Main content

Kinderrechten door de jaren heen

Hoe werd in de loop van de geschiedenis over kinderen gedacht? Over wat zij nodig hadden? Over hun positie in de maatschappij? Sinds wanneer bestaan kinderrechten eigenlijk? Antwoorden op deze en andere vragen vind je in dit historisch overzicht. Veel leesplezier.

<500
Romeinse tijdkinderen moeten gezond en sterk zijn

Als je als kind niet gezond bent of sterk tel je in de Romeinse tijd niet mee.

Romeinse tijd kinderen moeten gezond en sterk zijn

Als je als kind niet gezond of sterk bent, tel je in de Romeinse tijd niet mee. Je moet wel iets kunnen bijdragen aan het onderhoud van het gezin, anders kan je net zo goed weggaan of dood zijn. Ongewenste pasgeboren kinderen worden dan ook vaak te vondeling gelegd of zodanig verwaarloosd dat zij jong sterven. Kinderen worden niet beschouwd als burgers met eigen rechten, het is de vader die het lot van de kinderen bepaalt. Dit is in het Romeinse rechtssysteem vastgelegd.

Credits foto: iStock

500 - 1500
Middeleeuwenkinderen zijn miniatuur-volwassenen

Kinderen worden in de middeleeuwen niet gezien als burgers met eigen rechten.

Middeleeuwen kinderen zijn miniatuur-volwassenen

Kinderen worden in de middeleeuwen niet gezien als burgers met eigen rechten. Zelfs niet als mensen die verschillen van volwassenen en dus specifieke behoeften hebben. Kinderen zijn volwassen in het klein en worden alleen beschermd en verzorgd tijdens hun eerste levensjaren. Daarna word je door familie, buren en stad- of dorpsgenoten voorbereid op een rol in de gemeenschap. Werken dus! Een echtpaar moet veel kinderen krijgen. Vooral vanwege de hoge kindersterfte: veel kinderen sterven vóór hun vijfde levensjaar. Er is alleen onderwijs voor kinderen die opgeleid worden tot monnik of priester. Of kinderen die worden opgeleid binnen de gilden: de verenigingen van ambachtslieden.

Credits beeld: Rijksmuseum – De heilige maagschap, Geertgen tot Sint Jans (atelier van), ca. 1495.

1500-1600
RenaissanceMeer aandacht voor het kind

Tijdens de renaissance worden kinderen steeds meer gezien als persoon.

Renaissance Meer aandacht voor het kind

Tijdens de renaissance worden kinderen steeds meer gezien als persoon. Ze krijgen beter contact met hun ouders en er ontstaat zelfs een gevoelsmatige band. Jongens uit hogere sociale milieus gaan soms naar school en leren lezen, schrijven en rekenen. School begint langzaamaan een functie te krijgen in de opvoeding en ontwikkeling van kinderen. Ook bekommeren ouders zich steeds meer over de gezondheid en overlevingskansen van hun kinderen. In de loop van de zeventiende eeuw wordt het verlangen van ouders om hun kinderen gezond en in leven te houden steeds sterker. Als een kind ziek wordt, stappen ouders sneller naar een dokter of kwakzalver.

Credits beeld: Shutterstock – MADONNA AND CHILD, by Titian, 1508

1600-1700
Gouden EeuwKinderen koesteren of tuchtigen?

Vanaf de zeventiende eeuw willen mensen steeds meer hun eigen leven leiden en niet alleen maar nageslacht voortbrengen.

Gouden Eeuw Kinderen koesteren of tuchtigen?

Vanaf de zeventiende eeuw willen mensen steeds meer hun eigen leven leiden en niet alleen maar nageslacht voortbrengen. De gezondheid en ontwikkeling van het individuele kind wordt belangrijker. Ouders koesteren hun kinderen en voeden ze liefdevol op. Hierdoor verandert langzaamaan het gedrag van kinderen. Tegelijk komt er kritiek op deze nieuwe gezinswaarden. Vooral vanuit kerkelijke en moraal-filosofische hoek. Het zou kinderen maar verwend maken. Zo ontstaat er in de loop van de zeventiende eeuw een repressieve stroming die zich keert tegen de liefdevolle opvoeding. Voor jongens komen college-internaten en voor meisjes kloosterpensionaten. In deze stroming worden kinderen van nature ‘slecht’ gevonden en moeten hun oerinstincten bedwongen worden. Ze moeten getuchtigd worden en beschaving bijgebracht krijgen. Met name de wat rijkere ouders stemmen hiermee in omdat zij beseffen dat hun kinderen goed voorbereid moeten zijn om een plek in de maatschappij te verwerven.

Credits beeld: David Leeuw with his Family, Abraham van den Tempel, by 1671

1700-1800
De Verlichtinghet kind is van nature goed

Er wordt in de tijd van de verlichting veel gefilosofeerd en gediscussieerd over de ideale maatschappij, de wetenschap, de natuur en de mens.

De Verlichting het kind is van nature goed

Er wordt in de tijd van de verlichting veel gefilosofeerd en gediscussieerd over de ideale maatschappij, de wetenschap, de natuur en de mens. Zodoende is er meer aandacht voor opvoedkunde en onderwijs. Ouders willen dan ook steeds meer betrokken zijn bij de opvoeding van hun kinderen. Want, zo wordt geloofd, indrukken uit je kindertijd zijn bepalend voor je gedachten en gevoelens als volwassene. Daarmee komt er een grote verantwoordelijkheid bij opvoeders te liggen en krijgen opvoeding en onderwijs een grotere betekenis. Opvoedboeken laten niet lang op zich wachten:

John Locke (Groot Brittannië, 1632-1704)
John Locke verwerpt het idee dat de mens met aangeboren kennis ter wereld komt. Hij ziet elke pasgeboren baby als een onbeschreven blad. Omdat een jong kind nog niet beschikt over kennis en vaardigheden is volgens Locke een juiste opvoeding heel belangrijk. Hij is ervan overtuigd dat hiermee de persoonlijkheid van een kind gevormd wordt. Volgens Locke is ieder mens geneigd te handelen uit eigenbelang en streeft ieder mens vooral naar persoonlijk geluk. Ook kinderen. Locke ziet dit idee bevestigd in kinderen die er alles aan doen om hun zin te krijgen. Hij vindt het daarom belangrijk om de van nature egocentrische kinderen te disciplineren en een sobere levensstijl bij te brengen. Zijn advies: leer kinderen eerbied hebben voor hun ouders en straf ze wanneer ze iets stouts doen. Lijfstraffen keurt hij af. Dan leert een kind iets af uit angst voor slaag. Veel beter vindt hij het om kinderen voldoening te leren halen uit goed gedrag.

Betje Wolff (Nederland, 1738-1804)
Betje Wolff ziet kinderen als van nature goed, oprecht en onbevangen. Zij meent dat kinderen tijdens het opgroeien een natuurlijke ontwikkeling doormaken. Wolff vindt het dan ook niet goed om de kinderlijke aard te onderdrukken. Haar advies: laat kinderen vrij en begeleid ze, dan leren ze meer en behouden ze hun kinderlijke eigenschappen. De vader geldt in de achttiende eeuw als de belangrijkste opvoeder, maar Wolff moedigt in haar boek juist moeders aan zich meer met de opvoeding van hun kind bezig te houden. In haar visie zijn vrouwen niet alleen moeder, maar ook onderwijzeres, mentor en spiritueel begeleider van hun kinderen.

Tegelijkertijd is er in de achttiende eeuw nog geen sprake van gelijke rechten van mannen en vrouwen. Vrouwen zijn ondergeschikt aan de man. De man (vader) heeft de wettelijke zeggenschap over de kinderen. Ook is de man eigenaar van het inkomen, inclusief dat van zijn vrouw. Als een vrouw geld wil uitgeven of een contract wil tekenen, heeft zij toestemming van haar man nodig. Ook zijn vrouwen uitgesloten van politieke rechten: zij mogen niet stemmen en ook geen politieke functies uitoefenen.

Meisjes mogen wel naar de basisschool, maar het is niet verplicht dus blijven veel meisjes thuis. Vervolgopleidingen zijn alleen voor jongens toegankelijk omdat vrouwen geen mannenberoepen mogen uitoefenen.

Credits beeld: Rijksmuseum – Gezin voor een huis, Pieter de Mare, naar Christina Chalon, 1777 – 1779

1800-1900
De negentiende eeuwvan kind tot brave burger

Aan het begin van de negentiende eeuw is er veel armoede.

De negentiende eeuw van kind tot brave burger

Aan het begin van de negentiende eeuw is er veel armoede. Een kleine bovenlaag van rijke burgers en staatslieden maken zich zorgen. Wat te doen tegen de domheid en het moreel verval onder het volk? Onderwijs wordt gezien als hét middel om dit tegen te gaan. In 1806 krijgt de overheid meer invloed en toezicht op scholen dankzij de eerste schoolwet in Nederland. Niet per se bedoeld om kinderen kennis en vaardigheden bij te brengen, maar om ze op te voeden tot deugdzame -en vooral gehoorzame en plichtsgetrouwe- christelijke burgers.

Maar nog lang niet alle kinderen gaan naar school. Kinderarbeid is en blijft een vanzelfsprekend verschijnsel. De industrialisatie in de negentiende eeuw maakt de arbeid van kinderen zelfs zwaarder. Gelukkig wordt het probleem erkend, want werken in fabrieken is ongezond, eentonig, geestdodend en houdt kinderen weg van school. Dit leidt eind negentiende eeuw tot een verbod op kinderarbeid en de invoering van de leerplicht.

Na 1870 groeien de steden en is er een snelle bevolkingsgroei als gevolg van gezondere voeding, betere hygiëne en meer medische kennis. De industrialisatie en verstedelijking zorgt voor een grote vraag naar nieuwe beroepskrachten, waarbij het minder belangrijk is uit welk ‘nest’ je komt, maar of je dat werk kan leveren. Er is nog veel armoede onder arbeiders, maar het lukt sommigen zich hieraan te ontworstelen. Ze verdienen voortaan voor het hele gezin, waardoor hun vrouw, maar ook hun kinderen minder hoeven te werken en scholen worden afgemaakt.

