© Powered by SiteSpirit

 
logo.png


Voor ouders

Het VN-Kinderrechtenverdrag gaat ervan uit dat je als ouders samen de eerst verantwoordelijke bent voor de opvoeding en ontwikkeling van je kind. De overheid moet ouders hierbij wel ondersteunen, bijvoorbeeld door te zorgen voor kwalitatief goede en bereikbare kinderopvang.


Basisvoorwaarden opvoeding

Het VN-Kinderrechtenverdrag geeft op verschillende plaatsen basisvoorwaarden waar ouders bij de opvoeding rekening mee moeten houden, zoals artikel 3, 5, 6, 14 en 18. Ouders moeten het belang van het kind als uitgangspunt in de opvoeding nemen. Ouders moeten kinderen passende leiding en begeleiding geven en daarbij rekening houden met de capaciteiten van het kind die zich ontwikkelen naarmate het kind ouder wordt. Dat wil zeggen dat ouders de rechten van het kind respecteert op een manier die rekening houdt met wat het kind op een bepaalde leeftijd kan. Zo moeten ouders een vierjarig kind bijvoorbeeld niet alleen op de fiets naar school sturen, maar kunnen ervan uitgaan dat dit wel kan als het kind veertien is. Ouders moeten rekening houden met de leeftijd en volwassenheid van een kind, wat betekent dat ouders zich moeten verdiepen in wat kinderen kunnen en wat ze van hun kind kunnen verwachten.


Respect voor menselijke waardigheid

Ouders moeten respect hebben voor de menselijke waardigheid van het kind. Dat komt neer op vergelijkbare geboden als in de koran, bijbel en andere heilige geschriften en humanitaire beschouwingen: doe voor een ander zoals je wilt dat een ander voor jou zou doen in vergelijkbare situaties. Sommige van deze voorwaarden zijn vanzelfsprekend, maar kunnen toch soms tot spanningen leiden. Steeds moet er immers evenwicht gezocht worden tussen de ruimte van een kind – op een bepaald punt – die ouders willen bieden, en de vraag of het kind zijn of haar eigen belang kan beoordelen. Waar dat evenwicht ligt, is per ouder en kind verschillend.


Geen-kant-en-klaar-antwoord

De visie van het Kinderrechtenverdrag over opvoeding is die van een evenwichtige benadering. Het kind wordt kind gelaten, het ´nu´ is belangrijk, dus niet zozeer wat het kind later moet worden. Tegelijkertijd is het de taak van de ouders om bij te dragen bij de ontwikkeling van het kind. In het Kinderrechtenverdrag staat geen kant-en-klaar-antwoord over hoe ouders ervoor moeten zorgen dat hun kind opgroeit tot een gelukkige volwassene. Ook deskundigen zullen uiteenlopende antwoorden geven. Toch zijn er wel een aantal gemene delers ondanks die verschillende opvoedingsinzichten, die overeenkomen met het de uitgangspunten van het VN-Kinderrechtenverdrag: liefde, veiligheid, grenzen en frustratietolerantie zijn bijvoorbeeld sleutelwoorden voor een gezonde ontwikkeling.


De 'pedagogische tik'

Opvoeden is moeilijk en gaat niet zonder slag of stoot. Maar wat als ouders dat letterlijk neemt en af en toe een klap uitdeelt? Is de ´pedagogische tik´ inderdaad een geoorloofd opvoedingsmiddel? Het VN-Kinderrechtenverdrag is hierin onverbiddelijk: nee! Het verplicht de overheid om sociale en opvoedkundige maatregelen te nemen om kinderen onder meer te beschermen tegen alle vormen van lichamelijk geweld (artikel 19). In Nederland staat er sinds 2007 in het Burgerlijk Wetboek dat geweld en opvoeding niet samengaan. Gelukkig maar. De ´pedagogische tik´ kan toch moeilijk opvoedkundig genoemd worden als kinderen ermee leren dat slaan een manier is om problemen op te lossen. Bovendien bestaat het risico dat iets wat begint met een tik, eindigt in mishandeling. Juist omdat iedereen opvoeden (zo nu en dan) moeilijk vindt, is het goed om te overleggen met anderen. Vaak geeft dat steun als ouders ergens in vastlopen. Maar soms is meer nodig. Dan is er een arsenaal aan pedagogische informatie en advies, oudercursussen en hulp.