Main content

De negenjarige Sadaf en haar zevenjarige broertje Amir wonen met hun ouders in een asielzoekerscentrum. Ze zijn vanuit Afghanistan naar Nederland gevlucht en zijn blij dat ze in een veilig land kunnen wonen. Sinds ze in Nederland zijn, hebben ze al zes keer moeten verhuizen naar een nieuw asielzoekerscentrum. Elke keer zijn ze net gewend geraakt aan de omgeving en dan moeten ze alweer verhuizen naar de volgende locatie. Vaak worden ze ook nog eens gedwongen om zo snel mogelijk hun spullen te pakken en het asielzoekerscentrum diezelfde dag nog te verlaten. Hierdoor moeten zij hun vrienden en school achterlaten.

Omdat Sadaf en Amir zo vaak hebben moeten verhuizen, hebben zij inmiddels een leerachterstand opgelopen. Dit komt omdat ze elke keer van school moeten veranderen en dus weer wennen. Ook vinden Sadaf en Amir het moeilijk om elke keer weer nieuwe vrienden te maken, omdat ze weten dat ze waarschijnlijk toch niet heel lang in het nieuwe asielzoekerscentrum zullen blijven. Kortom: het is niet goed voor de ontwikkeling van Sadaf en Amir om zo vaak te verhuizen. Kinderen hebben volgens het Kinderrechtenverdrag recht op een zo goed mogelijke ontwikkeling. Het zou voor Sadaf en Amir goed zijn om voor een lange tijd op dezelfde plek te mogen wonen. Ook hebben kinderen volgens het Kinderrechtenverdrag het recht om gehoord te worden: hun mening is dus van een heel groot belang. Daarom moet er beter geluisterd moeten worden naar Sadaf en Amir: zij willen niet meer verhuizen.

* Dit verhaal is gebaseerd op echte ervaringen van kinderen.