Eind negentiende eeuw vinden er enkele grote opstanden plaats onder arbeidersgroepen. Dat zorgt voor sociale onrust, waardoor de Nederlandse regering meer oog krijgt voor de ellende van de arbeidersklasse. Dit leidt uiteindelijk tot enkele belangrijke sociale wetten die tussen 1889 en 1901 worden ingevoerd: de Arbeidswet, de Ongevallenwet, de Woningwet, de Leerplichtwet en de Kinderwetten.

Credits beeld: Rijksmuseum – Vrouw bij twee kinderen in stoeltjes, Jacob Ernst Marcus, 1812

1874
Kinderwetje van Van Houteneinde kinderarbeid of toch niet?

Op initiatief van de liberale politicus Samuel van Houten wordt de eerste wet in Nederland aangenomen die een einde moet maken aan kinderarbeid.

Kinderwetje van Van Houten einde kinderarbeid of toch niet?

Op initiatief van de liberale politicus Samuel van Houten wordt de eerste wet in Nederland aangenomen die een einde moet maken aan kinderarbeid. Deze wet bepaalt dat kinderen onder de twaalf jaar niet in fabrieken mogen werken. De uitvoering van de wet wordt alleen nauwelijks gecontroleerd, waardoor het inzetten van jonge kinderen in de fabrieken gewoon door gaat.

Credits beeld: Beeld en Geluid (youtube)

1900-1950
De twintigste eeuwde eeuw van het kind

Eindelijk, de twintigste eeuw is aangebroken. Kinderarbeid verdwijnt langzamerhand.

De twintigste eeuw de eeuw van het kind

Eindelijk, de twintigste eeuw is aangebroken. Kinderarbeid verdwijnt langzamerhand. Kinderen zijn wettelijk verplicht om naar school te gaan. En basisonderwijs en voortgezet onderwijs wordt door de overheid betaald en is toegankelijk voor iedereen.

De Zweedse pedagoge Ellen Key (1849-1926) publiceert in 1900 de bestseller ‘De eeuw van het kind’. Meer aandacht voor de rechten van het kind en meer kindgerichte opvoeding is haar devies. Opvoeding moet recht doen aan het kind en gericht zijn op individuele mogelijkheden. Een actievere rol van ouders is noodzakelijk. Haar boek heeft veel invloed op het denken over kinderen. Met name dat kinderen specifieke behoeften hebben, die beschermd en gewaarborgd moeten worden.

John Dewey (1859-1952), een Amerikaanse filosoof, denkt er hetzelfde over: het kind moet niet meer gezien worden als een onbeschreven blad, dat door ouders en docenten moet worden ‘beschreven’ met de juiste informatie. Nee, het kind moet in staat gesteld worden om zelf te leren en de wereld te ontdekken. Opvoeding en onderwijs moeten ervoor zorgen dat kinderen opgroeien tot volwaardige democratische burgers.

Dit soort nieuwe visies op de positie van het kind staan aan de basis van de opkomst van de pedagogiek (de wetenschap van opvoeding en opgroeien van kinderen) en een toenemende professionalisering van de maatschappelijke zorg rondom ouders en kinderen. Begin twintigste eeuw is de invloed van pedagogen met specifieke kennis over kinderen in eerste instantie vooral gericht op het onderwijs. Maar al gauw is er ook op andere terreinen toenemende aandacht voor de behoeften en belangen van kinderen. Denk aan de opkomst van de jeugdgezondheidszorg, de jeugdhulpverlening en de jeugdpsychiatrie.

Tegelijk is in Nederland in de eerste helft van de 20e eeuw nog altijd sprake van een maatschappij die sterk gericht is op christelijke deugden en moraal. Kinderen groeien op in Rooms-Katholieke, Gereformeerde, Hervormde, vrijzinnige, socialistische of liberale milieus. Er ontstaat een ‘verzuilde’ maatschappij, waarin voor alle religieuze en levensbeschouwelijke richtingen eigen instituties zijn. Het milieu waarin je als kind opgroeit bepaalt in hoge mate hoeveel individuele vrijheid je als kind krijgt, en aan welke sociale normen je behoort te voldoen. Pas vanaf de jaren 1960/1970 komt hier verandering in.

Het opvoeden van kinderen staat in de eerste helft van de twintigste eeuw in het teken van rust, reinheid en regelmaat. Je krijgt als kind vrijheid, maar je moet je wel aan regels houden. Je wordt geprezen als je iets goeds presteert en gestraft als je iets doet wat niet mag, maar dan niet meer zo streng als vroeger.

Er wordt nog een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de opvoeding van jongens en meisjes. Dat heeft alles te maken met de maatschappelijke rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Jongens moeten later de kost verdienen. Meisjes worden huisvrouw en moeder. Veel speelgoed uit deze periode was dan ook typisch voor meisjes of voor jongens. Ook hier komt pas in de jaren 1960/1970 verandering in.

Credits beeld: Rijksmuseum – Ezeltje rijden langs het strand, Isaac Israels, ca. 1890 – ca. 1901

1901
Leerplicht in Nederlandwet in 1901 in werking

Ben je tussen de zes en twaalf, dan moet je vanaf nu verplicht naar school.

Leerplicht in Nederland wet in 1901 in werking

Ben je tussen de zes en twaalf, dan moet je vanaf nu verplicht naar school. Dit is het einde van een tijdperk. Kinderen jonger dan twaalf horen niet te werken in fabrieken of op andere plekken. Ze moeten leren lezen, schrijven en rekenen. Toch komt het nog vaak voor dat kinderen bijvoorbeeld tijdens de oogst moeten helpen op het land. Daar komt de lange zomervakantie vandaan: scholen zijn dan dicht, omdat veel ouders hun kinderen in die drukke periode nodig hebben bij het werk in de landbouw.

In 1969 en 1975 wordt de leerplichtige leeftijd verlengd en het toezicht op de onderwijsinstellingen en de medezeggenschap wettelijk geregeld.

Credits foto: Shutterstock

1901
Kinderwetten in Nederlandbelang van kind voorop

Eind negentiende eeuw komen de arbeiders in opstand.

Kinderwetten in Nederland belang van kind voorop

Eind negentiende eeuw komen de arbeiders in opstand. Ze eisen hogere lonen en betere voorzieningen. Er gaan steeds meer stemmen op om een einde te maken aan de ergste armoede, om krotwoningen af te breken en te investeren in betere woningen voor arbeidersgezinnen, om betere arbeidsomstandigheden en voorzieningen bij ziekte en ongevallen te regelen en om kinderen naar school te sturen in plaats van naar de fabrieken.

Ook kinderen die opgroeien in gewelddadige of verwaarlozende omstandigheden of kinderen die in aanraking komen met de politie, moeten worden beschermd. Of heropgevoed. Dit leidt uiteindelijk tot enkele belangrijke sociale wetten die tussen 1889 en 1901 worden ingevoerd: de Arbeidswet, de Ongevallenwet, de Woningwet, de Leerplichtwet en de Kinderwetten.

In 1901 worden de eerste Kinderwetten aangenomen in Nederland. Ze bieden de overheid de mogelijkheid direct in te grijpen in de opvoeding en ze regelen zowel de kinderbescherming als de bestrijding van jeugdcriminaliteit. Bovendien stellen ze het belang van het kind voorop en krijgt heropvoeding in het jeugdstrafrecht voorrang boven vergelding. De kinderwetten vormen nog steeds het fundament voor het bestaande systeem van kinderbescherming en jeugdstrafrecht.

Het gaat om drie wetten:

De Burgerlijke Kinderwet biedt de rechter de mogelijkheid om ouders die hun kind verwaarlozen of mishandelen uit de ouderlijke macht te ontzetten of te ontheffen. In beide gevallen plaatst de rechter een kind uit huis.

De Strafrechtelijke Kinderwet voorziet in een afzonderlijk jeugdstrafrecht (tot achttien jaar) en in een breder scala aan straffen, variërend van berisping tot verblijf in een tuchtschool al dan niet in combinatie met de genoemde civielrechtelijke maatregelen.

De Kinderbeginselenwet omvat de regels en voorwaarden waaraan de uitvoerende instellingen – rijksopvoedingsgestichten, tuchtscholen, particuliere tehuizen, voogdijverenigingen en rechtbanken – moeten voldoen.

Credits foto: Erfgoed Leiden en omstreken

1905
Voogdijraden ingesteldaandacht voor het verwaarloosde kind

In 1905 worden de Voogdijraden ingesteld.

Voogdijraden ingesteld aandacht voor het verwaarloosde kind

In 1905 worden de Voogdijraden ingesteld. Burgers en organisaties kunnen hier kinderverwaarlozing melden. De Voogdijraden adviseren de rechter, zorgen dat kinderen opgevangen worden en zien toe op de kindertehuizen. In de Voogdijraden zitten vooral vrijwillige burgers, ondersteund door een aantal betaalde medewerkers.

Credits foto: Erfgoed Leiden en omstreken

1914-1918
Eerste Wereldoorlogkinderrechten wereldwijd een prioriteit

De Eerste Wereldoorlog heeft voor kinderen grote gevolgen.

Eerste Wereldoorlog kinderrechten wereldwijd een prioriteit

De Eerste Wereldoorlog heeft grote gevolgen voor kinderen. Velen verliezen hun vader in de strijd, moeten vluchten of hebben te kampen met armoede en ziekten. Tuberculose en verzwakking zijn aan de orde van de dag.

Onrechtvaardig, vindt de Britse onderwijzeres Eglantyne Jebb en ze richt Save the Children op. Een fonds dat honger en ellende onder kinderen bestrijdt. Save the Children is een uiterst effectieve hulporganisatie, die in staat is om snel en goedkoop voedsel, kleding en geld te brengen waar nodig.

Jebb wil dat kinderrechten en het welzijn van kinderen wereldwijd een prioriteit wordt. Samen met het Rode Kruis lukt het haar om kinderrechten op de internationale politieke agenda te krijgen. Dit leidt uiteindelijk tot de Verklaring van de Rechten van Kind, die in 1924 wordt aangenomen door de landen van de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties). Deze verklaring is eigenlijk het eerste document waarmee de rechten van kinderen internationaal vorm krijgen.

