Op zijn dertiende trapt Maarten een ruit in van zijn buurman. Niet ok natuurlijk, maar volgens Maarten deed hij het niet expres. Het was meer een ongeluk terwijl hij een balletje trapte met vrienden. De rechter zag dat anders en Maarten is hiervoor veroordeeld en heeft een taakstraf uitgevoerd. Nu is hij zeventien en krijgt hij een brief van de officier van justitie: hij moet zijn DNA afstaan. Dit vanwege zijn veroordeling van vier jaar geleden.

Maarten heeft geen keuze, maar vindt het wel raar. Zijn ouders ook en die schakelen een advocaat in. Want wat als die gegevens worden opgeslagen in de DNA-databank voor mensen die veroordeeld zijn voor een strafbaar feit? Dan kan hij straks misschien zijn opleiding wel vergeten. Vernieling is een strafbaar feit, maar zo erg is dit toch ook niet?

Tegen de afname van DNA kan geen bezwaar worden gemaakt maar tegen de opslag ervan – vaak voor vele jaren – in de DNA-databank wel. Want de wet die regelt dat er DNA wordt afgenomen van mensen die zijn veroordeeld voor een strafbaar feit, maakt geen onderscheid tussen volwassenen en kinderen. Dit is in strijd met de het Kinderrechtenverdrag.

Als kind heb je namelijk recht op een andere benadering, ook in het strafrecht. Dit komt omdat je nog in ontwikkeling bent. Bovendien heb je als kind het recht om sterker beschermd te worden dan volwassenen.

Ook belangrijk, een veroordeling kan invloed hebben op het verkrijgen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Laatst heeft een rechtbank besloten dat een jongen die was veroordeeld voor diefstal hier later geen ‘last’ van mocht hebben. Het ging om een jeugdzonde en er waren geen aanwijzingen dat hij het weer zou doen. De rechter heeft in de uitspraak geschreven dat als hij een VOG moest aanvragen, bijvoorbeeld voor een opleiding, hij de uitspraak mee kon sturen. Op die manier zou hij niet geweigerd kunnen worden.

* Dit verhaal is gebaseerd op echte ervaringen van kinderen.