Main content

Alle Kinderrechten

  • 1. Wie is kind

    X

    1. Wie is kind

    Kinderrechten gelden voor alle kinderen. Je bent een kind als je nog geen 18 jaar bent.


  • 2: Geen discriminatie 

    X

    2: Geen discriminatie 

    Alle rechten gelden voor alle kinderen. Het maakt niet uit waar je vandaan komt, hoe je eruitziet en of je rijk bent of arm. Daar mag geen onderscheid in worden gemaakt: geen discriminatie heet dat. De overheid van het land waar je woont moet er alles aan doen om te zorgen dat je krijgt waar je als kind recht op hebt.


  • 3: Belang van kind

    X

    3: Belang van kind

    Soms moet er iets voor jou worden besloten of geregeld. Dan moet altijd eerst worden gekeken naar wat voor jou het beste is. Dat betekent niet altijd dat wat jij wil ook gebeurt. Maar wel dat wat het meest in het belang van jou als kind is heel zwaar weegt.


  • 4: Wat doet de overheid

    X

    4: Wat doet de overheid

    De overheid moet er alles aan doen om te zorgen dat je krijgt waar je recht op hebt. De overheid moet dus regelen dat je veilig en gezond kunt opgroeien. Denk aan zorgen dat er scholen zijn waar je onderwijs kan volgen. Zorgen voor organisaties die jou en je ouders helpen als er problemen zijn. Zorgen voor plekken waar je kunt spelen. En ga zo maar door.

    Rijkere landen moeten andere landen die het minder breed hebben helpen. Zo krijgen ook de kinderen daar waar ze recht op hebben.


  • 5: Rol ouders

    X

    5: Rol ouders

    Je ouders moeten ervoor zorgen dat je gezond te eten krijgt, een veilig huis hebt en naar school kunt gaan. Ook moeten je ouders je liefde, aandacht en waardering geven. Ze moeten je helpen om goed op te groeien, zodat je later ook goed voor jezelf en anderen kunt zorgen. Dat zijn de plichten van ouders. Als je ouders er niet voor kunnen zorgen dat je krijgt waar je recht op hebt, dan moet de overheid daarbij helpen.


  • 6: Leven en ontwikkeling

    X

    6: Leven en ontwikkeling

    Je hebt het recht om te leven. De overheid moet voor een veilige omgeving zorgen waarin je ongestoord kunt opgroeien en je goed kunt ontwikkelen. Een omgeving zonder oorlog of armoede, waar genoeg te eten en drinken is, waar je liefde en aandacht krijgt, waar je naar school kunt gaan en waar je wordt beschermd tegen mishandeling. Maar hier hoort ook bij dat er zorg moet zijn voor als je nog in je moeders buik zit: ook dan ben je je al aan het ontwikkelen en is het belangrijk dat er goede zorg zodat je een goede start kan maken.


  • 7: Naam en nationaliteit

    X

    7: Naam en nationaliteit

    Als je wordt geboren, krijg je een voornaam en een achternaam. Je ouders moeten jouw geboortedag en naam bij het gemeentehuis melden. Dan weet de overheid wie je bent en dat je bestaat. Je moet ook een nationaliteit krijgen.

    Opgroeien doe je als het kan gewoon bij je ouders. Als je niet bij je ouders opgroeit, bijvoorbeeld als je geadopteerd bent of bij pleegouders woont, dan heb je wel het recht om te weten wie je ouders zijn.


  • 8: Identiteit

    X

    8: Identiteit

    Je hebt het recht om je identiteit (wie je bent, hoe je heet, waar je vandaan komt) te beschermen. Je identiteit mag niet zomaar worden veranderd. De overheid moet ervoor zorgen dat je naam, nationaliteit en familie niet van je wordt afgenomen. En als dat wel gebeurd moet de overheid je helpen om het weer te herstellen.


  • 9: Scheiding

    X

    9: Scheiding

    Je moet bij je ouders kunnen wonen en opgroeien. Soms kan dit niet, bijvoorbeeld als je ouders gaan scheiden. Dan moet je in ieder geval met beide ouders contact kunnen houden. Alleen als het echt niet goed voor je is en als jij het niet wilt, kan hier een uitzondering op worden gemaakt. Dan kan het contact met één of met beide ouders worden beperkt of misschien zelfs even helemaal worden verbroken. Bij de beslissing over bij wie jij gaat wonen, mag jij vertellen wat je daarvan vindt. De rechter moet rekening houden met jouw mening.


  • 10: Bij elkaar blijven

    X

    10: Bij elkaar blijven

    Als je vader, moeder of beide ouders in een ander land wonen, moet je bij ze op bezoek kunnen gaan en moeten jullie als gezin bij elkaar kunnen wonen. De overheid van het land waar je ouders wonen, moet hierbij helpen.


  • 11. Geen ontvoering

    X

    11. Geen ontvoering

    Je mag niet ontvoerd worden. Je mag niet zonder dat je het zelf wilt of zonder dat je ouders toestemming hebben gegeven, naar een ander land gebracht worden of gedwongen worden om daar te blijven. Als je vader of moeder dit doet, zonder dat de andere ouder dat goedvindt, mag het ook niet. De overheid moet ervoor zorgen dat dit niet gebeurt.


  • 12: Eigen mening

    X

    12: Eigen mening

    Je mag je mening geven, zeker als het over jouzelf gaat, bijvoorbeeld bij wie je wilt wonen als je ouders gescheiden zijn. Of als je problemen hebt, welke ideeën jij zelf hebt om die problemen op te lossen. Naar jouw mening moet worden gevraagd en ook echt worden geluisterd, ook al zijn het uiteindelijk de volwassenen die de beslissing nemen. De overheid moet daarvoor zorgen. Dit recht is niet afhankelijk van je leeftijd.


  • 13: Mening geven

    X

    13: Mening geven

    Net als volwassenen, hebben ook kinderen recht op vrijheid van meningsuiting. Je bent dus vrij om je mening te geven. Wel moet je daarbij respectvol met anderen omgaan: schelden of iemand beledigen is niet de bedoeling. Als je ergens een mening over wilt hebben, moet je er natuurlijk wel iets vanaf weten. Je bent vrij om informatie te verzamelen om je eigen mening te kunnen vormen.


  • 14: Vrijheid van geloof

    X

    14: Vrijheid van geloof

    Je bent vrij om te denken wat je wilt. Je mag je eigen mening hebben over wat goed en slecht is. Ook mag je geloven wat je wilt: als je gelovig bent, mag je je eigen godsdienst kiezen. Je ouders helpen je daarbij, maar moeten ook altijd naar jouw mening luisteren.


  • 15: Vereniging

    X

    15: Vereniging

    Je mag met andere kinderen bij elkaar komen, lid van een vereninging worden of zelf een club beginnen. Je kunt bijvoorbeeld lid worden van een sportvereninging. Als je met anderen in een groep samenkomt, mogen jullie geen andere kinderen pesten. Ook kinderen moeten de rechten van andere kinderen respecteren.


  • 16: Privacy 

    X

    16: Privacy 

    Niemand mag zich zomaar bemoeien met jouw leven. Mensen mogen niet ongevraagd bij jou thuis komen of zonder dat jij het goedvindt brieven, sms’jes of e-mails bekijken die jij schrijft of krijgt. Als je een dagboek hebt, mag jij bepalen wie daarin mag lezen. En als iemand een foto van jou wil maken en gebruiken, moeten ze dat eerst aan jou en je ouders vragen.

    Zelf moet je ook voorzichtig zijn: op het internet bijvoorbeeld moet je niet zomaar informatie geven over jezelf aan mensen die je niet kent.