Credits foto: Save the Children

1922
Invoering kinderrechter en ondertoezichtstellingspeciale rechters voor kinderen

Aparte rechters doen gerechtelijke uitspraken als het gaat over de bescherming van- of strafoplegging aan kinderen en jongeren.

Invoering kinderrechter en ondertoezichtstelling speciale rechters voor kinderen

Speciale rechters doen rechterlijke uitspraken als het gaat over de bescherming van- of strafoplegging aan kinderen en jongeren. Daarnaast wordt in 1922 de Burgerlijke Kinderwet uitgebreid. Naast de ontheffing of ontzetting uit de ouderlijke macht kan een rechter nu ook een straf- of civielrechtelijke ondertoezichtstelling uitspreken. Een gezinsvoogd krijgt dan, in plaats van de ouders, het laatste woord over de opvoeding van een kind. Volgen de ouders de aanwijzingen van de gezinsvoogd niet op, dan dreigt alsnog uithuisplaatsing. Al gauw wordt de ondertoezichtstelling de meest opgelegde maatregel.

Credits foto: Erfgoed Leiden en omstreken

1924
Verklaring van de Rechten van het Kindbelangrijke gebeurtenis

Op 28 februari 1924 wordt in Genève het eerste officiële kinderrechtendocument getekend door de landen van De Volkenbond (voorloper van de Verenigde Naties).

Verklaring van de Rechten van het Kind belangrijke gebeurtenis

Op 28 februari 1924 wordt in Genève het eerste officiële kinderrechtendocument getekend door de landen van De Volkenbond (voorloper van de Verenigde Naties). Met deze verklaring reageert De Volkenbond op de ellende die veel kinderen in Europa tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914– 1918) hebben doorgemaakt. De verklaring van Genève bevat vijf artikelen, waaronder het recht van kinderen op voedsel, gezondheidszorg en bescherming tegen uitbuiting.

Credits foto: Nationaal Archief

1940-1945
Tweede Wereldoorloghonderdduizenden kinderen onder slachtoffers

Tijdens de Tweede Wereldoorlog (van mei 1940 tot augustus 1945) wordt Nederland bezet door de Duitsers, die onder leiding staan van Adolf Hitler.

Tweede Wereldoorlog honderdduizenden kinderen onder slachtoffers

Tijdens de Tweede Wereldoorlog (van mei 1940 tot mei 1945) wordt Nederland bezet door de Duitsers, die onder leiding staan van Adolf Hitler. Joodse mensen werden massaal afgevoerd naar concentratiekampen en vermoord. In totaal vielen er vele miljoenen slachtoffers, waaronder honderdduizenden kinderen.

Na de oorlog worden de Verenigde Naties opgericht, een internationale organisatie van 193 landen. Doel van de VN is om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen, om vriendschappelijke relaties tussen landen te onderhouden, om samen te werken bij het oplossen van internationale problemen en om de naleving van mensenrechten te bevorderen. Vooral dat laatste wordt heel concreet gemaakt met de aanname van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) in 1948 door de Verenigde Naties. In deze verklaring worden de basisrechten of grondrechten van de mens omschreven, zoals bijvoorbeeld het recht van ieder mens op leven, veiligheid, vrijheid, gelijke behandeling, rechtsbescherming en bescherming tegen mensonterende behandeling.

Credits foto: Hollandse Hoogte

1946
Oprichting van UNICEFspeciale aandacht voor kinderen

De gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog treffen ook zeer veel kinderen. Velen komen om, raken verweesd of ontheemd.

Oprichting van UNICEF speciale aandacht voor kinderen

De gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog treffen ook zeer veel kinderen. Velen komen om, raken verweesd of ontheemd. Het is dan ook niet voor niets dat de VN in 1946 het kinderfonds UNICEF opricht. Zij richten zich op het verstrekken van voedselpakketten en het bieden van gezondheidszorg aan kinderen in de getroffen landen. Vanaf 1953 is UNICEF een blijvend onderdeel van de VN-structuur en komt zij op voor de rechten van alle kinderen wereldwijd.

Credits foto: UNICEF Nederland

 

1950-2000
Tweede helft twintigste eeuwhet kind als drager van rechten

Na de Tweede Wereldoorlog is het tijd voor de wederopbouw van het land.

Tweede helft twintigste eeuw het kind als drager van rechten

Na de Tweede Wereldoorlog is het tijd voor de wederopbouw van Nederland. De welvaart groeit en er ontstaat steeds meer ruimte voor vrijetijdsbesteding, vakanties, luxegoederen en individuele zelfontplooiing. De opvoeding van kinderen wordt in de jaren ’50 beheerst door de drie R’s van rust, reinheid en regelmaat. Vrouwen en moeders werken in het huishouden en zorgen voor de kinderen. Vaders en mannen verdienen de kost voor het gezin.

Vanaf de jaren ’60 en ’70 vinden belangrijke sociale en maatschappelijke veranderingen plaats. De seksuele revolutie en het feminisme maken dat ook meisjes en vrouwen opleidingen gaan volgen en buitenshuis willen gaan werken. De gezinnen worden kleiner en de strenge richtlijnen in de opvoeding worden losgelaten. Zowel jongens als meisjes worden opgevoed en opgeleid tot volwaardige burgers en men streeft naar gelijke kansen op de arbeidsmarkt voor mannen en vrouwen. Als kind denk, praat en beslis je mee over zaken die je aangaan.

De verhouding tussen ouders wordt minder afstandelijk. Opvoeden van kinderen verschuift van een autoritaire stijl (gangbaar tot in jaren ’50/’60) via een antiautoritaire stijl (in de jaren ‘60/’70) naar de huidige meer democratische of autoritaire opvoedingsstijl. Dat is een opvoedstijl waarin ouders veel uitleggen aan en praten met hun kinderen, waarbij kinderen eigen vrijheid en inbreng hebben, maar wel binnen duidelijke grenzen die door ouders worden aangegeven.

Ook vindt vanaf eind jaren ’60 en tijdens de jaren ’70 een snelle ontzuiling plaats in Nederland. Diverse naast elkaar bestaande instituties van de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke groeperingen vallen geleidelijk weg. Mensen maken niet langer keuzes omdat ze bij een ideologische groep horen, maar op basis van eigen afwegingen en overtuigingen. Voor kinderen betekent dit dat zij niet langer opgevoed worden binnen de regels en voorschriften van één specifieke groepering (Rooms-Katholiek, Gereformeerd, Hervormd, vrijzinnig, socialistisch, liberaal, liberaal etc). De opkomst van radio, televisie en andere massamedia speelt hierbij een belangrijke rol omdat die een vrije uitwisseling van gedachten en ideeën tussen verschillende groepen mogelijk maken.

Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw wordt het kind gezien als volwaardig individu, dat recht heeft op liefde, respect en begeleiding bij zijn of haar eigen individuele ontwikkeling en talentontplooiing. Het kind wordt voor het eerst in de geschiedenis erkend als een rechtssubject: een zelfstandige drager van rechten, waaronder ook het recht om zijn of haar mening te geven.

Credits foto: Erfgoed Leiden en omstreken

1956
Raden voor de Kinderbescherming ingesteldprofessionalisering Voogdijraden

Vanaf 1956 gaan de Voogdijraden op in de Raden voor de Kinderbescherming.

Raden voor de Kinderbescherming ingesteld professionalisering Voogdijraden

Vanaf 1956 gaan de Voogdijraden op in de Raden voor de Kinderbescherming. Elke regio heeft zijn eigen Raad. Een Raad bestaat uit een college van vrijwillige burgers (de eerdere Voogdijraad) en een uitvoerend bureau. Het bureau doet onderzoek, zodat het college zijn advies aan de rechter goed kan onderbouwen. Bij het bureau gaan steeds meer professionele maatschappelijk werkers werken.

Credits foto: Nationaal Archief

1959
Verklaring van de Rechten van het KindVerenigde Naties legt stevige basis

Op 20 november 1959 wordt door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de Verklaring van de Rechten van het Kind aanvaard.

Verklaring van de Rechten van het Kind Verenigde Naties legt stevige basis

Op 20 november 1959 wordt door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de Verklaring van de Rechten van het Kind aanvaard. Dit is niet het Kinderrechtenverdrag waar wij in onze huidige tijd aan refereren (dat is uit 1989). Maar in deze Verklaring wordt wel de basis gelegd voor het latere Kinderrechtenverdrag. Enkele belangrijke beginselen in deze Verklaring zijn het non-discriminatiebeginsel (ieder kind heeft gelijke rechten), het recht op naam en nationaliteit, het recht op sociale zekerheid en gezondheidszorg, het recht op liefde, begrip en ouderlijke zorg, het recht op onderwijs en het recht op bescherming tegen mishandeling, uitbuiting en kinderarbeid.

Credits foto: Nationaal Archief

1963
Kiesrecht voor jongerenleeftijdsgrenzen gaan omlaag

Ben je in 1963 21 jaar of ouder, dan mag je stemmen tijdens de verkiezingen.

Kiesrecht voor jongeren leeftijdsgrenzen gaan omlaag

Ben je in 1963 21 jaar of ouder, dan mag je stemmen tijdens de verkiezingen. Voorheen was dit 24 jaar. En wil je je verkiesbaar stellen, dan kan dat, na de grondwetsherziening van 1963, vanaf 25 jaar. De leeftijdgrens lag op dertig.

Credits foto: Nationaal Archief

1965
Invoering minimumleeftijd voor strafvervolgingbelangrijke wijziging

Twaalf jaar wordt de minimumleeftijd voor strafvervolging.

Invoering minimumleeftijd voor strafvervolging belangrijke wijziging

Twaalf jaar wordt de minimumleeftijd voor strafvervolging. Dit is een belangrijke wijziging in het jeugdstrafrecht. Met andere woorden: kinderen tot twaalf jaar kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd of veroordeeld.

Credits foto: Nationaal Archief

1968
Invoering miniminimumjeugdloonhonderd gulden in de week

Honderd gulden in de week vonden ze in 1968 genoeg als minimumloon.

