Het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet heeft tijdens de internetconsultatie ongeveer 750 reacties opgeleverd. Een breed palet aan organisaties – van kinderrechtenorganisaties tot jongerenvertegenwoordigers en belangenbehartigers – uit daarin stevige kritiek. De rode draad is duidelijk: kinderrechten zijn onvoldoende leidend geweest bij de totstandkoming van het voorstel.
Fundamentele zorgen van kinderrechtenorganisaties
Organisaties Augeo Foundation en Defence for Children Nederland, beide kernleden van het Kinderrechtencollectief, signaleren fundamentele risico’s. Augeo Foundation wijst erop dat het voorstel te sterk leunt op onbewezen aannames, zoals het idee dat sterkere lokale teams automatisch leiden tot minder behoefte aan specialistische zorg. In de praktijk kan dit er juist toe leiden dat kinderen met complexe problematiek te laat passende hulp krijgen.
Defence for Children Nederland heeft het wetsvoorstel juridisch aan het VN-Kinderrechtenverdrag getoetst en concludeert dat het op meerdere punten wringt. Zo kan de grote beleidsruimte voor gemeenten leiden tot ongelijkheid in toegang tot zorg, terwijl een volwaardige kinderrechtentoets ontbreekt.
Brede kritiek uit het veld
Ook andere partijen delen deze zorgen. Ieder(in), het netwerk voor mensen met een beperking of chronische ziekte, waarschuwt dat de nadruk op ‘eigen kracht’ en het beperken van jeugdhulp juist nadelig uitpakt voor kinderen met een levenslange of complexe beperking. Hun behoefte aan langdurige ondersteuning wordt onvoldoende erkend.
Vanuit jongerenperspectief stelt NJR, het netwerk van jongerenorganisaties, dat financiële overwegingen te dominant zijn. Jongeren ervaren dat zij steeds vaker moeten bewijzen dat zij hulp nodig hebben, terwijl passende alternatieven nog onvoldoende beschikbaar zijn.
De Nationale Kinderombudsman voegt daaraan toe dat het wetsvoorstel de toegang tot jeugdhulp wil beperken, terwijl nog onvoldoende is geborgd dat kinderen daadwerkelijk veilig en kansrijk kunnen opgroeien. Bovendien ontbreekt een transparante uitwerking van de kinderrechtentoets, waardoor niet inzichtelijk is hoe de belangen van kinderen zijn meegewogen. Ook wordt gewezen op risico’s zoals rechtsongelijkheid tussen gemeenten en het tekort aan specialistische zorg en diagnostiek.
Daarnaast benadrukt UNICEF Nederland dat wetgeving moet aansluiten bij wat kinderen nodig hebben, terwijl het voorstel daar onvoldoende vanuit lijkt te vertrekken.
Kinderrechten niet als eerste overweging
Volgens Marc Dullaert, voorzitter van het Kinderrechtencollectief, raakt dit de kern: “Kinderrechten horen de eerste overweging te zijn bij alle wetgeving die kinderen raakt. In dit wetsvoorstel lijkt dat niet het geval.”
Deze uitspraak onderstreept wat in veel consultatiereacties terugkomt: kinderrechten zijn niet systematisch en zichtbaar meegewogen in de beleidskeuzes.
Conclusie: brede en consistente kritiek
De consultatiereacties laten een consistent beeld zien. De nadruk op het beperken van hulp, ‘eigen kracht’ en lokale beleidsruimte kan leiden tot slechtere toegang tot zorg, grotere ongelijkheid en zwakkere rechtsbescherming. Tegelijkertijd zijn kinderrechten onvoldoende zichtbaar verankerd in het wetsvoorstel.
De brede boodschap uit het kinderrechtenveld is helder: zonder fundamentele aanpassingen dreigt het wetsvoorstel niet in het belang van het kind uit te pakken. Kinderrechten moeten niet alleen worden benoemd, maar daadwerkelijk het uitgangspunt vormen van wetgeving en uitvoering.
Meer informatie
De openbare reacties zijn te lezen op: www.internetconsultatie.nl/reikwijdtejeugdwet



