Main content

Kinderrechtenverdrag

Op 20 november 1989 namen de Verenigde Naties in New York het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind unaniem aan. Dit Kinderrechtenverdrag gaat over alles waar kinderen mee te maken kunnen krijgen. Van hun geboorte tot ze achttien zijn. Het gaat over voeding, school, wonen en gezondheid. Over geloof, ouders en vrienden. Maar het gaat ook over mishandeling, kinderarbeid, oorlog en vluchten. Het kinderrechtenverdrag geeft belangrijke uitgangspunten en verplichtingen mee. Alles om ervoor te zorgen dat kinderen veilig kunnen opgroeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Bekijk hier de volledige tekst van het Kinderrechtenverdrag.

196 landen

Op dit moment zijn 196 landen partij bij het Kinderrechtenverdrag. De Verenigde Staten is de enige VN-lidstaat die geen partij is in het verdrag. Nederland bekrachtigde het Kinderrechtenverdrag op 8 maart 1995. Sindsdien is het dus verplicht het verdrag na te leven. Hoewel Nederland op drie punten heeft aangegeven zich niet geheel aan het verdrag te kunnen houden. Lees meer over deze drie voorbehouden.

54 artikelen

Het Kinderrechtenverdrag bestaat uit 54 artikelen. Artikel 1 definieert op wie het verdrag van toepassing is: iedereen die jonger is dan 18 jaar. De volgende veertig artikelen beschrijven de verschillende rechten die voor kinderen zijn vastgesteld. Zoals het recht op vrijheid van meningsuiting, het recht op onderwijs, het recht op spelen en het recht op veilig opgroeien. Daarna volgt een aantal artikel met regels over toezicht en rapportage. Dat is belangrijk, want zonder stok achter de deur van iemand die meekijkt, gaat het toch iets sneller mis. En daar zijn kinderrechten nou net iets te essentieel voor.

3 facultatieve protocollen

Het Kinderrechtenverdrag is in 2000 en in 2014 uitgebreid met drie facultatieve protocollen. Dat zijn een soort bijlagen bij het Verdrag waar de verdragsstaten zich aan mogen, maar niet aan moeten binden. Het eerste protocol gaat over de noodzaak om kinderen te beschermen die verhandeld worden of die seksueel geëxploiteerd worden. Het tweede gaat over de bescherming van kinderen in gewapende conflicten. Het derde en nieuwste protocol biedt extra mogelijkheden om een klacht in te dienen tegen een staat bij de schending van kinderrechten. Nederland is alleen lid bij de eerste twee facultatieve protocollen. Lees hier meer over de facultatieve protocollen.

Kinderrechtencomité

De Verenigde Naties heeft het Comité voor de Rechten van het Kind (kortweg: het Kinderrechtencomité) ingesteld om toezicht te houden op de naleving van de afspraken uit het Kinderrechtenverdrag. Alle deelnemende landen moeten iedere vijf jaar verantwoording afleggen aan dit Comité. Als blijkt dat landen kinderrechten schenden, heeft het Comité geen bevoegdheden tot het opleggen van straffen. Wel doet het Comité aanbevelingen die internationaal veel gezag genieten. Een land dat in gebreke blijft, kan dus de nodige internationale druk ondervinden om zich te verbeteren.

Lees ook de samenvatting van het Kinderrechtenverdrag.