Invoering miniminimumjeugdloon honderd gulden in de week

Honderd gulden in de week vonden ze in 1968 genoeg als minimumloon. In de daaropvolgende decennia zijn de wettelijke bedragen die je minimaal per uur uitbetaald moet krijgen steeds opnieuw aangepast. Tussen je 15e en 23e is het afhankelijk van je leeftijd en het aantal uur dat een volledige werkweek bedraagt volgens de cao. Kinderen onder de vijftien moeten naar school en mogen maar een aantal uren werken. En bovendien niet alle soorten werk verrichten.

Credits foto: Nationaal Archief

1968
Invoering Mammoetweteenvoudiger doorstromen

Tot 1968 bestaat het middelbaar onderwijs uit veel verschillende schooltypen: huishoudschool, ambachtsschool, ULO, MULO, MMS, HBS en gymnasium.

Invoering Mammoetwet eenvoudiger doorstromen

Tot 1968 bestaat het middelbaar onderwijs uit veel verschillende schooltypen: huishoudschool, ambachtsschool, ULO, MULO, MMS, HBS en gymnasium. Tijd voor verandering, want het is, zeker voor kinderen uit arme gezinnen, bijna niet mogelijk om door te stromen naar hogere vormen van onderwijs. Met de invoering van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO), ook wel de Mammoetwet genoemd, zijn er voortaan drie soorten voortgezet onderwijs:

– Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO: gymnasium, atheneum)
– Algemeen Voortgezet Onderwijs (LAVO, MAVO en HAVO)
– Beroepsonderwijs (LBO)

Dit maakt het voor kinderen mogelijk om via de MAVO en de HAVO door te stromen naar het VWO, of via de MAVO naar het MBO. Om ervoor te zorgen dat elke leerling dezelfde basis krijgt, wordt een overbruggingsperiode ingevoerd: de brugklas.

Credits foto: Nationaal Archief

1969
Verruiming leerplichtmeer toezicht op onderwijs

In 1969 wordt een nieuwe leerplichtwet ingevoerd.

Verruiming leerplicht meer toezicht op onderwijs

In 1969 wordt een nieuwe leerplichtwet ingevoerd. De leerplichtperiode wordt verlengd naar 9 jaar. Verder wordt bij wet een toezichthouder aangesteld (de leerplichtambtenaar), die ervoor zorgt dat de wet wordt nageleefd.

Credits foto: Nationaal Archief

1971
Kiesrecht verlaagdnu ook stemmen op je achttiende

In 1971 wordt het actief kiesrecht (het recht om te mogen stemmen tijdens verkiezingen) verder verlaagd naar 18 jaar.

Kiesrecht verlaagd nu ook stemmen op je achttiende

In 1971 wordt het actief kiesrecht (het recht om te mogen stemmen tijdens verkiezingen) verder verlaagd naar 18 jaar. Ook wordt de leeftijd van het passief kiesrecht (het recht dat je jezelf verkiesbaar mag stellen) verder verlaagd: van 25 naar 21 jaar.

Credits foto: Nationaal Archief

1972
Eerste vertrouwensartsen actieftijd om kindermishandeling te bestrijden

Eind jaren zestig wordt door artsen en wetenschappers voor het eerst gepubliceerd over kindermishandeling.

Eerste vertrouwensartsen actief tijd om kindermishandeling te bestrijden

Eind jaren zestig wordt door artsen en wetenschappers voor het eerst gepubliceerd over kindermishandeling. Dit leidt tot een beweging in Nederland om kindermishandeling te voorkómen en te bestrijden: de Vereniging tegen Kindermishandeling. Mede hierdoor start de Nederlandse overheid in 1972 met het instellen van Bureaus Vertrouwensartsen. Dit wordt later omgedoopt tot het Advies- en Meldpunten Kindermishandeling en uiteindelijk tot Veilig Thuis.

Credits foto: Nationaal Archief

1975
Verdere verruiming leerplichtlanger leren

In 1975 wordt de leerplichtperiode nog eens verlengd: kinderen moeten vanaf hun zesde ten minste tien jaar naar school.

Verdere verruiming leerplicht langer leren

In 1975 wordt de leerplichtperiode nog eens verlengd: kinderen moeten vanaf hun zesde ten minste tien jaar naar school. Daarna ben zijn ze deeltijd leerplichtig (twee dagen per week) tot en met het schooljaar waarin ze zeventien worden.

Credits foto: Nationaal Archief

1979
Het Internationale Jaar van het KindKindertelefoon en Jeugdjournaal in Nederland

Het jaar 1979 wordt door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Internationale Jaar van het Kind.

Het Internationale Jaar van het Kind Kindertelefoon en Jeugdjournaal in Nederland

Het jaar 1979 wordt door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Internationale Jaar van het Kind. Het is direct de start van een tien jaar durend proces van internationale onderhandelingen om te komen tot een internationaal verdrag voor kinderrechten. In 1989 wordt het Kinderrechtenverdrag uiteindelijk aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

1979 is ook het oprichtingsjaar van Defence for Children International. Deze vereniging komt op voor de rechten van het kind. Ook wordt in 1979 de Kindertelefoon opgericht in Nederland en wordt het Jeugdjournaal voor het eerst uitgezonden.

Credits foto: Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/ANP/Gé van der Werff

1980
Haags kinderontvoeringsverdragkinderen beschermd tegen ontvoeringen

Het Haags Kinderontvoeringsverdrag helpt kinderen die, zonder toestemming van een ouder die het wettelijk gezag heeft, worden meegenomen naar een ander land.

Haags kinderontvoeringsverdrag kinderen beschermd tegen ontvoeringen

Het Haags Kinderontvoeringsverdrag helpt kinderen die, zonder toestemming van een ouder die het wettelijk gezag heeft, worden meegenomen naar een ander land. Bijvoorbeeld door één van de ouders van een kind, als de ouders gescheiden zijn. Dit heet internationale kinderontvoering. In het verdrag staat dat landen moeten samenwerken en alles moeten doen om ervoor te zorgen dat het kind teruggebracht wordt bij de wettige ouder of voogd in het land waar het kind vandaan komt.

Credits foto: Shutterstock

1983
Jongeren vanaf 18 jaar verkiesbaarleeftijd verlaagd van 21 naar 18 jaar

In 1983 wordt het voor jongeren vanaf achttien mogelijk zichzelf verkiesbaar te stellen. Passief kiesrecht noemen ze dat.

Jongeren vanaf 18 jaar verkiesbaar leeftijd verlaagd van 21 naar 18 jaar

In 1983 wordt het voor jongeren vanaf achttien jaar mogelijk zichzelf verkiesbaar te stellen. Passief kiesrecht noemen ze dat.

Credits foto: Nationaal Archief

1985
Kind vanaf vijf jaar leerplichtiginvoering basisonderwijs

De kleuterschool wordt onderdeel van de basisschool.

Kind vanaf vijf jaar leerplichtig invoering basisonderwijs

De kleuterschool wordt onderdeel van de basisschool. Gevolg is dat kinderen nu vanaf hun vijfde jaar verplicht zijn onderwijs te volgen. In plaats van twee of drie jaar ‘kleuterschool’ en daarna zes klassen ‘lagere school’ gaan kinderen voortaan vanaf hun vierde jaar (en vijfde verplicht) naar de basisschool met acht groepen.

Credits foto: Haags Gemeente Archief – Dienst Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling 

 

1989
Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind aanvaard door VN

Voor het eerst in de geschiedenis wordt het kind erkend als een rechtssubject: een zelfstandige drager van rechten.

Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind aanvaard door VN

Voor het eerst in de geschiedenis wordt het kind erkend als een rechtssubject: een zelfstandige drager van rechten. Want op 20 november 1989 nemen de Verenigde Naties het ‘Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind’ aan. Hierin staan 54 artikelen met afspraken over de rechten van kinderen en jongeren in de leeftijd van nul tot achttien jaar. Bijna alle landen in de wereld zijn partij bij het Kinderrechtenverdrag. Nederland ook, sinds 1995.

Het verdrag gaat over alles waar kinderen mee te maken kunnen krijgen van hun geboorte tot ze achttien zijn. Denk aan voeding, school, wonen, gezondheid, geloof, ouders en vrienden, maar ook over mishandeling, kinderarbeid, oorlog en vluchten. Het geeft belangrijke uitgangspunten en verplichtingen mee om ervoor te zorgen dat kinderen veilig kunnen opgroeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Er zijn drie soorten kinderrechten (3 P’s):

  • Provisierechten (voorzieningen): rechten die gaan over wat een kind nodig heeft om goed te kunnen leven, zich te kunnen ontwikkelen en om veilig op te groeien. Zoals het recht op een veilige plek om op te groeien, het recht op onderwijs, gezondheidszorg en ruimte om te spelen.
  • Protectierechten (bescherming): rechten die gaan over de gevaren en risico’s waar kinderen tegen beschermd moeten worden. Zoals het recht op bescherming tegen mishandeling, uitbuiting en geweld.
  • Participatierechten: rechten die gaan over het luisteren naar, informeren van en betrekken van kinderen. Kinderen moeten hun mening kunnen geven over zaken die hen aangaan; afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind.
1989
Wet op de Jeugdhulpverlening in Nederlandeinde aan de willekeur

Begin jaren zeventig is er voor iedere levensbeschouwelijke stroming een aparte instelling of organisatie is die de hulp aan kinderen biedt.

Wet op de Jeugdhulpverlening in Nederland einde aan de willekeur

Begin jaren zeventig is er voor iedere levensbeschouwelijke stroming een aparte instelling of organisatie is die de hulp aan kinderen biedt. Er bestaat een grote willekeur waar een hulpbehoevend kind terechtkomt en daar moeten we vanaf.

Na diverse adviesrapporten en politieke discussies wordt in 1989 de Wet op de Jeugdhulpverlening ingevoerd. Deze wet decentraliseert de jeugdzorg naar provinciaal of grootstedelijk niveau. Regionale samenwerkingsverbanden en jeugdhulpadviesteams worden wettelijk verankerd. Dit leidt alleen niet tot werkelijke integratie en samenhang. De jeugdzorg blijft verdeeld over een vrijwillig deel (ministerie van VWS) en een justitieel deel (ministerie van Justitie). En de jeugd-ggz blijft een eigen financiering houden.

