Elke oproep tot directe actie blijft onbeantwoord
Het aantal kinderen in noodopvanglocaties is verdrievoudigd: van 2.282 in juli 2022 naar 7.019 in april 2026. Ondanks de belofte van het kabinet om noodopvang af te bouwen, verblijven nog altijd duizenden kinderen langdurig in tijdelijke en ongeschikte noodopvang. Kinderrechtenorganisaties slaan alarm en roepen op tot directe actie.
“Kinderen horen niet maandenlang in tijdelijke en ongeschikte opvanglocaties te verblijven zonder voldoende toegang tot gezondheidszorg, gebrek aan veiligheid en privacy en waar zij lang moeten wachten op onderwijs. Dat is niet alleen schadelijk, het is ook een duidelijke schending van kinderrechten,” zegt Marc Dullaert, voorzitter van het Kinderrechtencollectief dat rapporteert aan het VN-Kinderrechtencomité.
Politieke stilstand
Tijdens het recente Kamerdebat over de spreidingswet werd de ernst van de situatie erkend, maar concrete toezeggingen om kinderen op korte termijn uit de noodopvang te halen, bleven wederom uit. Ook volgende week tijdens het Asiel- en Migratiedebat, staan kinderen in noodopvanglocaties niet op de agenda. Daarmee blijft de realiteit ongewijzigd: kinderen groeien op in omstandigheden die hun gezondheid, veiligheid en ontwikkeling in gevaar brengen.
Willekeur in de opvang
De opvang van asielkinderen in Nederland is bovendien grillig en willekeurig. Of een kind terechtkomt in een noodopvanglocatie of een regulier azc, lijkt vaak toeval. Dat bepaalt in de praktijk of een kind naar school kan, tot rust komt of juist meerdere keren per jaar moet verhuizen. Juist kinderen in de noodopvang hebben dagelijks te maken met schadelijke leefomstandigheden.
In strijd met kinderrechten
De huidige situatie is in strijd met het VN-Kinderrechtenverdrag. Ook het VN-Comité voor de Rechten van het Kind riep Nederland al eerder op om het gebruik van noodopvang voor kinderen te beëindigen en te zorgen voor stabiele, kindgerichte opvang. Uit de nieuwste cijfers blijkt dat er niets verandert. Volgens kinderrechtenorganisaties blijft opvolging van deze aanbevelingen structureel uit.
Nog steeds noodsituatie na 18 maanden
Al in oktober 2024 deed het Kinderrechtencollectief een dringende oproep om het langdurig verblijf van kinderen in noodopvanglocaties te stoppen en kinderrechten structureel leidend te maken in het opvangbeleid. Die oproep werd breed ondersteund door overheidsinspecties waaronder de Inspectie Justitie en Veiligheid, de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd, de Inspectie van het Onderwijs en de Nederlandse Arbeidsinspectie, evenals door AJN Jeugdartsen Nederland, gemeenten, onderwijsorganisaties, hulpverleners en de Kinderombudsman.
Al lange tijd wordt gewaarschuwd voor de ernstige gevolgen voor duizenden kinderen. Anderhalf jaar later blijven concrete verbeteringen echter uit.
Geen effect van beleid
Hoewel het kabinet inzet op afbouw van noodopvang, het COA stabielere financiering krijgt en de spreidingswet gemeenten een grotere rol geeft in het realiseren van opvangplekken, constateren kinderrechtenorganisaties dat deze inspanningen nog geen merkbaar effect hebben op kinderen in de noodopvang. Zowel het Rijk als gemeenten dragen hierin verantwoordelijkheid.
“De politiek erkent het probleem, maar komt al jarenlang niet met een oplossing. Zolang kinderen in de noodopvang zitten, worden hun rechten stelselmatig geschonden. Het is tijd voor onmiddellijke actie,” aldus Marc Dullaert.
Het Kinderrechtencollectief roept het kabinet op om met spoed met een concrete tijdlijn te komen voor het beëindigen van het verblijf van kinderen in noodopvang en om per direct maatregelen te nemen die hun leefomstandigheden verbeteren.
————————————————————————-
Noot voor de redactie:
Voor meer informatie of interviewverzoeken met Marc Dullaert kunt u contact opnemen met Brigitte Boswinkel op 06-8313 4883 of b.boswinkel@kinderrechten.nl
Over het Kinderrechtencollectief
Het Kinderrechtencollectief is een samenwerkingsverband van toonaangevende Nederlandse organisaties dat onafhankelijk toezicht houdt op de naleving van kinderrechten in Nederland. Het collectief brengt structureel in kaart waar de positie van kinderen onder druk staat en adviseert over noodzakelijke verbeteringen in beleid en praktijk.
Het bestaat uit vijf kernleden: Augeo Foundation, Defence for Children, Kinderpostzegels, Save the Children en Terre des Hommes, met het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) als onafhankelijk kennispartner, en een brede kring van aangesloten maatschappelijke organisaties.
Het Kinderrechtencollectief heeft het mandaat om onafhankelijke rapportages op te stellen voor het VN-Kinderrechtencomité over de stand van kinderrechten in Nederland. Deze rapportage wordt betrokken bij de internationale toetsing van Nederland. Meer informatie: www.kinderrechten.nl
Top 5 kinderrechtenschendingen in noodopvang:
1.Veel verhuizen
Kinderen moeten wel zes tot acht keer verhuizen in hun asielprocedure. Regelmatige verhuizingen zijn schadelijk voor de ontwikkeling van een kind. Zij ervaren hechtingsproblemen en lopen leerachterstand op.
2.Lang wachten op onderwijs
In de wet staat dat een kind binnen drie maanden naar school moet kunnen. Dit wordt zeer vaak niet gehaald. Niet alle noodopvanglocaties hebben een school in de buurt. Of scholen hebben geen plek meer. Daardoor zitten kinderen maandenlang zonder onderwijs. School geeft kinderen houvast en structuur. Deze kinderen willen graag leren om verder te komen. Ook door verhuizingen kan het lang duren voor je op weer een nieuwe school kan beginnen.
3.Gebrek aan privacy en veiligheid
Vaak verblijven kinderen met heel veel mensen in één ruimte of kleinere ruimtes met tussenschotten waar je alles doorheen hoort. Kinderen hebben ruimte nodig om zich even terug te trekken om nieuwe indrukken en ervaringen te kunnen verwerken. En om zich veilig te voelen. Er is ook veel lawaai, slecht slapen leidt tot weinig concentratie op school en een somber gevoel.
4.Gebrek aan gezondheidszorg
De toegang tot medische en psychische zorg op noodopvanglocaties schiet tekort, waardoor kinderen niet de zorg krijgen waar zij behoefte aan hebben. Kinderen missen hun vaccinaties en er wordt niet altijd gescreend op infectieziektes zoals kinkhoest of mazelen. En ze moeten lang wachten voor ze een dokter kunnen zien.
5.Gebrek aan vertrouwenspersoon
Op noodopvanglocaties ontbreekt een aanspreekpunt en luisterend oor voor de kinderen. Als een kind met iemand wil praten, komt hij of zij maanden op een wachtlijst.



