Main content

De vijftienjarige Robin groeit op in een strenggelovig gezin. Hij mag van zijn ouders niet twijfelen aan hun geloof en moet gewoon mee naar de kerk. Als hij dat niet doet, dan moet hij maar het huis uit. Maar mag dit zomaar?

Nee, zeker niet. Ieder mens, en dus ook Robin, is vrij om te geloven wat hij wil. Dit is een belangrijk internationaal mensenrecht. Het recht om zelf je geloof te kiezen is ook in de Nederlandse Grondwet opgenomen.

Het is logisch dat je vaak hetzelfde geloof hebt als je ouders, zij voeden je tenslotte op. Maar dit ben je niet verplicht. Als jij beslist iets anders te geloven of niet te geloven, dan mag dat. Je ouders moeten jouw keuze respecteren, ook al zijn zij het er niet mee eens.

Ouders hebben het recht maar ook de plicht om ervoor zorgen dat je gezond en gelukkig opgroeit in een veilige omgeving. Zij moeten je begeleiden totdat je zelfstandig bent en je onderdak bieden zolang je nog geen achttien bent. Kunnen of willen je ouders dit niet, dan moeten zij je een ander onderkomen aanbieden. En er bovendien voor zorgen dat je voldoende geld hebt om van rond te komen.

Sterker nog, dit houdt ook niet meteen op als je achttien wordt. Je ouders zijn namelijk verplicht om de kosten voor jouw levensonderhoud, en een eventuele studie, op zich te nemen totdat je 21 bent.

* Dit verhaal is gebaseerd op echte ervaringen van kinderen.