Credits foto: Nationaal Archief

1991
Kinderrechtencomité ingesteldtoezicht op Kinderrechtenverdrag

De Verenigde Naties stelt het Comité voor de Rechten van het Kind in om toezicht te houden op de naleving van het Kinderrechtenverdrag.

Kinderrechtencomité ingesteld toezicht op Kinderrechtenverdrag

De Verenigde Naties stelt het Comité voor de Rechten van het Kind in om toezicht te houden op de naleving van het Kinderrechtenverdrag. Het comité is gevestigd in Geneve. Alle deelnemende landen moeten hier iedere vijf jaar verantwoording afleggen.

Credits: Haags Gemeentearchief – Dienst Stedelijke Ontwikkeling (Bert Mellink) 

1993
Haags adoptieverdragkinderen beter beschermd

In 1993 tekent een groot aantal landen het Haags Adoptieverdrag.

Haags adoptieverdrag kinderen beter beschermd

In 1993 tekent een groot aantal landen het Haags Adoptieverdrag. Hiermee worden kinderen en hun familie beschermd tegen de risico’s van illegale, onrechtmatige, voorbarige en slecht voorbereide adopties naar het buitenland. Het verdrag, dat wordt uitgevoerd door nationale Centrale Autoriteiten, zorgt ervoor dat interlandelijke adoptie alleen plaatsvindt als het kind daar het meeste baat bij heeft.

Credits foto: Haags Gemeentearchief – Dienst Stedelijke Ontwikkeling (Bert Mellink) 

1995
Kinderrechtenverdrag actief in Nederlandverplichtingen horen erbij

Nederland ratificeert* het Kinderrechtenverdrag op 8 maart 1995.

Kinderrechtenverdrag actief in Nederland verplichtingen horen erbij

Nederland ratificeert* het Kinderrechtenverdrag op 8 maart 1995. Vanaf nu is ons land verplicht het verdrag na te leven. Op drie punten heeft Nederland aangegeven een voorbehoud te maken op het verdrag. Dat wil zeggen dat Nederland zich op die punten niet geheel aan het verdrag zal kunnen houden.

1995 is een goed jaar voor de rechten van het kind want het Kinderrechtencollectief wordt opgericht. Dit is een coalitie van organisaties in Nederland die werken op het terrein van kinderrechten.

*Uitleg: Na ondertekening van een internationaal verdrag door een staat moet de regering van elk land het verdrag nog officieel bekrachtigen, bijvoorbeeld door erover te laten stemmen in het parlement. Pas wanneer dat is gebeurd, is een staat ook partij van het verdrag. Daarmee heeft een land het verdrag geratificeerd.

Credits foto: iStock

2000
Uitbreiding VN-Kinderrechtenverdragextra bescherming kwetsbare kinderen

Er zijn bepaalde groepen kwetsbare kinderen die extra bescherming nodig hebben.

Uitbreiding VN-Kinderrechtenverdrag extra bescherming kwetsbare kinderen

Er zijn bepaalde groepen kwetsbare kinderen die extra bescherming nodig hebben. Daarom besluit de Verenigde Naties om het VN-Kinderrechtenverdrag uit te breiden met twee facultatieve protocollen. Het eerste moet kinderen beschermen tegen verkoop, kinderhandel, kinderprostitutie en kinderpornografie. En het tweede gaat over bescherming van kinderen in gewapende conflicten. Deze twee protocollen zijn door meer dan 140 landen geratificeerd, waaronder Nederland.

Credits beeld: Shutterstock

2000
Millenniumdoelstellingenacht afspraken voor een betere wereld

De Verenigde Naties maken aan het einde van de twintigste eeuw acht afspraken.

Millenniumdoelstellingen acht afspraken voor een betere wereld

De Verenigde Naties maken aan het einde van de twintigste eeuw acht afspraken. Het doel is om onder meer armoede en honger te bestrijden, een einde te maken aan ziektes als hiv/aids, ongelijkheid tussen mannen en vrouwen te verminderen en onderwijs voor iedereen mogelijk te maken.

Credits foto: iStock

2000 - heden
Eenentwintigste eeuwhet kind als wereldburger

De eenentwintigste eeuw begint roerig met de opkomst van terroristische bewegingen zoals Al Qaida en Islamitische Staat (IS).

Eenentwintigste eeuw het kind als wereldburger

De eenentwintigste eeuw begint roerig met de opkomst van terroristische bewegingen zoals Al Qaida en Islamitische Staat (IS). Angst en terreur laaien op en er is een toenemende polarisatie tussen ‘oost’ en ‘west’. Geweld en oorlogen zijn aan de orde van de dag. Vele mensen ontvluchten het oorlogsgeweld. Ook in Nederland zoeken vluchtelingen en hun kinderen een veilig heenkomen. Naast internationale politieke conflicten heeft de wereld te kampen met een wereldwijde financiële crisis (kredietcrisis 2008) en een klimaatcrisis vanwege een snelle opwarming van de aarde door menselijk toedoen.

Gelukkig zijn er ook positieve ontwikkelingen aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Er leven wereldwijd steeds minder mensen in extreme armoede, kindersterfte is in grote dele van de wereld teruggedrongen en steeds meer mensen hebben schoon drinkwater. Daarnaast neemt het aantal kinderen dat toegang heeft tot onderwijs wereldwijd flink toe.

Kinderen in Nederland behoren tot de gelukkigste kinderen op aarde, omdat zij opgroeien in een veilige, gezonde, liefdevolle en stimulerende omgeving. Toch geldt dit helaas nog niet voor alle kinderen in ons land. Zo groeit één op de negen kinderen in Nederland op in armoede en zijn er helaas kinderen slachtoffer van mishandeling, misbruik of verwaarlozing. Ook wonen er in Nederland vluchtelingenkinderen die vaak in onzekere en moeilijke omstandigheden moeten opgroeien. Kortom, ook in een rijk en welvarend land als Nederland zijn er in de eenentwinstigste eeuw nog veel kinderen die extra bescherming nodig hebben.

Kinderen in de eenentwintigste eeuw zijn wereldburgers. Ze groeien op met smartphones, tablets en sociale media waarmee zij toegang hebben tot een eindeloze hoeveelheid informatie, communicatie en entertainment. Zij skypen met hun grootouders, chatten met vrienden online, bekijken filmpjes via YouTube, zoeken informatie via Google en Wikipedia, volgen hun favoriete bloggers en vloggers wereldwijd, delen foto’s en ervaringen via sociale media als Facebook, Instagram en Snapchat.

Deze ontwikkeling beïnvloedt kinderen en maakt ze onderdeel van een complexe, door technologie en informatie gedreven werkelijkheid. Dit vereist nieuwe kennis en vaardigheden van kinderen en jongeren. Denk aan kritisch, creatief en probleemoplossend denken. Aan kennis over programmeren en ICT, kennis over de risico’s en gevaren van internet, kennis over (nep)informatie en mediawijsheid.

Credits foto: Shutterstock

2005
Wet op de jeugdzorgscherp oog voor opgroei- en opvoedproblemen

De Wet op de jeugdzorg komt in 2005 van de grond en is geldig tot 2015.

Wet op de jeugdzorg scherp oog voor opgroei- en opvoedproblemen

De Wet op de jeugdzorg komt in 2005 van de grond en is geldig tot 2015. Vanaf 2015 is deze wet vervangen door de Jeugdwet. De Wet op de jeugdzorg biedt hulp aan jongeren en ouders bij het oplossen van opgroei- en opvoedproblemen. Dit was nodig ook, want na de Wet op de jeugdhulpverlening uit 1989 blijken de beoogde samenwerkingsverbanden en jeugdhulpadviesteams niet van de grond te zijn gekomen.

Bureau Jeugdzorg staat centraal in de wet. Zij beoordelen of jeugdzorg nodig is en zorgen voor aansluiting op jeugdhulpverlening, de jeugd-ggz en justitiële jeugdinrichtingen. Ook behoren de gezinsvoogdij, jeugdreclassering en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling tot de taken van Bureau Jeugdzorg. De provincies zorgen ervoor dat inwoners van Nederland toegang hebben tot jeugdzorg en dat jeugdzorg geleverd wordt. Per 1 januari 2015 zijn deze taken overgeheveld naar de gemeenten.

Credits beeld: Shutterstock

2007
Gebruik van geweld bij wet verbodenkinderen sla je niet

Het is vanaf 2007 in Nederland verboden om kinderen te slaan.

Gebruik van geweld bij wet verboden kinderen sla je niet

Het is vanaf 2007 in Nederland verboden om kinderen te slaan. In het Burgerlijk Wetboek staat nu dat in de verzorging en opvoeding van het kind de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling mogen toepassen. Daarmee wordt bedoeld dat kinderen niet opzettelijk pijn mag worden aangedaan.

Credits beeld: Shutterstock

2007
Zonder startkwalificatie tot achttiende jaar leerplichtig

Sinds 2007 zijn jongeren die nog geen startkwalificatie (minimaal een havo/vwo of mbo-2 diploma) hebben behaald verplicht om tot hun achttiende verjaardag onderwijs te blijven volgen.

Zonder startkwalificatie tot achttiende jaar leerplichtig

Sinds 2007 zijn jongeren die nog geen startkwalificatie (minimaal een havo/vwo of mbo-2 diploma) hebben behaald verplicht om tot hun achttiende jaar onderwijs te blijven volgen.

Credits foto: Shutterstock

2008
Minister voor Jeugd en Gezinde eerste en de laatste

In het kabinet Balkenende IV wordt voor het eerst in Nederland een minister voor Jeugd en Gezin aangesteld.

Minister voor Jeugd en Gezin de eerste en de laatste

In het kabinet Balkenende IV wordt voor het eerst in Nederland een minister voor Jeugd en Gezin aangesteld. André Rouvoet is de eerste (en tot op heden laatste) minister van Jeugd en Gezin. Zijn functie valt onder het ministerie van VWS en is in het leven geroepen om een integraal beleid mogelijk te maken in alle zaken die met jeugd en gezin te maken hebben. Na de val van dit kabinet in 2010 komt deze functie niet meer terug in de daaropvolgende kabinetten.

