Main content

Al lang voordat de Verenigde Naties in 1989 het Kinderrechtenverdrag aannamen, werd er internationaal gediscussieerd over kinderrechten. In Europa was de ellende die kinderen tijdens de Eerste Wereldoorlog meemaakten aanleiding voor zo’n internationale discussie. De Volkenbond, voorloper van de Verenigde Naties, schreef in 1924 in Genève het eerste officiële kinderrechtendocument: de Verklaring van de Rechten van het Kind. Deze verklaring benoemde onder meer het recht op voedsel en gezondheidszorg en het recht op bescherming tegen uitbuiting. Lees op deze pagina meer over de geschiedenis van het Kinderrechtenverdrag.

Tien beginselen

Helaas troffen de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog ook veel kinderen. Ze stierven van honger, werden gedood in de bombardementen of vermoord in concentratiekampen. Van de kinderen die overleefden raakten velen verweesd of ontheemd. De in 1945 opgerichte Verenigde Naties riepen in 1946 UNICEF in het leven, het United Nations Children’s Emergency Fund.

In 1948 kwam bij de Verenigde Naties eerst de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens tot stand. Elf jaar later, in 1959 kwam er een verklaring specifiek voor kinderen: de Verklaring van de Rechten van het Kind. Deze Verklaring – op 20 november 1959 aanvaard door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties– bevat tien beginselen voor kinderrechten:

  1. non-discriminatie: alle rechten gelden voor alle kinderen
  2. kinderen hebben recht op bijzondere bescherming om zich te kunnen ontwikkelen
  3. ieder kind heeft recht op een naam en nationaliteit
  4. ieder kind heeft recht op sociale zekerheid en gezondheidszorg, waaronder prenatale zorg
  5. kinderen met een handicap hebben recht op bijzondere zorg
  6. ieder kind heeft recht op liefde, begrip en ouderlijke zorg
  7. ieder kind heeft recht op onderwijs
  8. kinderen hebben prioritair recht op hulp
  9. ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling, uitbuiting en kinderarbeid
  10. ieder kind heeft recht op een opvoeding tot begrip en verdraagzaamheid, vrede en vriendschap.

Van Verklaring naar Verdrag

Een verklaring van de Verenigde Naties is niet juridisch bindend. Dat betekent dat een land niet kan worden aangesproken als het zich niet aan de verklaring houdt. In 1978 ontstond daarom bij de Verenigde Naties het idee om de rechten van kinderen in een bindend verdrag vast te leggen. Het duurde nog tot 20 november 1989 tot de lidstaten de verdragstekst unaniem aanvaardden. Precies dertig jaar na de Verklaring van de Rechten van het Kind was het Verdrag voor de Rechten van het Kind een feit. Het Kinderrechtenverdrag stond! Daarmee was het echter nog niet afgelopen. Landen als Nederland moesten eerst terug naar huis en aan de regering de vraag voorleggen of zij zich ook écht aan de verplichtingen uit verdrag wilden binden. Nederland nam in 1990 de eerste belangrijke vervolgstap: het Verdrag werd door Nederland ondertekend. Daarmee sprak Nederland uit van plan te zijn zich te binden aan het verdrag. Om dat officieel te maken moest Nederland nog één stap nemen: het verdrag ratificeren. Dat deed Nederland in 1995. Sindsdien is Nederland dus verplicht zich aan het Kinderrechtenverdrag te houden.

Stand van zaken

Inmiddels is het Kinderrechtenverdrag door 196 landen geratificeerd, alleen de Verenigde Staten heeft dat nog niet gedaan. Daarmee is het Kinderrechtenverdrag het meest geratificeerde mensenrechtenverdrag ter wereld! Het Kinderrechtenverdrag heeft in zijn korte bestaan veel bekendheid verworven en ervoor gezorgd dat er aandacht is voor kinderrechten en dat ze serieus worden genomen. En terecht, aangezien ongeveer een derde van de wereldbevolking kind is. Inmiddels is het Verdrag uitgebreid met drie Facultatieve Protocollen, die nog extra rechten geven aan kinderen. En kinderen kunnen nu eindelijk zelf klagen bij het VN Kinderrechtencomité over een kinderrechtenschending als hun land het derde Facultatieve Protocol waarin dit staat geratificeerd heeft. Langzaam maar zeker winnen kinderrechten dus terrein.