  • 17: Informatie 

    X

    17: Informatie 

    Je hebt het recht om informatie te krijgen die begrijpelijk voor je is. Informatie over alles wat voor jou belangrijk is. Je krijgt die informatie thuis, op school, op het internet, via vrienden, televisie, radio, kranten of boeken. De overheid moet ervoor zorgen dat er genoeg begrijpelijke informatie voor je is en je beschermen tegen informatie die niet goed voor je is.

    Om te weten wat er in de wereld gebeurt, kun je in Nederland bijvoorbeeld naar het Jeugdjournaal kijken en de kranten Kidsweek (als je jonger bent dan 12 jaar) of 7Days (als je ouder bent dan 12 jaar) lezen.


  • 18. Opvoeding 

    X

    18. Opvoeding 

    Je ouders moeten voor jou zorgen. Dat betekent dat zij ervoor moeten zorgen dat je liefde en aandacht krijgt, gezond en goed eten, een bed om in te slapen, kleren om aan te trekken en dat je naar school kunt. Ze moeten voor alles zorgen wat je nodig hebt om op een fijne manier op te groeien. De overheid helpt je ouders daarbij met geld, hulp en zorg. Als je ouders werken, moet er kinderopvang zijn. En als het thuis niet goed gaat, moet de overheid ervoor zorgen dat je ergens anders wordt opgevangen.


  • 19: Geen kindermishandeling 

    X

    19: Geen kindermishandeling 

    Je mag niet mishandeld of misbruikt worden en mensen mogen jou niet slaan of op een andere manier geweld aandoen. Je mag niet uitgescholden of vernederd worden. Ouders en anderen die voor je zorgen, moeten genoeg aandacht voor je hebben. De overheid moet je beschermen tegen mishandeling, misbruik en verwaarlozing. Als je wel mishandeld wordt, moet je meteen hulp krijgen.

    Als je mishandeld wordt, is het moeilijk om het aan iemand anders te vertellen. Veel kinderen schamen zich of zijn bang dat ze bij hun ouders worden weggehaald. Toch is het belangrijk om erover te praten met iemand die je kunt vertrouwen. Dat kan een familielid zijn of misschien een leraar, een buurman of buurvrouw. In Nederland kun je ook altijd bellen met de Kindertelefoon: 0800-0432 (dit is gratis!).


  • 20: Bescherming kinderen zonder gezin 

    X

    20: Bescherming kinderen zonder gezin 

    Dit kinderrecht is speciaal voor kinderen die niet thuis wonen bij hun moeder en vader. Deze kinderen komen terecht bij familie, bij een pleeggezin of in een opvanghuis. De voorkeur gaat uit naar een zin omdat ieder kind het recht heeft om in een liefdevol gezin te wonen. Kinderen die een tijdje niet bij hun eigen gezin kunnen wonen, hebben recht op extra bescherming van de overheid.


  • 21: Adoptie

    X

    21: Adoptie

    Sommige kinderen zijn geadopteerd. Dat betekent dat ze een andere vader en moeder krijgen dan hun ‘echte’ ouders. Dat mag als het beter is voor het kind, maar het kan niet zomaar. Er moet goed op gelet worden dat je terechtkomt bij de goede adoptieouders. Je kan binnen je eigen land geadopteerd worden, of naar adoptieouders gaan uit een ander land. Maar: er gelden wel strenge regels. Dit is nodig om misbruik, zoals kinderhandel, te voorkomen.


  • 22: Vluchtelingen

    X

    22: Vluchtelingen

    Vluchtelingenkinderen zijn kinderen die hun land moeten verlaten omdat daar oorlog is of omdat ze daar niet veilig kunnen wonen. Veel van hen komen in grote vluchtelingenkampen terecht waar ze vaak in tenten leven en weinig eten hebben. Sommige vluchtelingenkinderen komen naar Nederland. Soms in hun eentje, soms ook met hun vader of moeder en broertjes of zusjes. Vluchtelingenkinderen hebben geen makkelijk leven, daarom hebben ze recht op extra hulp en bescherming. En als het nodig moeten ze in het land kunnen blijven waar ze naartoe zijn gevlucht.


  • 23: Handicap

    X

    23: Handicap

    Als je gehandicapt bent, is het vaak moeilijker om dezelfde dingen te doen als kinderen die niet gehandicapt zijn. De overheid ervoor zorgen dat kinderen met een beperking zo normaal mogelijk kunnen leven. Dat betekent dat ze recht hebben om zoveel mogelijk thuis te wonen en naar een gewone school te gaan. Als dat niet kan, moet er een speciale school of een goed tehuis voor ze zijn.


  • 24: Gezondheid 

    X

    24: Gezondheid 

    Als je ziek bent of je hebt iets meegemaakt waardoor je in de war bent, dan heb je recht op hulp. Je ouders of verzorgers moeten ervoor zorgen dat je die hulp krijgt. En de overheid moet ervoor zorgen dat er genoeg goede dokters en andere personen bij om je daarbij te helpen. Ook moeten er genoeg goede plekken zijn waar je geholpen kan worden, zoals ziekenhuizen. Maar er moet ook genoeg worden gedaan om te voorkomen dat je ziek wordt. Voorkomen is namelijk beter dan genezen. Daarom moet er genoeg informatie zijn over gezond leven en opgroeien en moet je ergens terecht kunnen als je daar wat hulp bij nodig hebt. Rijkere landen zoals Nederland moeten armere landen helpen om de kinderen daar gezond te laten opgroeien.


  • 25: Evaluatie uithuisplaatsing

    X

    25: Evaluatie uithuisplaatsing

    Soms is het beter voor kinderen om niet meer thuis te wonen. Dan gaan ze wonen bij familie, in een pleeggezin of in een opvanghuis. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de ouders niet goed voor ze kunnen zorgen. Als je uit huis wordt geplaatst, heb je het recht om contact te hebben met je ouders, maar alleen als dat niet slecht voor je is. Ook moet er regelmatig worden gekeken of je misschien alweer terug naar huis wilt en kunt.


  • 26: Financiële hulp 

    X

    26: Financiële hulp 

    Je hebt als kind recht op financiële hulp van de overheid als je dat nodig hebt. Als jouw ouders bijvoorbeeld niet kunnen werken, dan hebben ze recht op een uitkering. Dan krijgen ze geld zodat ze voor zichzelf en voor jou kunnen zorgen.


  • 27: Eten, een huis, kleren en meer

    X

    27: Eten, een huis, kleren en meer

    Je hebt recht op een huis om in te wonen, elke dag eten en drinken en kleren om aan te trekken. Dit zijn allemaal basisdingen die je nodig hebt om goed te kunnen opgroeien. Hier moeten je ouders voor zorgen. Als ze dat niet kunnen, moet de overheid je ouders helpen.


  • 28: Onderwijs 

    X

    28: Onderwijs 

    Je hebt het recht om naar school te gaan. Je hebt ook de plicht om naar school te gaan, dat betekent dat je naar school moet om te leren over de wereld en om later voor jezelf te kunnen zorgen. De overheid moet ervoor zorgen dat de basisschool gratis is en dat je ook daarna goed middelbaar en hoger onderwijs kunt volgen. Landen moeten elkaar helpen om te zorgen dat ieder kind naar school kan.


  • 29: Wat je moet leren 

    X

    29: Wat je moet leren 

    Je moet op school je talenten kunnen ontwikkelen. Of het nu gaat om tekenen of taal, rekenen of sport. Je moeten leren wat je nodig hebt om later voor jezelf te zorgen en ook goed voor anderen te zijn. Je moet op school ook leren over kinderrechten. En je moet leren om anderen en de natuur te respecteren. Je leeft immers niet in je eigen wereld, maar samen met anderen in dezelfde wereld.