Credits foto: ChristenUnie

2011
Kinderombudsman in NederlandMarc Dullaert is de eerste

Na een jarenlange politieke discussie benoemt de Tweede Kamer in 2011 Marc Dullaert als eerste Kinderombudsman.

Kinderombudsman in Nederland Marc Dullaert is de eerste

Na een jarenlange politieke discussie benoemt de Tweede Kamer in 2011 Marc Dullaert als eerste Kinderombudsman. Een landelijk functionerend instituut stelt onafhankelijk de rechten van kinderen en jongeren aan de orde. De taken van de Kinderombudsman zijn onder meer het gevraagd en ongevraagd adviseren van regering en parlement over wet- en regelgeving met betrekking tot de rechten van kinderen en jongeren tot achttien jaar. Ook behandelt de Kinderombudsman klachten van kinderen en jongeren die betrekking hebben op de overheid en private organisaties in het onderwijs, de kinderopvang, jeugdzorg en de gezondheidszorg. Daarnaast kan de Kinderombudsman mogelijke schendingen van kinderrechten in Nederland onderzoeken. In 2016 is Margrite Kalverboer benoemd tot Kinderombudsman.

Credits foto: Kids Rights

2013
Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

In de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is vastgelegd dat elke organisatie die werkt met kinderen en volwassenen moet werken met een meldcode.

Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

In de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is vastgelegd dat elke organisatie die werkt met kinderen en volwassenen moet werken met een meldcode. In zo’n meldcode staat wie wanneer welke stappen zet bij een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld. De wet geldt voor de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en justitie.

Er is in Nederland bewust niet gekozen voor een wettelijke meldplicht. Men vreest dat een wettelijke verplichting om vermoedens van kindermishandeling te melden niet leidt tot minder kindermishandeling. Dit omdat professionals met een meldplicht eerder zullen handelen uit angst voor tuchtrecht, dan vanuit het belang van het kind. Zij zullen minder geneigd zijn om zelf hulp op gang te brengen en meer geneigd zijn om de verantwoordelijkheid direct over te dragen aan Veilig Thuis (voorheen: het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling). Tenslotte zal het ouders en kinderen eerder afschrikken om professionals met een meldplicht in vertrouwen te nemen over situaties rond kindermishandeling en huiselijk geweld.

Credits foto: Shutterstock

2014
Uitbreiding VN-Kinderrechtenverdragderde facultatief protocol

De VN besluit om het Kinderrechtenverdrag opnieuw uit te breiden.

Uitbreiding VN-Kinderrechtenverdrag derde facultatief protocol

De VN besluit om het Kinderrechtenverdrag opnieuw uit te breiden. Het derde facultatief protocol biedt extra mogelijkheden om een klacht in te dienen tegen een staat bij een schending van kinderrechten. Zo kunnen kinderen en hun vertegenwoordigers zelf een klacht over kinderrechtenschendingen indienen bij het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties. Ook geeft het staten het recht om bij het Kinderrechtencomité te klagen over kinderrechtenschendingen die begaan worden door andere staten. Nederland heeft het derde protocol nog niet geratificeerd.

Credits foto: iStock

2014
Nobelprijs voor de Vredevoor strijders kinderrechten

Het Pakistaanse tienermeisje Malala Yousafzai en de Indiase mensenrechtenactivist Kailash Satyarthi ontvangen de Nobelprijs voor de Vrede voor hun strijd tegen de onderdrukking van kinderen en jongeren en voor het recht op onderwijs voor alle kinderen.

Nobelprijs voor de Vrede voor strijders kinderrechten

Het Pakistaanse tienermeisje Malala Yousafzai en de Indiase mensenrechtenactivist Kailash Satyarthi ontvangen de Nobelprijs voor de Vrede voor hun strijd tegen de onderdrukking van kinderen en jongeren en voor het recht op onderwijs voor alle kinderen.

Credits foto: Shutterstock

2014
Duurzame Ontwikkelingsdoelenvervolg op Millenniumdoelen

Het leven op deze wereld beter maken voor mensen, zonder schade aan te richten aan de planeet.

Duurzame Ontwikkelingsdoelen vervolg op Millenniumdoelen

Het leven op deze wereld beter maken voor mensen, zonder schade aan te richten aan de planeet. De VN-lidstaten besluit hiervoor in 2014 Duurzame Ontwikkelingsdoelen vast te stellen. Een vervolg op de Millenniumdoelen die aan het einde van de twintigste eeuw vast werden gesteld. Deze moesten in 2015 behaald zijn, maar dat is, ondanks vooruitgang, niet gelukt. Meer dan een miljard mensen leven nog steeds in armoede. Doelstellingen voor een duurzame ontwikkeling van de aarde en haar bewoners zijn belangrijk voor kinderen.

Credits beeld: Shutterstock

2015
Nieuwe Jeugdweten decentralisatie van jeugdhulp

Overal in het land ontstaan lange wachtlijsten voor jeugdzorg en jeugd-ggz.

Nieuwe Jeugdwet en decentralisatie van jeugdhulp

Overal in het land ontstaan lange wachtlijsten voor jeugdzorg en jeugd-ggz. Het overheidsbeleid zet in op preventie en vroeg-interventie om de jeugdzorgvraag terug te dringen. In de periode 2010/2015 zijn de kernwoorden in het jeugdbeleid: versterken van de eigen kracht van gezinnen, meer ondersteuning en preventieve begeleiding, het bieden van zorg van hoge kwaliteit die snel en dichtbij beschikbaar is. Daarom wil men dat de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid bij gemeenten komt te liggen. Deze visie leidt uiteindelijk tot de nieuwe Jeugdwet.

De wet vervangt niet alleen de Wet op de jeugdzorg, maar ook de verschillende andere onderdelen van de jeugdzorg die onder de Zorgverzekeringswet (jeugd-ggz) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (zorg voor licht verstandelijk beperkte jeugd) vielen. Ook de jeugdbescherming en jeugdreclassering maken onderdeel uit van de wet.

Credits foto: Shutterstock

2019
Kinderrechtenverdrag 30 jaar!

Op 20 november 2019 wordt de dertigste verjaardag van het VN-Kinderrechtenverdrag gevierd. In dertig jaar tijd is er veel verbeterd voor kinderen en jongeren. Maar, ondanks deze positieve ontwikkelingen bestaan er nog steeds uitdagingen en problemen. Zo zijn er nog steeds kinderen die opgroeien in armoede, niet naar school gaan en door wachtlijsten niet de […]

Kinderrechtenverdrag 30 jaar!

Op 20 november 2019 wordt de dertigste verjaardag van het VN-Kinderrechtenverdrag gevierd. In dertig jaar tijd is er veel verbeterd voor kinderen en jongeren. Maar, ondanks deze positieve ontwikkelingen bestaan er nog steeds uitdagingen en problemen. Zo zijn er nog steeds kinderen die opgroeien in armoede, niet naar school gaan en door wachtlijsten niet de juiste hulp krijgen waar zij recht op hebben.

Sluiten

Jaarbericht Kinderrechten 2018

Het Jaarbericht Kinderrechten 2018 laat positieve ontwikkelingen zien op het gebied van kinderrechten in Nederland. De overheid werkt aan een meer kindvriendelijke verblijfsregeling voor minderjarige slachtoffers van mensenhandel. De aanpak van kindermishandeling krijgt prioriteit. Er zitten minder kinderen in een politiecel. En er wordt jeugdstrafrecht ontwikkeld voor Caribisch Nederland.

Maar van een aantal groepen kwetsbare kinderen worden de rechten onvoldoende gerespecteerd. Zorgwekkend veel kinderen zitten in de gesloten jeugdzorg. En kinderen die een alternatieve straf krijgen opgelegd, moeten tot een jaar wachten op de uitvoering vanwege tekorten in de jeugdhulp. Over deze en andere groepen kwetsbare kinderen en jongeren gaat dit Jaarbericht.

Scroll naar beneden voor de verkorte online versie

Over het Jaarbericht

Meer over het jaarbericht

Het Jaarbericht Kinderrechten is de jaarlijkse graadmeter voor de situatie van kinderen in Nederland. Het geeft een overzicht van de situatie van kinderen en jongeren in Nederland en Caribisch Nederland rond vijf thema’s: kindermishandeling, jeugdhulp, jeugdstrafrecht, migratie en uitbuiting.

Het Jaarbericht Kinderrechten is een analyse van de ontwikkelingen op de verschillende thema’s in het afgelopen jaar. Deze analyse is gebaseerd op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en op cijfers van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

In het Jaarbericht staan concrete aanbevelingen aan Tweede Kamerleden, leden van het kabinet en iedereen die met kinderen werkt. Met als doel een betere naleving van kinderrechten in Nederland.

Het Jaarbericht Kinderrechten is uitgave van UNICEF Nederland en Defence for Children.

Bekijk hier eerdere jaarberichten

Kinderrechten &

  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland
  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland

Kinderrechten & migratie

63%

daling van het aantal aanvragen voor de kinderpardonregeling

50

alleenstaande minderjarigen in vreemdelingenbewaring/ grensdetentie

Zorgen

Er zijn in 2017 geen verblijfsvergunningen toegekend op grond van het speciale buitenschuldbeleid voor alleenstaande kinderen, die buiten hun schuld niet kunnen terugkeren naar het land van herkomst. De criteria blijken veel te strikt.

In 2017 zijn 40 kinderen, waaronder 10 alleenstaanden, naar Afghanistan uitgezet, terwijl dit land afgelopen jaar veel gevaarlijker is geworden.

50 alleenstaande kinderen werden in 2017 in detentie geplaatst. Een forse stijging ten opzichte van 2016, toen zaten 30 alleenstaande kinderen in detentie, in 2015 waren dat er slechts 10. Geen enkel kind zou gedetineerd mogen worden op grond van zijn of haar verblijfsstatus. Het VN-Kinderrechtencomité heeft opgeroepen om detentie van migrantenkinderen af te schaffen, maar de Nederlandse overheid werkt niet aan alternatieven voor detentie.

