Het Kinderrechtencollectief organiseerde een expertmeeting over artikel 26 van het VN-Kinderrechtenverdrag. Experts en professionals bespraken hoe de toegang van kinderen tot sociale zekerheid in de praktijk verbeterd kan worden. De belangrijkste conclusie: niet zozeer de wet, maar vooral de uitvoering bepaalt of kinderen daadwerkelijk de hulp krijgen waar zij recht op hebben.
De bijeenkomst vond plaats naar aanleiding van het voornemen van de regering om het voorbehoud op dit artikel in te trekken. Nederland is momenteel het enige land ter wereld met dit voorbehoud bij het recht van kinderen op sociale zekerheid. Daardoor hebben kinderen geen zelfstandig recht op sociale zekerheid, zoals financiële ondersteuning of andere voorzieningen.
Juridische impact beperkt, uitvoering cruciaal
Merel Jonker, docent en onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, legt uit dat het intrekken van het voorbehoud juridisch waarschijnlijk geen grote gevolgen heeft. Nederland voldoet namelijk al grotendeels aan de verplichtingen die volgen uit het VN-Kinderrechtenverdrag. De grootste uitdaging zit volgens haar in de uitvoering. Onderzoek laat zien dat sommige kinderen toch buiten de boot vallen en geen toegang krijgen tot sociale voorzieningen. Voornamelijk kinderen die niet thuis wonen (bijvoorbeeld in de jeugdzorg of pleegzorg), kinderen van ouders voor wie (volledige) sociale voorzieningen ontbreken en kinderen van wie de ouders de ontvangen voorzieningen niet aan hen besteden lopen risico. Jonker geeft aan dat er al mogelijkheden zijn om dit beter te regelen, bijvoorbeeld door flexibeler om te gaan met bestaande regels en beter te kijken naar wat kinderen zelf nodig hebben.
Regels zijn er, maar niet altijd bekend
Kim Houben, adviseur preventie en financiële gezondheid bij het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, vertelt dat er in de praktijk veel regelingen bestaan voor huishoudens met een laag inkomen, maar dat deze niet altijd worden benut. Professionals weten niet altijd wat mogelijk is en kinderen zelf vaak ook niet. Bovendien lopen aanvragen nagenoeg overal in Nederland via de ouders. Het intrekken van het voorbehoud is daarmee volgens Houben vooral een kans om kinderen serieuzer te nemen als zelfstandige dragers van rechten. Daarvoor is wel betere informatie nodig en meer aandacht voor de stem van kinderen.
Vervolgstappen
Tijdens de expertmeeting zijn ook concrete vervolgstappen afgesproken:
- Het Kinderrechtencollectief zet de gesprekken met Tweede Kamerleden over armoede onder kinderen en armoedebeleid voort.
- De samenwerking tussen onderzoek, praktijk en beleid wordt versterkt, onder andere door het breder verspreiden van onderzoeksinzichten.
- De belangrijkste inzichten uit de bijeenkomst en lopend onderzoek worden gebundeld en toegankelijk gemaakt voor beleidsmakers en professionals.
- Bestaande netwerken, zoals de Alliantie Kinderarmoede worden actief benut om kennis te delen en de praktijk te verbeteren.
Samen vooruitkijken
In de gezamenlijke discussie was er veel overeenstemming: het intrekken van het voorbehoud is vooral een kans om de praktijk te verbeteren, bijvoorbeeld door kinderen sneller en directer toegang te geven tot passende ondersteuning. Gemeenten spelen hierin een belangrijke rol bij de uitvoering van regelingen en het ondersteunen van gezinnen, maar hebben behoefte aan duidelijke handvatten. Het delen van goede voorbeelden en praktische richtlijnen, bijvoorbeeld over hoe professionals kinderen beter kunnen bereiken en ondersteunen, kan hierbij helpen. Ook werd het belang benadrukt van eenvoudige en toegankelijke informatie over rechten en voorzieningen, zowel voor professionals als voor kinderen zelf. Tot slot moet de stem van kinderen structureel worden gehoord bij het vormen van beleid.
De uitdaging ligt in het vertalen van deze inzichten naar de praktijk. Zo zorgen we ervoor dat geen enkel kind buiten de boot valt en ieder kind daadwerkelijk krijgt waar het recht op heeft.