  • 30: Eigen cultuur 

    X

    30: Eigen cultuur 

    Kinderen met een taal en cultuur die anders is dan die van de meeste mensen in het land waar ze wonen, hebben het recht om hun eigen taal te spreken en hun eigen cultuur en geloof te beleven.

    Bijvoorbeeld kinderen uit Afrika of Azië die in Nederland wonen. Zij mogen in Nederland hun eigen godsdienst beleven en naast Nederlands ook hun eigen taal spreken. De overheid moet ervoor zorgen dat dat kan. Deze kinderen mogen niet slechter behandeld worden dan Nederlandse kinderen omdat ze er misschien anders uitzien of thuis een andere taal spreken.


  • 31 – Spelen en vrije tijd

    X

    31 – Spelen en vrije tijd

    Je hebt als kind recht op vrije tijd en rust. In je vrije tijd moet je kunnen spelen, iets kunnen doen waar je van houdt. Spelen is niet alleen leuk, je leert door te spelen ook hoe je sommige problemen kunt oplossen en om te gaan met andere kinderen. Er moeten veilige speelplekken zijn in iedere buurt. Ook moet het voor alle kinderen mogelijk zijn om naar een museum, film of toneelstuk te gaan.


  • 32: Geen kinderarbeid 

    X

    32: Geen kinderarbeid 

    Je mag geen werk doen dat niet goed is voor je gezondheid of waardoor je niet naar school kunt gaan. Landen moeten duidelijke afspraken maken over hoe oud je moet zijn om betaald werk te mogen doen en hoeveel uur je per dag of week mag werken. In Nederland mag je bijvoorbeeld vanaf je 13de werken buiten schooltijd. Daar zijn wel speciale regels voor.


  • 33: Geen drugs 

    X

    33: Geen drugs 

    Ieder kind moet beschermd worden tegen drugs. Misschien ken je wel wat namen van drugs, bijvoorbeeld hasj of cocaïne. Maar wist je dat alcohol en sigaretten ook drugs zijn? Drugs zijn ongezond en als je ze gebruikt kun je vaak moeilijk stoppen. Je moet beschermd worden tegen drugsgebruik en op school leren over de risico’s ervan.


  • 34: Geen seksueel misbruik 

    X

    34: Geen seksueel misbruik 

    Mensen mogen jou niet tot seks dwingen of op je inpraten totdat je het doet. Dat heet seksueel misbruik en dat is verboden. Je moet daartegen worden beschermd, en als het je overkomt, moet je goede hulp krijgen.

    Als je misbruikt wordt, is het soms moeilijk om dat aan iemand te vertellen. Toch is het belangrijk om erover te praten. Dat kan met een familielid of iemand anders die je vertrouwt. Als je het tegen niemand durft te zeggen, kun je altijd de Kindertelefoon bellen en erover praten. Dit kan ook zonder dat je hoeft te vertellen hoe je heet. Het nummer is 0800-0432 en bellen is gratis.

    Het is ook verboden om geld te verdienen aan kinderen die gedwongen worden seks te hebben (dat heet kinderprostitutie). En er mogen geen foto’s of films van kinderen gemaakt worden die met seks te maken hebben (dat heet kinderpornografie). Mensen die dit doen, moeten daarvoor gestraft worden.


  • 35: Geen kinderhandel 

    X

    35: Geen kinderhandel 

    Je mag als kind niet worden ontvoerd of verkocht. Soms worden kinderen die zijn geboren in arme families of zijn weggelopen van huis naar een ander land gebracht en worden ze daar gedwongen te werken. Dit heet kinderhandel en is verboden. Landen moeten met elkaar samenwerken om te voorkomen dat dit gebeurt.


  • 36: Geen uitbuiting

    X

    36: Geen uitbuiting

    Je hebt recht op bescherming tegen alle manieren van uitbuiting. Dat betekent dat anderen jou niet mogen gebruiken voor dingen die schadelijk zijn voor jou.


  • 37: Opsluiten van kinderen 

    X

    37: Opsluiten van kinderen 

    Als je iets doet wat niet mag, moet je hulp krijgen van een advocaat om voor je rechten op te komen. Je mag niet zomaar worden opgesloten in een gevangenis. Het opsluiten van kinderen is een uitzondering en mag alleen als een kinderrechter besluit dat het niet anders kan. En als het al moet, dan moeten er speciale plekken zijn waar dat gebeurt, zoals een jeugdgevangenis. Als je tijdelijk bent opgesloten moet je goed en respectvol behandeld worden. En natuurlijk moet je gewoon onderwijs krijgen, contact kunnen hebben met je familie en bezoek kunnen krijgen.Het is verboden om kinderen de doodstraf of een levenslange gevangenisstraf te geven.

    In Nederland kun je vanaf 12 jaar voor de rechter komen als je iets doet wat niet mag. Als je iets heel ergs hebt gedaan, kun je in een jeugdgevangenis komen. Veel kinderen die door de politie worden opgepakt, hebben problemen thuis. Zij hebben hulp nodig om hun leven te verbeteren. Opsluiten helpt daar niet bij. Als kinderen toch naar de gevangenis moeten, dan moeten mensen altijd rekening houden met hun leeftijd. De tijd die ze in gevangenis zitten, moet zo kort mogelijk zijn en kinderen mogen niet tussen volwassenen gevangen zitten. Marteling en andere vormen van wrede bestraffing van kinderen zijn verboden.


  • 38: Bescherming tegen oorlog 

    X

    38: Bescherming tegen oorlog 

    Als er in een land oorlog is, hebben kinderen recht op extra bescherming en zorg. Voor kinderen die jonger zijn dan 15 jaar is het verboden om mee te vechten in het leger. In sommige landen vechten toch kinderen mee in de oorlog. Kinderen die als soldaat meedoen aan een oorlog, worden hier meestal toe gedwongen. Kindsoldaten maken vreselijke dingen mee die ze hun hele leven niet meer vergeten.

    Als je het wilt, mag je in Nederland bij het leger als je 17 jaar bent, maar je mag pas meevechten vanaf je 18de.


  • 39: Zorg voor slachtoffers 

    X

    39: Zorg voor slachtoffers 

    Als je het slachtoffer bent van geweld, oorlog, mishandeling, seksueel misbruik, verwaarlozing of uitbuiting moet je goede hulp krijgen. Je moet geholpen worden om weer verder te kunnen met je leven.


  • 40: Kinderstrafrecht 

    X

    40: Kinderstrafrecht 

    Kinderen moeten straffen krijgen die bij kinderen passen. Als je iets doet wat volgens de wet verboden is, moet een kinderrechter bepalen wat voor straf je krijgt. Daarbij moet hij of zij rekening houden met je leeftijd. Je moet hulp kunnen krijgen van iemand die de wet goed kent, bijvoorbeeld een advocaat. Ook is het belangrijk dat je na je straf weer goed verder kunt leven.

    Nederland heeft een voorbehoud gemaakt op dit artikel. De reden hiervoor is dat je in Nederland in sommige gevallen volgens de regels van het volwassenenstrafrechrecht kan worden gestraft. Dat kan pas vanaf je zestiende en alleen in uitzonderingsgevallen. Toch is dit niet helemaal in lijn met het Kinderrechtenverdrag. Je mag volgens het verdrag namelijk niet discrimineren tussen kinderen, ook niet op basis van leeftijd. Bovendien kan je volgens het volwassenenstrafrecht bepaalde straffen krijgen die voor kinderen verboden zijn.