Het aantal kinderpardonaanvragen ligt beduidend lager dan in 2016, toen 270 kinderen een beroep op de regeling deden. In 2017 dienden slechts 100 kinderen een aanvraag in. Vanwege het hoge afwijzingspercentage wordt nauwelijks beroep op de regeling gedaan. Er is nog steeds geen oplossing voor kinderen die volledig in Nederland zijn geworteld. Kinderen worden nog altijd gedwongen om te verhuizen tijdens de asielprocedure, ondanks toezeggingen van de regering om hiermee te stoppen.

Vooruitgang

In 2017 zijn er een aantal positieve ontwikkelingen geweest op het gebied van gezinshereniging. Het Europese Hof van Justitie oordeelde dat een buitenlandse ouder verblijfsrecht kan krijgen om bij haar of zijn Nederlandse kind te zijn. Ook positief is de aanpassing van het gezinsherenigingsbeleid voor vluchtelingen uit Eritrea: als officiële documenten ontbreken worden andere documenten die de identiteit of gezinsband ondersteunen meegenomen.

Ook biedt de IND eerder een DNA-onderzoek aan. Deze aanpassing van het beleid is een belangrijke vooruitgang.

En nu

Het beleid voor alleenstaande kinderen is dringend aan evaluatie toe. Worden de doelstellingen van dit beleid wel bereikt?

De uitzetting van kinderen naar Afghanistan moet worden gestopt.

De Nederlandse overheid zou alternatieven moeten ontwikkelen voor het opsluiten van vluchtelingenkinderen op grond van hun verblijfsrechtelijke status.

Het is van belang dat nogmaals goed gekeken wordt naar het Kinderpardon, dat nog altijd een wassen neus is. Kinderen verkeren nog steeds in onzekerheid.

In navolging van de vorig jaar aangenomen motie om de verhuizingen van kinderen in asielzoekerscentra te stoppen, dient het beleid aangepast te worden.

Download dit hoofdstuk
Casus helpdesk

Vijf jaar onzekerheid is meer dan genoeg

Een meisje, zestien jaar oud, belt naar de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children. Het meisje vertelt dat zij op zevenjarige leeftijd samen met haar ouders naar Nederland is gevlucht. Het gezin komt uit Afghanistan en verblijft inmiddels al negen jaar in Nederland. Ze hebben nog altijd geen verblijfsvergunning.

Het meisje vertelt dat zij hier haar leven heeft opgebouwd: zij gaat naar school, naar een sportclub, heeft vriendinnen en voelt zich Nederlands. De aanvraag voor het kinderpardon is afgewezen omdat de ouders van het meisje onvoldoende meegewerkt zouden hebben aan vertrek.

De Nederlandse overheid wil het meisje en haar ouders terugsturen naar Afghanistan omdat het land veilig genoeg zou zijn. Het tegendeel is echter waar. Bloedige bomaanslagen en ernstige mensen- en kinderrechtenschendingen zijn aan de orde van de dag. Daarnaast is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat de ontwikkeling van kinderen wordt geschaad wanneer zij na vijf jaar verblijf gedwongen worden terug te keren naar het land van herkomst. Het wordt hoog tijd dat de regering luistert naar de stem van gewortelde kinderen, vijf jaar verblijfsonzekerheid is meer dan genoeg

kindvriendelijke uitspraak
  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland

Kinderrechten & jeugdhulp

21.440

kinderen in pleegzorg

8%

stijging van het aantal kinderen in gesloten jeugdzorg

Zorgen

Ook in 2017 zagen we dat niet alle kinderen de zorg krijgen die zij nodig hebben.

De vraag naar jeugdhulp neemt toe en er is geen zicht op de wachtlijsten. Dit speelt al jaren en er is nog steeds geen oplossing, ondanks de toezegging van VWS-minister De Jonge om de wachtlijstproblematiek te analyseren en met oplossingen te komen.

Er is een groot verschil tussen jeugdhulp in verschillende gemeenten. Het aanbod van zorg aangeboden door gemeenten is niet op orde. Er zijn wachttijden en wachtlijsten. Er ontbreekt regie van de landelijke overheid, zij neemt geen stelselverantwoordelijkheid.

Het aantal kinderen tot 18 jaar in de gesloten jeugdzorg is de laatste jaren toegenomen tot een zorgwekkend record van 2.710 kinderen in gesloten jeugdzorg in 2017. Dit is extra zorgelijk omdat een uithuisplaatsing juist de uiterste maatregel moet zijn.

Ook zijn er grote verschillen tussen de regelgeving en rechtswaarborgen voor kinderen die verblijven in een justitiële jeugdinrichting, een jeugd-GGZ-instelling of een gesloten jeugdhulpinstelling. Harmonisatie van deze regelgeving staat al jaren op de agenda, maar komt zeer traag van de grond.

Vooruitgang

Er lijkt verbetering te komen met de uitvoering van het Actieprogramma Zorg voor de Jeugd. In dit programma wordt gesteld dat kinderen en gezinnen betere toegang tot passende hulp moeten krijgen. Wij gaan de toezeggingen die hier zijn gedaan nauwlettend volgen.

En nu

Alle kinderen in Nederland moeten gelijke toegang hebben tot jeugdhulp en alle kinderen moeten de juiste, passende zorg krijgen.

Het aantal kinderen dat in een gesloten instelling zit moet worden teruggebracht.

Download dit hoofdstuk
Casus helpdesk

Geschikte hulp, waar ook in Nederland

Een hulpverlener van een instelling neemt contact op met de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children. Zij maakt zich zorgen om Debby van vijftien jaar. Zij verblijft op een gesloten plek in de instelling. Debby is voor haar eigen veiligheid gesloten geplaatst, omdat zij slachtoffer is van een loverboy en zij bedreigd wordt door een familielid.

De hulpverlener en Debby gaan op zoek naar een geschikte plek waar haar specialistische hulp geboden kan worden en waar zij veilig is. Dit opvanghuis bevindt zich in een andere gemeente aan de andere kant van het land. Het probleem is dat de gemeente die verantwoordelijk is voor de hulp aan Debby de hulp in dit opvanghuis niet heeft ingekocht en ook niet van plan is om dit voor haar te gaan doen. Hierdoor moet Debby nog een half jaar in de gesloten instelling zitten zonder dat zij de juiste hulp krijgt.

UNICEF Nederland en Defence for Children vinden dat alle kinderen gelijke toegang tot jeugdhulp moeten hebben, ongeacht de gemeente waarin zij wonen.

  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland

Kinderrechten & uitbuiting

24%

meer verdwijningen van minderjarigen uit de vreemdelingenopvang

54%

meer meldingen van online beeldmateriaal kindermisbruik

Zorgen

Uitbuiting van kinderen is een ernstige schending van hun rechten. De precieze omvang hiervan is niet bekend, maar er zijn op verschillende vlakken zorgelijke signalen.

Het aantal meldingen van kinderporno is sinds 2012 met 800 procent gestegen. Ondanks deze stijging is er geen rechercheur bij gekomen.

In 2017 zijn 360 alleenreizende minderjarige asielzoekers uit de opvang verdwenen, met onbekende bestemming. Dat is veel en veel meer dan ooit. Deze jongeren moeten overleven in de illegaliteit en zijn daarom kwetsbaar om in een uitbuitingssituatie terecht te komen.

Vooruitgang

De belangrijkste vooruitgang is de toezegging van het ministerie van Justitie en Veiligheid – na jaren aandringen door Defence for Children en UNICEF Nederland – dat onderzocht gaat worden hoe de verblijfsregeling voor minderjarige slachtoffers mensenhandel kindvriendelijker kan worden gemaakt.

Positief is dat het ministerie van Justitie en Veiligheid met website-aanbieders spreekt om door de politie gesignaleerde advertenties van minderjarige prostituees snel van websites te verwijderen.

En nu

Onderzocht moet worden hoe verdwijningen van minderjarige asielzoekers kunnen worden voorkomen.

Er moet goede samenwerking zijn tussen de politie, jeugdbeschermers en andere landen van doorreis en bestemming om verdwenen jongeren terug te vinden. De aanpak van criminele uitbuiting van kinderen moet in alle regio’s aandacht krijgen bij politie en hulpverlening.

Er is meer capaciteit nodig voor het opsporen en verwijderen van kinderporno op internet. Online adverteerders van prostituees moeten worden verplicht advertenties van minderjarigen uit te sluiten. Onderzoek is nodig of zij strafbaar zijn. Het is belangrijk dat middelbare scholen hun leerlingen meer voorlichting geven over internetveiligheid.

Download dit hoofdstuk
Casus helpdesk

Zorgen om zwanger meisje

Een jeugdbeschermer meldt begin 2018 dat een groep Roemeense jongemannen in Rotterdam is aangehouden wegens winkeldiefstal. Er is ook een 14-jarig meisje bij. Aan de Raad voor de Kinderbescherming heeft het meisje verteld dat ze naar Nederland is gekomen om te werken. Wat dit werken precies inhoudt, kan zij niet zeggen. Er zijn zorgen om dit meisje, dat om onduidelijke redenen met deze groep mannen naar Nederland is gekomen. Ze ziet bleek en blijkt al vier maanden zwanger te zijn.

Het meisje wordt in een jeugdzorginstelling geplaatst. De moeder van het meisje is in Roemenië. Zij wil graag dat het meisje samen met haar oom, een van de aangehouden mannen, terugkomt. De jeugdbeschermer gaat hiermee niet akkoord. Moeder moet zelf komen om het meisje op te halen. Na drie dagen komt de oom van het meisje weer vrij. Diezelfde avond verdwijnt het meisje uit de instelling. Defencefor Children adviseert de Roemeense kinderbescherming op de hoogte te brengen, zodat zij kunnen nagaan of het meisje veilig is teruggekeerd en welke hulp het meisje nodig heeft.

  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland

Kinderrechten & kindermishandeling

2.206

OM-afdoeningen in zaken over mishandeling en seksueel misbruik

820

geregistreerde misdrijven ontucht met minderjarigen

Zorgen

Jaarlijks zijn naar schatting 119.000 kinderen in Nederland slachtoffer van kindermishandeling. Om deze kinderen hulp te kunnen bieden is voldoende capaciteit en kwaliteit nodig bij de hulpverlenende instanties, en die is er nu onvoldoende. Mishandelde kinderen staan nu lang op wachtlijsten en krijgen onvoldoende passende hulp.

