landen

In deze publicatie wordt in twaalf hoofdstukken, door auteurs uit negen verschillende landen, een beschrijving gegeven van de invulling van artikel 3, belang van het kind.  Het eerste deel bestaat uit drie hoofdstukken die de zoektocht naar theorieën en empirisch onderbouwde modellen over de complexiteit van ouderschap illustreert. Het tweede deel bevat vijf hoofstukken over het belang van het kind in jeugdzorg. In deel drie staat het organiseren van jeugdzorg in overeenstemming met het belang van het kind centraal.

Grietens e.a., (eds.), In the best interests of children and youth: International perspectives, Leuven: Leuven University Press 2005.

Amerikaanse familierechter over de dubbelzinnigheid van ‘het belang van het kind’

De Verenigde Staten hebben het VN-Kinderrechtenverdrag niet geratificeerd, maar in verschillende wetten wel het ‘belang van het kind’opgenomen. Carl Funderburk (familierechter in de Verenigde Staten) stelt hierover onder meer dat het belang van het kind een nobel concept is maar moeilijk te definiëren en nog moeilijker om in de praktijk te brengen. Hij beargumenteert dat het belang van het kind geen dubbelzinnige term zou moeten zijn. Rechters hebben volgens Funderburk vaak de neiging om over de rechten van ouders en kinderen heen te kijken en het belang van het kind wordt vaak toegepast op een ‘I know it when I see it’-manier. Wat goed is voor het kind is volgens Funderburk veel breder dan het belang van het kind, het is subjectiever en vraagt om een waardeoordeel. Het vaststellen van het belang van het kind vraagt om het wegen en balanceren van de individuele rechten van de ouders en het kind.

Funderburk, ‘Best Interest of the Child Should Not Be an Ambiguous Term’, Child Legal Rights Journal 2013, Voll. 33, p. 229-266.

Het BIC (Best Interest of the Child)-model
In 2006 hebben Margrite Kalverboer, de huidige Kinderombudsvrouw en Elianne Zijlstra, orthopedagoge en als onderzoeker werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen, het model ‘Belang van het kind en voorwaarden voor ontwikkeling’ (het BIC-model) ontwikkeld. Kalverboer schrijft dat het BIC-model voortbouwt op de lijst van 12 voorwaarden voor optimale ontwikkeling van Heiner en Bartels uit 1989. Het BIC-model bestaat uit 14 opvoedingscondities die in het leven van het kind van voldoende kwaliteit moeten zijn om het kind een goede kindertijd te laten beleven en diens ontwikkeling te waarborgen. Naast de 14 opvoedingscondities die worden onderverdeeld in condities in het opvoedingssysteem en condities in de samenleving hebben Kalverboer en Zijlstra ook een BIC-Questionnaire (BIC-Q) gemaakt bestaande uit 24 vragen die betrekking hebben op die 14 omgevingscondities. De BIC-methodiek is geïntegreerd in General Comment nr. 14 en is derhalve in overeenstemming met de visie van het VN-Kinderrechtencomité. ‘De BIC-methodiek is toepasbaar bij alle soorten besluiten, binnen alle rechtsgebieden waarbij het belang van het kind eerste overweging moet zijn en waarbij de kwaliteit van de opvoedingsomgeving in het geding is.’

Kalverboer & E. Zijlstra, Het belang van het kind in het Nederlandse recht. Voorwaarden voor ontwikkeling vanuit een pedagogisch perspectief, Amsterdam: Uitgeverij SWP 2010 (2e druk). Kijk hier voor meer informatie en verkrijgbaarheid.

Over dit onderwerp toegespitst op het vreemdelingenrecht verscheen later:

M.E. Kalverboer, Het belang van het kind in het Vreemdelingenrecht. Pedagogisch geluid en gewogen, Amsterdam: Uitgeverij SWP 2014. Kijk hier voor meer informatie en verkrijgbaarheid.

Zie ook het openbare artikel:

D. Beltman & E. Zijlstra ‘De doorwerking van ‘het belang van het kind’ ex artikel 3 VRK in het migratierecht: vanuit een bottom-up benadering op weg naar een top-down toepassing’, Journaal Vreemdelingenrecht 2013, Vol. 12, p. 286-306, waarin het BIC-model wordt uitgelegd en verwezen wordt naar Handboeken/richtsnoeren van de UNHCR/UNICEF.

In het belang van het kind; gezien vanuit het kind en gezien vanuit de overheid

In dit boek pleiten Bas Levering (pedagoog) en Adreas Kinneging (rechtsfilosoof) voor een terughoudende rol van de overheid als het gaat om ‘in het belang van het kind’ ingrijpen in de opvoeding. Volgens Levering is het belang van het kind gelegen in de pedagogische relatie met zijn of haar opvoeders, waarbij ‘hij laat zien dat deze relatie vanwege haar bijzondere aard gevrijwaard moet blijven van al te gemakkelijke inmenging van buitenaf’, aldus uitgeverij SWP. Coauteur Kinneging relateert hedendaagse opvoedingsproblematiek aan ‘de teloorgang van traditionele gezinswaarden’ en vindt de tijd rijp voor ‘een pedagogisch beschavingsoffensief’.

Bas Levering & Andreas Kinneging, ‘In het belang van het kind; gezien vanuit het kind en gezien vanuit de overheid’, Amsterdam: Uitgeverij SWP 2007. Kijk hier voor meer informatie en verkrijgbaarheid.