Main content

General Comment nr 2: Over de rol van onafhankelijke toezichthouders

General Comment nr 2: Over de rol van onafhankelijke toezichthouders

Staten zijn verplicht alle nodige stappen te nemen om kinderrechten te realiseren. Daar moet toezicht op worden gehouden. Onafhankelijke toezichthouders vervullen hierin een belangrijke rol, zij houden op nationaal niveau in de gaten of kinderrechten in voldoende mate worden nageleefd. In het General Comment nr. 2 van 15 november 2002, gaat het Comité nader in op de rol van deze onafhankelijke toezichthouders.

Belang van onafhankelijke toezichthouders

Het bestaan van onafhankelijke toezichthouders is belangrijk, voor zowel volwassenen en kinderen. Echter, voor kinderen is het extra belangrijk dat de onafhankelijke toezichthouders er zijn. Kinderen zijn in ontwikkeling, hetgeen ze kwetsbaarder maakt voor mensenrechtenschendingen. Bovendien worden kinderen nog lang niet voldoende gehoord in of betrokken bij beslissingen die hen aangaan, hebben zij geen stemrecht, spelen zij geen rol van betekenis in de politieke processen en ondervinden zij vaak meer barrières bij het aankaarten van een schending van hun rechten, al dan niet in juridische procedures. Hun toegang tot organisaties of instituties die opkomen voor hen is over het algemeen genomen, gelimiteerd.

Mandaat, vorm, en andere vereisten

Het verdient de uitdrukkelijke voorkeur om de rol van onafhankelijke toezichthouders vast te leggen in de wet. De taak, werkwijze dient daarbij zoveel mogelijk ingevuld te zijn. Hierbij moet worden voldaan aan de eisen die de zogenaamde ‘Paris Principles’ daaraan stellen. De basiselementen voor nationale mensenrechteninstituten zijn volgens de Paris Principles:

  • een (grond)wettelijk gegarandeerde onafhankelijkheid;
  • een autonome positie ten opzichte van de regering;
  • een afspiegeling van de samenleving;
  • een breed mandaat gebaseerd op universele mensenrechten;
  • adequate bevoegdheden voor onderzoek;
  • voldoende middelen.

De toezichthouder moet zijn mandaat op een effectieve wijze kunnen uitoefenen. Dit betekent bijvoorbeeld dat ook rekening moet worden gehouden met een eventuele plicht van anderen om informatie te delen met de toezichthouder. Bovendien moeten de randvoorwaarden op orde zijn: er moet onder meer voldoende middelen worden toegekend, een adequate werkruimte en voldoende personeel beschikbaar zijn.

Rol toezichthouders

De rol van onafhankelijk toezichthouder kan verschillende vormen aannemen. Denk bijvoorbeeld aan een speciale minister, nationaal rapporteur of landelijke werkgroep voor jeugdzaken en jeugdbeleid, een nationale kinderombudsman en non-gouvernementele organisaties op het gebied van kinderrechten. Het Comité pleit voor de aanstelling van een nationale Kinderombudsman als onafhankelijke toezichthouder voor kinderrechten.

Bovendien moet ervoor gezorgd worden dat de toezichthouders bereikbaar en toegankelijk zijn. Dit betekent niet alleen logistieke bereikbaarheid, maar ook dat er voldoende aan wordt gedaan om kennis te verspreiden over het werk van de onafhankelijke toezichthouders. Kinderen moeten weten wie ze wanneer en op welke wijze kunnen bereiken. Hierbij is het van belang dat kinderen direct contact kunnen hebben met de toezichthouders.

Volgens het Comité zijn er een aantal aanbevolen activiteiten die door een onafhankelijke toezichthouder moeten worden uitgevoerd. Zo moet een toezichthouder zelfstandig onderzoek kunnen uitvoeren naar kinderrechtenschendingen, aanbevelingen kunnen geven, rapporten kunnen opstellen en bewustwording creëren over het belang van kinderrechten. Ook moeten toezichthouders direct kunnen rapporteren aan de volksvertegenwoordigers.

Onafhankelijke toezichthouders en ngo’s

Het Comité acht de rol van onafhankelijke toezichthouders en ngo’s complementair aan elkaar. Zij kunnen elkaar versterken.

Kijk hier voor de tekst van General Comment nr. 2.

Welke General Comments zijn er?

Vanaf 2001 tot aan de dag van vandaag heeft het VN-Kinderrechtencomité 20 General Comments gepubliceerd.