Als gevolg van de decentralisatie van het jeugdbeleid zijn mishandelde kinderen afhankelijk van wat gemeenten wel of niet voor hen (kunnen) doen. Dit is zorgelijk, omdat het bij de preventie en aanpak van kindermishandeling niet uit mag maken of je als kind in gemeente X of in gemeente Y woont.

Vooruitgang

De overheid besteedde de afgelopen jaren vooral aandacht aan het verhogen van de signaleringskans, waardoor meer slachtoffers van kindermishandeling in beeld komen. Dat is een positieve ontwikkeling. Bovendien heeft de minister de aanpak van kindermishandeling aangemerkt als een absolute prioriteit. Voor minderjarige slachtoffers is er nieuwe regelgeving die hen beter beschermd tijdens een strafproces.

En nu

Er is behoefte aan meer landelijke sturing, meer capaciteit en een betere kwaliteit van de zorg, zodat kinderen overal in Nederland tijdig op goede zorg kunnen rekenen en de veiligheid van deze kinderen ook op de lange termijn gewaarborgd is.

Centraal aangestuurde dataverzameling en beleidsinformatie zijn nodig om de aanpak van kindermishandeling te monitoren en verbeteren.

Specialistische kennis omtrent kindermishandeling is nodig in de sociale wijkteams en in de centra voor jeugd en gezin.

Kinderen en jongeren moeten meer betrokken worden bij de aanpak van kindermishandeling. Overleg met de kinderen zelf moet standaard onderdeel uitmaken van hulp.

Alle minderjarige slachtoffers die deelnemen aan een strafproces moeten op kindvriendelijke wijze worden verhoord en hun privacy moet beter worden beschermd.

Download dit hoofdstuk
Casus helpdesk

Minderjarig slachtoffer seksueel misbruik onnodig vaak verhoord

Verhoord worden in een strafrechtelijke procedure over seksueel misbruik is zeer ingrijpend voor en kind. Een moeder belt de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children. Haar dochter van tien is slachtoffer van seksueel misbruik en moet daarover getuigen in een strafproces.

Moeder is bezorgd over het welzijn van haar kind, omdat de advocaat van de verdachte haar dochter in hoger beroep opnieuw wil verhoren. Dit terwijl er audiovisuele opnames zijn van het eerste verhoor dat is afgenomen in een kindvriendelijke verhoorstudio door een gespecialiseerde verhoorder. De advocaat kan deze opnames bekijken. Moeder wil haar kind niet onnodig opnieuw belasten met een verhoor.

Defence for Children schrijft een kinderrechtenrapportage over deze zaak waarin zij benadrukt dat het belang van het kind een eerste overweging moet zijn, en dat zeer terughoudend omgegaan moet worden met het herhaald verhoren van minderjarige slachtoffers van seksueel misbruik. De advocaat

van de verdachte zal goed moeten motiveren wat de toegevoegde waarde is van een nieuw verhoor en waarom het bekijken van de audiovisuele beelden niet toereikend is.

Defence for Children ziet op basis van de beschikbare stukken onvoldoende reden om het meisje nogmaals te verhoren. Het Gerechtshof komt tot eenzelfde conclusie in deze zaak en bepaalt dat het meisje niet opnieuw verhoord zal worden. Deze casus illustreert dat de positie van minderjarige slachtoffers in het strafproces voor verbetering vatbaar is.

  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland

Kinderrechten & jeugdstrafrecht

26%

daling van het aantal inverzekeringstellingen minderjarigen

30.369

minderjarigen zijn ooit opgenomen in de DNA-databank voor Strafzaken

Zorgen

De rechtspositie van kinderen in het jeugdstrafrecht blijft een zorg: deze is met name tijdens de eerste dagen van het strafproces te weinig kindgericht. Er verblijven teveel kinderen in de politiecel en niet alle minderjarige verdachten krijgen een gratis advocaat. Er worden nog steeds 12- en 13-jarigen opgesloten in justitiële jeugdinrichtingen en 16- en 17-jarigen kunnen worden berecht via het volwassenstrafrecht.

Er staan te veel mensen geregistreerd in de DNA-databank voor Strafzaken als gevolg van een strafbaar feit uit hun jeugd.

De aansluiting op jeugdhulpinterventies schiet te kort. Kinderen die een alternatieve straf opgelegd krijgen moeten soms lang wachten om deze te kunnen uitvoeren vanwege tekorten bij jeugdhulp.

Herstelrecht, zoals mediation in strafzaken en herstelconferenties, is niet voor alle minderjarigen toegankelijk.

Vooruitgang

Het aantal kinderen dat in verzekering is gesteld door de politie en in een politiecel verblijft, is voor het eerst sinds jaren flink afgenomen, van ruim 7000 in 2016 naar iets meer dan 5000 in 2017. Het aantal politieverhoren neemt al jaren af, net als het aantal kinderen dat in een justitiële jeugdinrichting is opgesloten. Dit is een halvering ten opzichte van vijf jaar geleden.

Er worden nieuwe vormen en alternatieven voor vrijheidsbeneming ontwikkeld, zodat minderjarigen zo weinig mogelijk worden opgesloten en zij zich kunnen blijven ontwikkelen.

En nu

Er is veel meer aandacht nodig voor een kindgerichte aanpak tijdens de modernisering van het wetboek van Strafvordering en in de praktijk.

De minimumleeftijd voor strafrechtelijke aansprakelijkheid moet omhoog. De leeftijd waarop kinderen voor een strafbaar feit kunnen worden vervolgd in Nederland ligt laag, namelijk op 12 jaar. Net als de RSJ vinden wij dat een verhoging naar tenminste 14 jaar wenselijk is.

De privacy van minderjarige verdachten en veroordeelden moet beter worden beschermd als het gaat om DNA-afname en het gebruik van justitiële gegevens als gevolg van jeugddelicten.

De voorbehouden van Nederland op het VN-Kinderrechtencomité moeten worden ingetrokken. zodat het niet meer mogelijk is om minderjarigen die verdacht worden van lichte delicten zonder advocaat te berechten en ook niet om 16- en 17-jarigen via het volwassenenstrafrecht te berechten.

Download dit hoofdstuk
Casus helpdesk

Het recht op een advocaat

De moeder van Toine (16) belt de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children. Haar zoon is aangehouden voor het medeplegen van een winkeldiefstal. Hij mocht eerst naar huis en is pas een dag later door de politie verhoord. Zijn vriend Paul, die op heterdaad is aangehouden en op het politiebureau moest blijven, is nog dezelfde avond verhoord. Hij had een piket- advocaat die de zaak vooraf met hem besprak en hem tijdens het verhoor bijstond. Aan Toine, die een dag later toch nog naar het politiebureau moest komen voor verhoor, is verteld dat hij een advocaat mag meenemen, maar dat hij of zijn ouders die zelf moeten betalen. Zijn moeder wil dat niet. Zij werkt, maar houdt nauwelijks geld over en wil geen geld uitgeven aan een advocaat. Ze gaat zelf mee naar het politieverhoor.

Toine gaat akkoord met een Halt-afdoening. Hij zegt achteraf dat hij wel een beetje onder druk is gezet. Hij wilde dat het snel voorbij was en wilde niet naar de rechter, maar eigenlijk had hij er niet zoveel mee te maken. Hij was inderdaad samen met zijn vriend Paul in de winkel, maar het was niet zijn idee om de spullen mee te nemen en hij had zelf niks gestolen.

Volgens de nieuwe EU-richtlijn EU 2016/800 hebben minderjarige verdachten van een strafbaar feit voorafgaand en tijdens het politieverhoor recht op een advocaat en kunnen zij daarvan geen afstand doen. Wij vinden het belangrijk dat alle minderjarige verdachten die door de politie, officier van justitie of rechter worden gehoord op gelijke wijze toegang krijgen tot een gratis (piket)advocaat.

kindercorrespondent
  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland

Kinderrechten & Caribisch Nederland

Zorgen

Terwijl het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland voor de regering prioriteit is, zijn er geen cijfers beschikbaar over jeugdhulp, kindermishandeling en jeugdreclassering.

Ook op het terrein van migratie en uitbuiting is geen specifieke data over kinderen beschikbaar. Daardoor is de ernst van de situatie onvoldoende in beeld en monitoring niet mogelijk.

Kinderen in Caribisch Nederland worden al langere tijd disproportioneel getroffen door armoede. Zij krijgen te weinig eten en er is geen geld voor goede kleding. Ook lopen zij een groter risico op verwaarlozing of huiselijk geweld.

Vooruitgang

Beleidsmatig zijn belangrijke stappen gezet voor de kinderen op de BES-eilanden, zoals de aankondiging van het invoeren van jeugdstrafrecht en het sluiten van een bestuursakkoord huiselijk geweld en kindermishandeling. Voor de uitvoering van het akkoord is voor de komende jaren 4,5 miljoen euro ter beschikking gesteld.

De kwaliteit van jeugdzorg en jeugdvoogdij op Bonaire is volgens de inspectie Jeugdzorg verbeterd, al zijn er nog zorgpunten rond de pleegzorg en de wachtlijsten. Er vinden gesprekken plaats over verbeteringen hierin.

En nu

Het ontwikkelen van een dataregistratiesysteem om het welzijn van kinderen in Caribisch Nederland te monitoren moet hoog op de agenda van de Nederlandse regering worden gezet.

Nu de plannen gericht op het verbeteren van de bescherming van kinderen klaar zijn, is het tijd om deze ook daadwerkelijk te gaan uitvoeren. Daarvoor is ondersteuning vanuit de Nederlandse overheid hard nodig.

Onderzocht moet worden of kinderen op de vlucht voldoende bescherming krijgen. Het bestaansminimum voor Caribisch Nederland moet zo snel mogelijk worden vastgesteld, zodat het niveau van de uitkeringen herzien kan worden.

Aandacht voor de bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel voor Caribisch Nederland blijft noodzakelijk. Professionals hebben training nodig in het herkennen van minderjarige slachtoffers van uitbuiting.

Download dit hoofdstuk