Main content

Sanne is elf en woont sinds vier jaar in een pleeggezin. Ze heeft aardige pleegouders en ze voelt zich er redelijk thuis. Toch mist ze de band met haar eigen ouders heel erg. Ze zou ze dan ook graag vaker willen zien.

Als kind heb je recht op omgang met je ouders, ook als je uit huis bent geplaatst. Behalve als is gebleken dat de omgang slecht voor je is, dan kan besloten worden dat er geen contact meer is. Maar dat komt niet vaak voor en meestal zijn er goede afspraken te maken. Bijvoorbeeld met behulp van een gezinsvoogd. Een regeling moet rekening houden met ieders wensen, waaronder die van jou!

Lukt het niet om tot een goede omgangsregeling te komen, dan kan je een brief schrijven aan de rechter. Hierin schrijf je precies wat je wil. Door dit te doen maak je gebruik van de ‘informele rechtsingang’ [link]. Dat heet zo omdat je als kind eigenlijk niet op je eigen houtje naar de rechter kan stappen. Maar gelukkig vond de bedenker van deze wet het belangrijk dat er voor bepaalde zaken een uitzondering wordt gemaakt. Bijvoorbeeld voor een omgangsregeling. De rechter die jouw brief ontvangt kan jou uitnodigen voor een gesprek en je helpen als dat mogelijk is. Je kan hiervoor trouwens hulp krijgen door de mensen die bij Kinder- en Jongerenrechtswinkels werken.

In Nederland wordt weleens gezegd dat je hiervoor twaalf moet zijn, maar dat klopt niet helemaal. Ook als je jonger bent dan twaalf mag je een brief schrijven aan de rechter. In dit geval zal de rechter wel iets strenger kijken of je snapt waar het over gaat. En dat het bijvoorbeeld niet iemand anders is geweest, die uit jouw naam een brief heeft geschreven.