  • 41: Betere regels 

    X

    41: Betere regels 

    Het kan zijn dat in de wet van een land regels zijn afgesproken, die nog beter zijn voor kinderen, dan de regels in het Kinderrechtenverdrag. Dan gaan die regels voor. Dat is zo voor regels in één land maar ook voor afspraken tussen meer landen.


  • 42: Info rechten

    X

    42: Info rechten

    Als je niet weet wat je rechten zijn, kun je ook niet voor je rechten opkomen. Daarom moeten jij en ook bijvoorbeeld je ouders informatie krijgen over je rechten. De overheid moet ervoor zorgen dat iedereen weet welke kinderrechten er zijn.


  • 43: Toezicht

    X

    43: Toezicht

    Een groep mensen van over de hele wereld die veel van kinderrechten weten zitten in het Kinderrechtencomité, en controleert of de landen die beloofd hebben om zich aan kinderrechten te houden, dit ook daadwerkelijk doen.


  • 44: Verslag uitbrengen

    X

    44: Verslag uitbrengen

    Alle landen die beloofd hebben zich aan kinderrechten te houden, schrijven elke vijf jaar aan het Kinderrechtencomité hoe het daarmee gaat. Als het niet goed gaat met de kinderrechten in een land, vertelt het Kinderrechtencomité hoe het beter kan.


  • 45: Organisaties voor kinderen

    X

    45: Organisaties voor kinderen

    Organisaties die met en voor kinderen werken, moeten er goed op letten dat kinderen krijgen waar ze recht op hebben. Ze mogen ook naar het Kinderrechtencomité schrijven over hoe het gaat met de kinderrechten in een land. Jongeren kunnen daarbij zelf hun mening geven en met het Kinderrechtencomité gaan praten.


    In Nederland verzorgt het Kinderrechtencollectief de rapportages van de kinderrechtenorganisaties aan het Kinderrechtencomité.


  • 46-54: Regels Verdrag

    X

    46-54: Regels Verdrag

    In de laatste artikelen van het Kinderrechtenverdrag staan regels over het verdrag zelf. Zoals dat alle Staten ervoor mogen kiezen om partij te worden, wanneer het verdrag in werking treedt en welke procedure geldt om wijzigingen aan te brengen (dat kan niet zomaar!). Regels over regels dus. Niet het meeste spannende deel van het verdrag, maar toch ook belangrijk. Stel je namelijk voor dat wel zomaar mogelijk was om de afspraken uit het verdrag te veranderen? Dat zou toch een beetje gek zijn. Kinderrechten hebben net als kinderen ook een beetje bescherming nodig.


  • Alle kinderrechten

    X

    Alle kinderrechten

    Hieronder vind je alle kinderrechten op een rijtje.

     

    Artikel 1. Voor wie zijn er kinderrechten?

    Kinderrechten gelden voor alle kinderen. Je bent een kind als je nog geen 18 jaar bent.

    Artikel 2. Geen discriminatie 

    Alle rechten gelden voor alle kinderen. Het maakt niet uit waar je vandaan komt, hoe je eruitziet en of je rijk bent of arm. De overheid van het land waar je woont moet er alles aan doen om te zorgen dat je krijgt waar je als kind recht op hebt.

    Artikel 3.  Belang van het kind gaat vóór alles

    Als er iets voor jou moeten worden besloten of geregeld, moet altijd eerst worden gekeken naar wat voor jou het beste is. Dat betekent niet altijd dat wat jij wil ook gebeurt. Maar wel dat wat het meest in jouw belang is heel zwaar weegt.

    Artikel 4. Wat moet de overheid doen?

    De overheid moet er alles aan doen om te zorgen dat je krijgt waar je recht op hebt zodat je veilig en gezond kunt opgroeien. Zo moeten er scholen zijn waar je onderwijs kan volgen. Organisaties die jou en je ouders helpen als er problemen zijn. Plekken waar je kunt spelen. En ga zo maar door. Rijkere landen moeten landen die armer zijn helpen, zodat ook de kinderen daar krijgen waar ze recht op hebben.

    Artikel 5. Wat moeten ouders doen? 

    Je ouders moeten ervoor zorgen dat je gezond te eten krijgt, een veilig huis hebt en naar school kunt gaan. Ook moeten je ouders je liefde, aandacht en waardering geven. Ze moeten je helpen om goed op te groeien, zodat je later ook goed voor jezelf en anderen kunt zorgen. Als je ouders er niet voor kunnen zorgen dat je krijgt waar je recht op hebt, dan moet de overheid daarbij helpen.

    Artikel 6. Leven en ontwikkelen 

    Je hebt het recht om te leven. De overheid moet voor een veilige omgeving zorgen waarin je ongestoord kunt opgroeien en je goed kunt ontwikkelen. Een omgeving zonder oorlog of armoede, waar genoeg te eten en drinken is, waar je liefde en aandacht krijgt, waar je naar school kunt gaan en waar je wordt beschermd tegen mishandeling. Hier hoort ook bij dat er zorg moet zijn voor als je nog in je moeders buik zit: je bent je dan al aan het ontwikkelen en is het belangrijk dat er goede zorg zodat je een goede start kan maken.

    Artikel 7. Naam en nationaliteit 

    Als je wordt geboren, krijg je een voornaam en een achternaam. Je ouders moeten jouw geboortedag en naam bij het gemeentehuis melden. Dan weet de overheid wie je bent en dat je bestaat. Je moet ook een nationaliteit krijgen.

    Opgroeien doe je als het kan gewoon bij je ouders. Als je niet bij je ouders opgroeit, bijvoorbeeld als je geadopteerd bent of bij pleegouders woont, dan heb je wel het recht om te weten wie je ouders zijn.

    Artikel 8.  Identiteit 

    Je hebt het recht om je identiteit (wie je bent, hoe je heet, waar je vandaan komt) te beschermen. Je identiteit mag niet zomaar worden veranderd. De overheid moet ervoor zorgen dat je naam, nationaliteit en familie niet van je wordt afgenomen. En als dat wel gebeurd moet de overheid je helpen om het weer te herstellen.

    Artikel 9. Scheiding 

    Je moet bij je ouders kunnen wonen en opgroeien. Als dit echt niet kan, bijvoorbeeld als je ouders gaan scheiden, moet je in ieder geval met beide ouders contact kunnen houden. Alleen als het echt niet goed voor je is en als jij het niet wilt, kan het contact met één of beide ouders worden beperkt of misschien zelfs even helemaal worden verbroken. Bij de beslissing over bij wie jij gaat wonen, mag jij vertellen wat je daarvan vindt. De rechter moet rekening houden met jouw mening.

    Artikel 10. Gezinnen bij elkaar houden

    Als je vader, moeder of beide ouders in een ander land wonen, moet je bij ze op bezoek kunnen gaan en moeten jullie als gezin bij elkaar kunnen wonen. De overheid van het land waar je ouders wonen, moet hierbij helpen.

    Artikel 11. Ontvoering

    Je mag niet ontvoerd worden. Je mag niet zonder dat je het zelf wilt of zonder dat je ouders toestemming hebben gegeven, naar een ander land gebracht worden of gedwongen worden om daar te blijven. Als je vader of moeder dit doet, zonder dat de andere ouder dat goedvindt, mag het ook niet. De overheid moet ervoor zorgen dat dit niet gebeurt.

