Main content

Voor de tienjarige Salima en haar zusje Rana is het een grote opluchting dat zij met hun moeder weggevlucht zijn van huis en worden opgevangen in een opvanghuis. Thuis is het niet veilig meer. De vriend van hun moeder is vaak stomdronken en wordt dan gewelddadig. Salima en Rana hebben regelmatig gezien dat hun moeder werd mishandeld. Soms springen zij letterlijk tussen hun stiefvader en hun moeder in om haar te beschermen. Het huiselijk geweld werd de laatste tijd steeds bedreigender en de meisjes zijn voortdurend bang.

Eenmaal in de veilige omgeving van het opvanghuis komen de opgekropte gevoelens van angst, wanhoop en verdriet pas echt naar boven. Salima heeft last van nachtmerries, kan zich niet goed concentreren op school en is bang om de straat op te gaan. De schoolpsycholoog vindt dat zij speciale therapie nodig heeft voor traumaverwerking, maar bij de Jeugd-GGZ-instelling is een lange wachtlijst. Zij moet nog een jaar wachten op hulp, terwijl zij die eigenlijk meteen nodig heeft. De maatschappelijk werker van de Vrouwenopvang probeert haar in de tussentijd te helpen met een paar gesprekken. Salima trekt zich echter steeds verder terug in haar sombere gevoelens.

Dit is niet hoe het zou moeten gaan. Kinderen hebben recht op passende hulp. Dit geldt zeker voor kinderen die slachtoffer zijn van geweld, misbruik, mishandeling of verwaarlozing, zoals Salima. Zij is jarenlang blootgesteld aan het geweld tussen haar stiefvader en haar moeder, wat voor kinderen even ernstige gevolgen kan hebben als wanneer zij zelf mishandeld worden. Kinderen zoals Samira moeten direct toegang hebben tot goede zorg en (trauma)behandeling, zodat zij kunnen herstellen van wat ze hebben meegemaakt.

* Dit verhaal is gebaseerd op echte ervaringen van kinderen.