Main content

General Comment nr 11: Over de rechten van inheemse kinderen

Inleiding

De rechten uit het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) gelden voor alle kinderen, dus ook voor inheemse kinderen. Toch komt het in de praktijk vaak voor dat inheemse kinderen niet of in onvoldoende mate deze rechten uit kunnen oefenen. Zo worden bijvoorbeeld veel inheemse kinderen gediscrimineerd. Bijvoorbeeld omdat zij een andere taal spreken of een ander geloof belijden dan de rest van de bevolking in het land. Het Kinderrechtencomité onderkent dit probleem en geeft door middel van General Comment 11 de lidstaten handvatten om de rechtspositie van inheemse kinderen te versterken

Algemene beginselen

Een belangrijk recht voor inheemse kinderen is dat zij het recht hebben om hun eigen taal te spreken, hun eigen geloof te belijden en hun eigen cultuur te beleven (art. 30 IVRK). Dit recht geldt zowel voor het kind als individu, als voor kinderen als groep. De lidstaten zijn verplicht om inheemse kinderen tegen elke vorm van discriminatie hiervan te beschermen (art. 2 IVRK). Daarnaast moeten lidstaten in hun besluitvorming rekening houden met de belangen van inheemse kinderen, in het bijzonder met betrekking tot hun culturele rechten.

Het aantal inheemse kinderen dat leeft in extreme armoede of kampt met ondervoeding en ziektes, is schrikbarend hoog. Op grond van het recht op leven en een toereikende levensstandaard (art. 6 en 27 IVRK) zijn lidstaten gehouden om adequate voorzieningen in te richten die aan dit recht vorm geven. Dat kan bijvoorbeeld door deze kinderen voedselprogramma’s aan te bieden of te voorzien van kleding.

Lidstaten moet inheemse kinderen in de gelegenheid stellen om hun mening kenbaar te maken in alle aangelegenheden die hen aangaan (art. 12). Aangezien inheemse kinderen een kwetsbare groep binnen een samenleving vormen, moeten lidstaten obstakels die de participatie van deze kinderen belemmeren wegnemen. En zij moeten een omgeving creëren die inheemse kinderen stimuleert te vertellen hoe zij tegen een bepaalde situatie aankijken.

Burgerrechten en vrijheden

Inheemse kinderen hebben recht op toegang tot informatie in hun eigen taal. Het Kinderrechtencomité roept de lidstaten op om deze kinderen toegang tot media in hun eigen taal te verschaffen.

De lidstaten zijn verplicht om kinderen bij de geboorte te registreren en de nationaliteit van het land te geven. Hiermee worden kinderen volwaardig burgers en kunnen zij aanspraak maken op de rechten en voorzieningen die er in een land zijn.

Het Kinderrechtencomité maakt zich zorgen om het feit dat inheemse kinderen die in zeer afgelegen gebieden wonen een groter risico lopen om niet bij hun geboorte geregistreerd te worden. Op die manier worden zij stateloos en kunnen zij geen aanspraak maken op bijvoorbeeld sociale voorzieningen. De lidstaten moeten maatregelen nemen om dit voorkomen. Bijvoorbeeld door middel van mobiele registratiebureaus.

Ten aanzien van het familieleven geldt dat lidstaten inheemse ouders de vrijheid moeten geven en hun keuzes moeten respecteren om hun kind naar de inheemse standaarden op te voeden. De lidstaten moeten informatie verzamelen over de familiesituatie van inheemse kinderen. Onder meer om hen bij een noodzakelijke uithuisplaatsing een plek te kunnen bieden in een pleeggezin die aansluit bij de culturele en religieuze achtergrond van het inheemse kind.

Alle kinderen hebben recht op de hoogst haalbare medische zorg. Toch lijden inheemse kinderen vaker aan ernstige ziektes als gevolg van ontoegankelijke of kwalitatief ondermaatse gezondheidszorg dan niet-inheemse kinderen. Het Kinderrechtencomité verzoekt de lidstaten met klem om alle mogelijke maatregelen te nemen die inheemse kinderen het recht op gezondheidszorg verzekeren. In dit kader kunnen zij onder meer voorlichting geven over preventieve gezondheidszorg. Ook kunnen zij inheemse dokters onderwijzen de conventionele medische hulp voor kinderen op een effectievere manier uit te oefenen, zonder daarbij afbreuk te doen aan hun cultuur en traditie.

Inheemse kinderen hebben recht op onderwijs in hun eigen taal en onderwijs dat recht doet aan hun culturele identiteit. Door middel van implementatie van het recht op onderwijs worden inheemse kinderen in staat gesteld om voor zichzelf op te komen. Ten aanzien van het basisonderwijs geldt  dat inheemse kinderen dezelfde kansen moeten hebben als niet-inheemse kinderen. Het spreekt voor zich dat discriminatoire uitlatingen jegens de inheemse bevolking uit het lesmateriaal geweerd dienen te worden.

Bijzondere beschermingsmaatregelen

Uit rapporten van het Kinderrechtencomité volgt dat in het bijzonder inheemse kinderen in tijden van interne binnenlandse spanningen of gewapende conflicten een zeer kwetsbare groep vormen. Zij lopen een groot risico slachtoffer te worden van martelingen en verkrachtingen. Lidstaten moeten alert zijn op de gevaren waaraan deze kinderen worden blootgesteld en moeten zich maximaal inspannen preventieve maatregelen te nemen om hen hiervoor te behoeden. Inheemse kinderen die als kindsoldaten hebben moeten dienen, moeten geholpen worden bij het verwerken van hun trauma en ondersteund worden in de hereniging met hun familie.

Kinderen moeten beschermd worden tegen economische uitbuiting en kinderarbeid. Het is niet verboden dat kinderen werken, maar het werk dat zij doen moet wel acceptabel zijn. Zo mogen kinderen bijvoorbeeld niet werken met giftige stoffen, niet als smokkelaar worden ingezet of enig ander werk doen dan schadelijk is voor hun psychische of fysieke gezondheid. Het bestrijden van dergelijke praktijken onder inheemse kinderen kan bewerkstelligd worden door het verschaffen van onderwijs en het versterken van de rechtspositie van het inheemse kind.

Het Kinderrechtencomité is erg bezorgd over niet-geregistreerde inheemse kinderen, in het bijzondere meisjes, die in steden in grote armoede opgroeien. Zij lopen namelijk een groot risico om slachtoffer te worden van seksuele uitbuiting. De lidstaten moeten gerichte preventieve en financiële maatregelen nemen om hen hiertegen te beschermen.

Als gevolg van discriminatie zijn in sommige landen inheemse kinderen in jeugdgevangenissen oververtegenwoordigd. Inheemse kinderen die de fout ingaan hebben recht op een eerlijk proces en moeten zich over de zaak kunnen uitlaten, eventueel met behulp van een advocaat. De lidstaten worden opgeroepen om bij het besluitvorming en uitvoering van het jeugdstrafrechtsysteem het belang van het kind voorop te stellen.

Kijk hier voor de tekst van General Comment nr. 11.