    Artikel 12. Eigen mening 

    Je mag je mening geven, zeker als het over jouzelf gaat, bijvoorbeeld bij wie je wilt wonen als je ouders gescheiden zijn. Of als je problemen hebt, welke ideeën jij zelf hebt om die problemen op te lossen. Naar jouw mening moet worden gevraagd en ook echt worden geluisterd, ook al zijn het uiteindelijk de volwassenen die de beslissing nemen. De overheid moet daarvoor zorgen. Dit recht is niet afhankelijk van je leeftijd.

    Artikel 13. Vrij om je mening te geven 

    Je bent vrij om je mening te geven. Wel moet je daarbij respectvol met anderen omgaan: schelden of iemand beledigen is niet de bedoeling. Als je ergens een mening over wilt hebben, moet je er natuurlijk wel iets vanaf weten. Je bent vrij om informatie te verzamelen om je eigen mening te kunnen vormen.

    Artikel 14. Vrij om te denken en geloven 

    Je bent vrij om te denken wat je wilt. Je mag je eigen mening hebben over wat goed en slecht is. Ook mag je geloven wat je wilt: als je gelovig bent, mag je je eigen godsdienst kiezen. Je ouders helpen je daarbij, maar moeten ook altijd naar jouw mening luisteren.

    Artikel 15. Vrij om samen te komen 

    Je mag met andere kinderen bij elkaar komen, lid van een vereninging worden of zelf een club beginnen. Je kunt bijvoorbeeld lid worden van een sportvereniging. Als je met anderen in een groep samenkomt, mogen jullie geen andere kinderen pesten. Ook kinderen moeten de rechten van andere kinderen respecteren.

    Artikel 16. Privacy 

    Niemand mag zich zomaar bemoeien met jouw leven. Mensen mogen niet ongevraagd bij jou thuis komen of zonder dat jij het goedvindt brieven, sms’jes of e-mails bekijken die jij schrijft of krijgt. Als je een dagboek hebt, mag jij bepalen wie daarin mag lezen. En als iemand een foto van jou wil maken en gebruiken, moeten ze dat eerst aan jou en je ouders vragen.

    Zelf moet je ook voorzichtig zijn: op het internet bijvoorbeeld moet je niet zomaar informatie geven over jezelf aan mensen die je niet kent.

    Artikel 17. Informatie 

    Je hebt het recht om informatie te krijgen die begrijpelijk voor je is. Informatie over alles wat voor jou belangrijk is. Je krijgt die informatie thuis, op school, op het internet, via vrienden, televisie, radio, kranten of boeken. De overheid moet ervoor zorgen dat er genoeg begrijpelijke informatie voor je is en je beschermen tegen informatie die niet goed voor je is.
    Om te weten wat er in de wereld gebeurt, kun je in Nederland bijvoorbeeld naar het Jeugdjournaal kijken en de kranten Kidsweek (als je jonger bent dan 12 jaar) of 7Days (als je ouder bent dan 12 jaar) lezen.

    Artikel 18. Goede opvoeding 

    Je ouders moeten voor jou zorgen. Dat betekent dat zij ervoor moeten zorgen dat je liefde en aandacht krijgt, gezond en goed eten, een bed om in te slapen, kleren om aan te trekken en dat je naar school kunt. Ze moeten voor alles zorgen wat je nodig hebt om op een fijne manier op te groeien. De overheid helpt je ouders daarbij met geld, hulp en zorg. Als je ouders werken, moet er kinderopvang zijn. En als het thuis niet goed gaat, moet de overheid ervoor zorgen dat je ergens anders wordt opgevangen.

    Artikel 19. Bescherming tegen kindermishandeling 

    Je mag niet mishandeld of misbruikt worden en mensen mogen jou niet slaan of op een andere manier geweld aandoen. Je mag niet uitgescholden of vernederd worden. Ouders en anderen die voor je zorgen, moeten genoeg aandacht voor je hebben. De overheid moet je beschermen tegen mishandeling, misbruik en verwaarlozing. Als je wel mishandeld wordt, moet je meteen hulp krijgen.

    Als je mishandeld wordt, is het moeilijk om het aan iemand anders te vertellen. Veel kinderen schamen zich of zijn bang dat ze bij hun ouders worden weggehaald. Toch is het belangrijk om erover te praten met iemand die je kunt vertrouwen. Dat kan een familielid zijn of misschien een leraar, een buurman of buurvrouw. In Nederland kun je ook altijd bellen met de Kindertelefoon: 0800-0432 (dit is gratis!).

    Artikel 20.  Bescherming van kinderen zonder gezin 

    Dit kinderrecht is speciaal voor kinderen die niet thuis wonen bij hun moeder en vader. Deze kinderen komen terecht bij familie, bij een pleeggezin of in een opvanghuis. De voorkeur gaat uit naar een zin omdat ieder kind het recht heeft om in een liefdevol gezin te wonen. Kinderen die een tijdje niet bij hun eigen gezin kunnen wonen, hebben recht op extra bescherming van de overheid.

    Artikel 21. Adoptie 

    Sommige kinderen zijn geadopteerd. Dat betekent dat ze een andere vader en moeder krijgen dan hun ‘echte’ ouders. Dat mag als het beter is voor het kind, maar het kan niet zomaar. Er moet goed op gelet worden dat je terechtkomt bij de goede adoptieouders. Je kan binnen je eigen land geadopteerd worden, of naar adoptieouders gaan uit een ander land. Maar: er gelden wel strenge regels. Dit is nodig om misbruik, zoals kinderhandel, te voorkomen.

    Artikel 22. Vluchtelingenkinderen 

    Vluchtelingenkinderen zijn kinderen die hun land moeten verlaten omdat daar oorlog is of omdat ze daar niet veilig kunnen wonen. Veel van hen komen in grote vluchtelingenkampen terecht waar ze vaak in tenten leven en weinig eten hebben. Sommige vluchtelingenkinderen komen naar Nederland. Soms in hun eentje, soms ook met hun vader of moeder en broertjes of zusjes. Vluchtelingenkinderen hebben geen makkelijk leven, daarom hebben ze recht op extra hulp en bescherming. En als het nodig moeten ze in het land kunnen blijven waar ze naartoe zijn gevlucht.

    Artikel 23. Gehandicapte kinderen 

    Als je gehandicapt bent, is het vaak moeilijker om dezelfde dingen te doen als kinderen die niet gehandicapt zijn. De overheid moet ervoor zorgen dat kinderen met een beperking zo normaal mogelijk kunnen leven. Dat betekent dat ze recht hebben om zoveel mogelijk thuis te wonen en naar een gewone school te gaan. Als dat niet kan, moet er een speciale school of een goed tehuis voor ze zijn.

    Artikel 24. Gezondheid 

    Als je ziek bent of je hebt iets meegemaakt waardoor je in de war bent, dan heb je recht op hulp. Je ouders of verzorgers moeten ervoor zorgen dat je die hulp krijgt. En de overheid moet ervoor zorgen dat er genoeg goede dokters en andere personen bij om je daarbij te helpen. Ook moeten er genoeg goede plekken zijn waar je geholpen kan worden, zoals ziekenhuizen. Maar er moet ook genoeg worden gedaan om te voorkomen dat je ziek wordt. Voorkomen is namelijk beter dan genezen. Daarom moet er genoeg informatie zijn over gezond leven en opgroeien en moet je ergens terecht kunnen als je daar wat hulp bij nodig hebt.

    Artikel 25. Kinderen die niet thuis wonen 

    Soms is het beter voor kinderen om niet meer thuis te wonen. Dan gaan ze wonen bij familie, in een pleeggezin of in een opvanghuis. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de ouders niet goed voor ze kunnen zorgen. Als je uit huis wordt geplaatst, heb je het recht om contact te hebben met je ouders, maar alleen als dat niet slecht voor je is. Ook moet er regelmatig worden gekeken of je misschien alweer terug naar huis wilt en kunt.

