Regeringsrapportages

Om internationaal toezicht te houden op de naleving van het Kinderrechtenverdrag hebben de Verenigde Naties het Kinderrechtencomité ingesteld. Elk land dat het Kinderrechtenverdrag heeft geratificeerd, dus ook de Nederlandse staat, moet iedere vijf jaar aan het Kinderrechtencomité verantwoording afleggen over hoe het gaat met de kinderrechten. Het Kinderrechtencomité rapporteert op zijn beurt iedere twee jaar aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Als blijkt dat in een land kinderrechten worden geschonden, wordt op de overheid (internationale) politieke druk uitgeoefend om maatregelen te treffen.

Ngo-rapportage

Niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) mogen ook aan het VN-Kinderrechtencomité rapporteren. In Nederland verzorgt het Kinderrechtencollectief deze zogeheten ngo- of schaduwrapportage. Daarin beoordeelt het Kinderrechtencollectief de toepassing van het Kinderrechtenverdrag in onder meer de rechtspraktijk, het jeugdbeleid, de politiek, thuis, op school, in kinderdagverblijven, in de jeugdzorg, in asielzoekerscentra en in ziekenhuizen.

Vier keer

De eerstvolgende Nederlandse rapportage moet in september 2020 worden ingediend. Tot nu toe heeft Nederland vier keer aan het Comité verantwoording afgelegd. De laatste rapportage is in november 2013 ingediend. Lees hier meer over het proces en de inhoud van deze 4de rapportage aan het VN-Kinderrechtencomité.

Facultatieve protocollen

Ook wat betreft de twee facultatieve protocollen die Nederland heeft geratificeerd, moet de regering verantwoording afleggen. Dit gebeurt met aparte rapportages. Lees meer over de rapportages van Nederland over het Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie en over het Facultatief Protocol inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten.