Er moet meer aandacht  zijn voor de rechten van kinderen om vrije tijd te hebben, om te kunnen spelen en deel te nemen aan recreatie, culturele en kunstzinnige activiteiten. Staten investeren daar nog te weinig in. Bij het vrij kunnen spelen en de deelname aan artistieke activiteiten gaat het om de ontwikkeling, het welzijn en de gezondheid van het kind, om het stimuleren van de creativiteit, de zelfstandigheid en de voorbereiding op een volwaardige deelname aan de samenleving. Uiteindelijk zijn kinderen vrij om zelf te beslissen of ze wel of niet participeren in sport, in culturele en kunstzinnige activiteiten, en in diverse vormen van spel en recreatie. Echter de overheid moet ervoor zorgen dat de omstandigheden gecreëerd worden die kinderen toegang tot dit soort activiteiten geven, zodat alle kinderen daarvan volledig en veilig kunnen profiteren. Dat betreft niet alleen het investeren van voldoende geld en het zorgdragen voor passende regelgeving,  maar het gaat ook om milieubeleid, om inrichting van de openbare ruimten, om informatie aan ouders en allen die met kinderen werken, om dataverzameling, en om planmatige samenwerking tussen diverse overheden en private partijen om voldoende veiligheidsgaranties te bieden in real life, online en in social media.

In de moderne wereld worden kinderen steeds meer geconfronteerd met geweld (in media, in online games etc), met commercialisering (van spel, van tijdsinvulling), met kinderarbeid of groeiende onderwijseisen, wat allemaal ten koste gaat van de omvang van de vrije tijd en de mogelijkheden om naar eigen invulling van die tijd gebruik te maken. Het Comité roept Staten op om deze negatieve invloeden op kinderen en hun rechten te beperken. Daarbij dienen Staten specifieke aandacht te besteden aan de naleving van het recht op spel, recreatie en vrije tijd voor bepaalde groepen kinderen, waaronder (met name in bepaalde landen)  meisjes, kinderen die in armoede leven, kinderen met een beperking, kinderen in instellingen, migrantenkinderen, kinderen uit minderheidsgroepen en kinderen uit conflict- en rampgebieden.

Kijk hier voor de tekst van General Comment nr. 17.