    Artikel 26. Financiële hulp 

    Je hebt als kind recht op financiële hulp van de overheid als je dat nodig hebt. Als jouw ouders bijvoorbeeld niet kunnen werken, dan hebben ze recht op een uitkering. Dan krijgen ze geld zodat ze voor zichzelf en voor jou kunnen zorgen.

    Artikel 27. Eten, een huis, kleren en meer

    Je hebt recht op een huis om in te wonen, elke dag eten en drinken en kleren om aan te trekken. Dit zijn allemaal basisdingen die je nodig hebt om goed te kunnen opgroeien. Hier moeten je ouders voor zorgen. Als ze dat niet kunnen, moet de overheid je ouders helpen.

    Artikel 28. Onderwijs

    Je hebt het recht (maar ook de plicht) om naar school te gaan. Daar kan je leren over de wereld en over dingen die je nodig hebt om later voor jezelf te kunnen zorgen. De overheid moet ervoor zorgen dat de basisschool gratis is en dat je ook daarna goed middelbaar en hoger onderwijs kunt volgen.

    Artikel 29. Wat je moet leren 

    Je moet op school je talenten kunnen ontwikkelen. Of het nu gaat om tekenen of taal, rekenen of sport. Je moeten leren wat je nodig hebt om later voor jezelf te zorgen en ook goed voor anderen te zijn. Je moet op school ook leren over kinderrechten. En je moet leren om anderen en de natuur te respecteren. Je leeft immers niet in je eigen wereld, maar samen met anderen in dezelfde wereld.

    Artikel 30. Eigen taal en cultuur 

    Kinderen met een taal en cultuur die anders is dan die van de meeste mensen in het land waar ze wonen, hebben het recht om hun eigen taal te spreken en hun eigen cultuur en geloof te beleven.

    Bijvoorbeeld kinderen uit Afrika of Azië die in Nederland wonen. Zij mogen in Nederland hun eigen godsdienst beleven en naast Nederlands ook hun eigen taal spreken. De overheid moet ervoor zorgen dat dat kan. Deze kinderen mogen niet slechter behandeld worden dan Nederlandse kinderen omdat ze er misschien anders uitzien of thuis een andere taal spreken.

    Artikel 31. Spelen en vrije tijd 

    Je hebt als kind recht op rust en vrije tijd. In je vrije tijd moet je kunnen spelen, iets kunnen doen waar je van houdt. Spelen is niet alleen leuk, je leert door te spelen ook hoe je sommige problemen kunt oplossen en om te gaan met andere kinderen. Er moeten veilige speelplekken zijn in iedere buurt en het moet voor alle kinderen mogelijk zijn om naar een museum, film of toneelstuk te gaan.

    Artikel 32. Geen kinderarbeid 

    Je mag geen werk doen dat niet goed is voor je gezondheid of waardoor je niet naar school kunt gaan. Landen moeten duidelijke afspraken maken over hoe oud je moet zijn om betaald werk te mogen doen en hoeveel uur je per dag of week mag werken. In Nederland mag je bijvoorbeeld vanaf je 13de werken buiten schooltijd. Daar zijn wel speciale regels voor.

    Artikel 33. Geen drugs 

    Ieder kind moet beschermd worden tegen drugs. Misschien ken je wel wat namen van drugs, bijvoorbeeld hasj of cocaïne. Maar wist je dat alcohol en sigaretten ook drugs zijn? Drugs zijn ongezond en als je ze gebruikt kun je vaak moeilijk stoppen. Je moet beschermd worden tegen drugsgebruik en op school leren over de risico’s ervan.

    Artikel 34. Geen seksueel misbruik 

    Mensen mogen jou niet tot seks dwingen of op je inpraten totdat je het doet. Dat heet seksueel misbruik en dat is verboden. Je moet daartegen worden beschermd, en als het je overkomt, moet je goede hulp krijgen.

    Als je misbruikt wordt, is het soms moeilijk om dat aan iemand te vertellen. Toch is het belangrijk om erover te praten. Dat kan met een familielid of iemand anders die je vertrouwt. Als je het tegen niemand durft te zeggen, kun je altijd de Kindertelefoon bellen en erover praten. Dit kan ook zonder dat je hoeft te vertellen hoe je heet. Het nummer is 0800-0432 en bellen is gratis.

    Het is ook verboden om geld te verdienen aan kinderen die gedwongen worden seks te hebben (dat heet kinderprostitutie). En er mogen geen foto’s of films van kinderen gemaakt worden die met seks te maken hebben (dat heet kinderpornografie). Mensen die dit doen, moeten daarvoor gestraft worden.

    Artikel 35. Geen kinderhandel 

    Je mag als kind niet worden ontvoerd of verkocht. Soms worden kinderen die zijn geboren in arme families of zijn weggelopen van huis naar een ander land gebracht en worden ze daar gedwongen te werken. Dit heet kinderhandel en is verboden. Landen moeten met elkaar samenwerken om te voorkomen dat dit gebeurt.

    Artikel 36. Geen uitbuiting

    Je hebt recht op bescherming tegen alle manieren van uitbuiting. Dat betekent dat anderen jou niet mogen gebruiken voor dingen die schadelijk zijn voor jou.

    Artikel 37. Opsluiten van kinderen 

    Als je iets doet wat niet mag, moet je hulp krijgen van een advocaat om voor je rechten op te komen. Je mag niet zomaar worden opgesloten in een gevangenis. Het opsluiten van kinderen is een uitzondering en mag alleen als een kinderrechter besluit dat het niet anders kan. En als het al moet, dan moeten er speciale plekken zijn waar dat gebeurt, zoals een jeugdgevangenis. Ook als je tijdelijk bent opgesloten moet je goed en respectvol behandeld worden. En natuurlijk moet je gewoon onderwijs krijgen, contact kunnen hebben met je familie en bezoek kunnen krijgen. Het is verboden om kinderen de doodstraf of een levenslange gevangenisstraf te geven.

    In Nederland kun je vanaf 12 jaar voor de rechter komen als je iets doet wat niet mag. Als je iets heel ergs hebt gedaan, kun je in een jeugdgevangenis komen. Veel kinderen die door de politie worden opgepakt, hebben problemen thuis. Zij hebben hulp nodig om hun leven te verbeteren. Opsluiten helpt daar niet bij. Als kinderen toch naar de gevangenis moeten, dan moeten mensen altijd rekening houden met hun leeftijd. De tijd die ze in gevangenis zitten, moet zo kort mogelijk zijn en kinderen mogen niet tussen volwassenen gevangen zitten. Marteling en andere vormen van wrede bestraffing van kinderen zijn verboden.

    Artikel 38. Oorlog 

    Als er in een land oorlog is, hebben kinderen recht op extra bescherming en zorg. Voor kinderen die jonger zijn dan 15 jaar is het verboden om mee te vechten in het leger. In sommige landen vechten toch kinderen mee in de oorlog. Kinderen die als soldaat meedoen aan een oorlog, worden hier meestal toe gedwongen. Kindsoldaten maken vreselijke dingen mee die ze hun hele leven niet meer vergeten.

    Als je het wilt, mag je in Nederland bij het leger als je 17 jaar bent, maar je mag pas meevechten vanaf je 18de.

    Artikel 39. Zorg voor slachtoffers 

    Als je het slachtoffer bent van geweld, oorlog, mishandeling, seksueel misbruik, verwaarlozing of uitbuiting moet je goede hulp krijgen. Je moet geholpen worden om weer verder te kunnen met je leven.

    Artikel 40. Kinderstrafrecht 

    Kinderen moeten straffen krijgen die bij kinderen passen. Als je iets doet wat volgens de wet verboden is, moet een kinderrechter bepalen wat voor straf je krijgt. Daarbij moet hij of zij rekening houden met je leeftijd. Je moet hulp kunnen krijgen van iemand die de wet goed kent, bijvoorbeeld een advocaat. Ook is het belangrijk dat je na je straf weer goed verder kunt leven.

    Nederland heeft een voorbehoud gemaakt op dit artikel. De reden hiervoor is dat je in Nederland in sommige gevallen volgens de regels van het volwassenenstrafrechrecht kan worden gestraft. Dat kan pas vanaf je zestiende en alleen in uitzonderingsgevallen. Toch is dit niet helemaal in lijn met het Kinderrechtenverdrag. Je mag volgens het verdrag namelijk niet discrimineren tussen kinderen, ook niet op basis van leeftijd. Bovendien kan je volgens het volwassenenstrafrecht bepaalde straffen krijgen die voor kinderen verboden zijn.

    Artikel 41. Betere regels 

    Het kan zijn dat in de wet van een land regels zijn afgesproken, die nog beter zijn voor kinderen, dan de regels in het Kinderrechtenverdrag. Dan gaan die regels voor. Dat is zo voor regels in één land maar ook voor afspraken tussen meer landen.

    Artikel 42. Informatie over kinderrechten

    Als je niet weet wat je rechten zijn, kun je ook niet voor je rechten opkomen. Daarom moeten jij en ook bijvoorbeeld je ouders informatie krijgen over je rechten. De overheid moet ervoor zorgen dat iedereen weet welke kinderrechten er zijn.

    Artikel 43. Speciaal Comité

    Een groep mensen van over de hele wereld die veel van kinderrechten weten zitten in het Kinderrechtencomité, en controleert of de landen die beloofd hebben om zich aan kinderrechten te houden, dit ook daadwerkelijk doen.

    Artikel 44. Verslag uitbrengen

    Alle landen die beloofd hebben zich aan kinderrechten te houden, schrijven elke vijf jaar aan het Kinderrechtencomité hoe het daarmee gaat. Als het niet goed gaat met de kinderrechten in een land, vertelt het Kinderrechtencomité hoe het beter kan.

    Artikel 45. Organisaties voor kinderen

    Organisaties die met en voor kinderen werken, moeten er goed op letten dat kinderen krijgen waar ze recht op hebben. Ze mogen ook naar het Kinderrechtencomité schrijven over hoe het gaat met de kinderrechten in een land. Jongeren kunnen daarbij zelf hun mening geven en met het Kinderrechtencomité gaan praten. In Nederland verzorgt het Kinderrechtencollectief de rapportages van de kinderrechtenorganisaties aan het Kinderrechtencomité.

    Artikel 46-54. Regels over het Verdrag

    In de laatste artikelen van het Kinderrechtenverdrag staan regels over het verdrag zelf. Zoals dat alle Staten ervoor mogen kiezen om partij te worden, wanneer het verdrag in werking treedt en welke procedure geldt om wijzigingen aan te brengen (dat kan niet zomaar!). Regels over regels dus. Niet het meeste spannende deel van het verdrag, maar toch ook belangrijk. Stel je namelijk voor dat het wel zomaar mogelijk was om de afspraken uit het verdrag te veranderen? Dat zou toch een beetje gek zijn. Kinderrechten hebben net als kinderen ook een beetje bescherming nodig.


Sluiten

Kinderrechten Jaarbericht 2018

Het Jaarbericht Kinderrechten 2018 laat positieve ontwikkelingen zien op het gebied van kinderrechten in Nederland. De overheid werkt aan een meer kindvriendelijke verblijfsregeling voor minderjarige slachtoffers van mensenhandel. De aanpak van kindermishandeling krijgt prioriteit. Er zitten minder kinderen in een politiecel. En er wordt jeugdstrafrecht ontwikkeld voor Caribisch Nederland.

Maar van een aantal groepen kwetsbare kinderen worden de rechten onvoldoende gerespecteerd. Zorgwekkend veel kinderen zitten in de gesloten jeugdzorg. En kinderen die een alternatieve straf krijgen opgelegd, moeten tot een jaar wachten op de uitvoering vanwege tekorten in de jeugdhulp. Over deze en andere groepen kwetsbare kinderen en jongeren gaat dit Jaarbericht.

Over het Jaarbericht

Meer over het jaarbericht

Het Jaarbericht Kinderrechten is de jaarlijkse graadmeter voor de situatie van kinderen in Nederland. Het geeft een overzicht van de situatie van kinderen en jongeren in Nederland en Caribisch Nederland rond vijf thema’s: kindermishandeling, jeugdhulp, jeugdstrafrecht, migratie en uitbuiting.

Het Jaarbericht Kinderrechten is een analyse van de ontwikkelingen op de verschillende thema’s in het afgelopen jaar. Deze analyse is gebaseerd op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en op cijfers van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

In het Jaarbericht staan concrete aanbevelingen aan Tweede Kamerleden, leden van het kabinet en iedereen die met kinderen werkt. Met als doel een betere naleving van kinderrechten in Nederland.

Het Jaarbericht Kinderrechten is uitgave van UNICEF Nederland en Defence for Children.

Bekijk hier eerdere jaarberichten

Kinderrechten &

  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland
  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland

Kinderrechten & migratie

63%

daling van het aantal aanvragen voor de kinderpardonregeling

50

alleenstaande minderjarigen in vreemdelingenbewaring/ grensdetentie

Zorgen

Er zijn in 2017 geen verblijfsvergunningen toegekend op grond van het speciale buitenschuldbeleid voor alleenstaande kinderen, die buiten hun schuld niet kunnen terugkeren naar het land van herkomst. De criteria blijken veel te strikt.

In 2017 zijn 40 kinderen, waaronder 10 alleenstaanden, naar Afghanistan uitgezet, terwijl dit land afgelopen jaar veel gevaarlijker is geworden.

50 alleenstaande kinderen werden in 2017 in detentie geplaatst. Een forse stijging ten opzichte van 2016, toen zaten 30 alleenstaande kinderen in detentie, in 2015 waren dat er slechts 10. Geen enkel kind zou gedetineerd mogen worden op grond van zijn of haar verblijfsstatus. Het VN-Kinderrechtencomité heeft opgeroepen om detentie van migrantenkinderen af te schaffen, maar de Nederlandse overheid werkt niet aan alternatieven voor detentie.

Het aantal kinderpardonaanvragen ligt beduidend lager dan in 2016, toen 270 kinderen een beroep op de regeling deden. In 2017 dienden slechts 100 kinderen een aanvraag in. Vanwege het hoge afwijzingspercentage wordt nauwelijks beroep op de regeling gedaan. Er is nog steeds geen oplossing voor kinderen die volledig in Nederland zijn geworteld. Kinderen worden nog altijd gedwongen om te verhuizen tijdens de asielprocedure, ondanks toezeggingen van de regering om hiermee te stoppen.

Vooruitgang

In 2017 zijn er een aantal positieve ontwikkelingen geweest op het gebied van gezinshereniging. Het Europese Hof van Justitie oordeelde dat een buitenlandse ouder verblijfsrecht kan krijgen om bij haar of zijn Nederlandse kind te zijn. Ook positief is de aanpassing van het gezinsherenigingsbeleid voor vluchtelingen uit Eritrea: als officiële documenten ontbreken worden andere documenten die de identiteit of gezinsband ondersteunen meegenomen.

Ook biedt de IND eerder een DNA-onderzoek aan. Deze aanpassing van het beleid is een belangrijke vooruitgang.

En nu

Het beleid voor alleenstaande kinderen is dringend aan evaluatie toe. Worden de doelstellingen van dit beleid wel bereikt?

De uitzetting van kinderen naar Afghanistan moet worden gestopt.

De Nederlandse overheid zou alternatieven moeten ontwikkelen voor het opsluiten van vluchtelingenkinderen op grond van hun verblijfsrechtelijke status.

Het is van belang dat nogmaals goed gekeken wordt naar het Kinderpardon, dat nog altijd een wassen neus is. Kinderen verkeren nog steeds in onzekerheid.

In navolging van de vorig jaar aangenomen motie om de verhuizingen van kinderen in asielzoekerscentra te stoppen, dient het beleid aangepast te worden.

Download dit hoofdstuk
Casus helpdesk

Vijf jaar onzekerheid is meer dan genoeg

Een meisje, zestien jaar oud, belt naar de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children. Het meisje vertelt dat zij op zevenjarige leeftijd samen met haar ouders naar Nederland is gevlucht. Het gezin komt uit Afghanistan en verblijft inmiddels al negen jaar in Nederland. Ze hebben nog altijd geen verblijfsvergunning.

Het meisje vertelt dat zij hier haar leven heeft opgebouwd: zij gaat naar school, naar een sportclub, heeft vriendinnen en voelt zich Nederlands. De aanvraag voor het kinderpardon is afgewezen omdat de ouders van het meisje onvoldoende meegewerkt zouden hebben aan vertrek.

De Nederlandse overheid wil het meisje en haar ouders terugsturen naar Afghanistan omdat het land veilig genoeg zou zijn. Het tegendeel is echter waar. Bloedige bomaanslagen en ernstige mensen- en kinderrechtenschendingen zijn aan de orde van de dag. Daarnaast is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat de ontwikkeling van kinderen wordt geschaad wanneer zij na vijf jaar verblijf gedwongen worden terug te keren naar het land van herkomst. Het wordt hoog tijd dat de regering luistert naar de stem van gewortelde kinderen, vijf jaar verblijfsonzekerheid is meer dan genoeg

  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland

Kinderrechten & jeugdhulp

21.440

kinderen in pleegzorg

8%

stijging van het aantal kinderen in gesloten jeugdzorg

Zorgen

Ook in 2017 zagen we dat niet alle kinderen de zorg krijgen die zij nodig hebben.

De vraag naar jeugdhulp neemt toe en er is geen zicht op de wachtlijsten. Dit speelt al jaren en er is nog steeds geen oplossing, ondanks de toezegging van VWS-minister De Jonge om de wachtlijstproblematiek te analyseren en met oplossingen te komen.

Er is een groot verschil tussen jeugdhulp in verschillende gemeenten. Het aanbod van zorg aangeboden door gemeenten is niet op orde. Er zijn wachttijden en wachtlijsten. Er ontbreekt regie van de landelijke overheid, zij neemt geen stelselverantwoordelijkheid.

Het aantal kinderen tot 18 jaar in de gesloten jeugdzorg is de laatste jaren toegenomen tot een zorgwekkend record van 2.710 kinderen in gesloten jeugdzorg in 2017. Dit is extra zorgelijk omdat een uithuisplaatsing juist de uiterste maatregel moet zijn.

Ook zijn er grote verschillen tussen de regelgeving en rechtswaarborgen voor kinderen die verblijven in een justitiële jeugdinrichting, een jeugd-GGZ-instelling of een gesloten jeugdhulpinstelling. Harmonisatie van deze regelgeving staat al jaren op de agenda, maar komt zeer traag van de grond.

Vooruitgang

Er lijkt verbetering te komen met de uitvoering van het Actieprogramma Zorg voor de Jeugd. In dit programma wordt gesteld dat kinderen en gezinnen betere toegang tot passende hulp moeten krijgen. Wij gaan de toezeggingen die hier zijn gedaan nauwlettend volgen.

En nu

Alle kinderen in Nederland moeten gelijke toegang hebben tot jeugdhulp en alle kinderen moeten de juiste, passende zorg krijgen.

Het aantal kinderen dat in een gesloten instelling zit moet worden teruggebracht.

Download dit hoofdstuk
Casus helpdesk

Geschikte hulp, waar ook in Nederland

Een hulpverlener van een instelling neemt contact op met de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children. Zij maakt zich zorgen om Debby van vijftien jaar. Zij verblijft op een gesloten plek in de instelling. Debby is voor haar eigen veiligheid gesloten geplaatst, omdat zij slachtoffer is van een loverboy en zij bedreigd wordt door een familielid.

De hulpverlener en Debby gaan op zoek naar een geschikte plek waar haar specialistische hulp geboden kan worden en waar zij veilig is. Dit opvanghuis bevindt zich in een andere gemeente aan de andere kant van het land. Het probleem is dat de gemeente die verantwoordelijk is voor de hulp aan Debby de hulp in dit opvanghuis niet heeft ingekocht en ook niet van plan is om dit voor haar te gaan doen. Hierdoor moet Debby nog een half jaar in de gesloten instelling zitten zonder dat zij de juiste hulp krijgt.

UNICEF Nederland en Defence for Children vinden dat alle kinderen gelijke toegang tot jeugdhulp moeten hebben, ongeacht de gemeente waarin zij wonen.

  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland

Kinderrechten & uitbuiting

24%

meer verdwijningen van minderjarigen uit de vreemdelingenopvang

54%

meer meldingen van online beeldmateriaal kindermisbruik

Zorgen

Uitbuiting van kinderen is een ernstige schending van hun rechten. De precieze omvang hiervan is niet bekend, maar er zijn op verschillende vlakken zorgelijke signalen.

Het aantal meldingen van kinderporno is sinds 2012 met 800 procent gestegen. Ondanks deze stijging is er geen rechercheur bij gekomen.

In 2017 zijn 360 alleenreizende minderjarige asielzoekers uit de opvang verdwenen, met onbekende bestemming. Dat is veel en veel meer dan ooit. Deze jongeren moeten overleven in de illegaliteit en zijn daarom kwetsbaar om in een uitbuitingssituatie terecht te komen.

Vooruitgang

De belangrijkste vooruitgang is de toezegging van het ministerie van Justitie en Veiligheid – na jaren aandringen door Defence for Children en UNICEF Nederland – dat onderzocht gaat worden hoe de verblijfsregeling voor minderjarige slachtoffers mensenhandel kindvriendelijker kan worden gemaakt.

Positief is dat het ministerie van Justitie en Veiligheid met website-aanbieders spreekt om door de politie gesignaleerde advertenties van minderjarige prostituees snel van websites te verwijderen.

En nu

Onderzocht moet worden hoe verdwijningen van minderjarige asielzoekers kunnen worden voorkomen.

Er moet goede samenwerking zijn tussen de politie, jeugdbeschermers en andere landen van doorreis en bestemming om verdwenen jongeren terug te vinden. De aanpak van criminele uitbuiting van kinderen moet in alle regio’s aandacht krijgen bij politie en hulpverlening.

Er is meer capaciteit nodig voor het opsporen en verwijderen van kinderporno op internet. Online adverteerders van prostituees moeten worden verplicht advertenties van minderjarigen uit te sluiten. Onderzoek is nodig of zij strafbaar zijn. Het is belangrijk dat middelbare scholen hun leerlingen meer voorlichting geven over internetveiligheid.

Download dit hoofdstuk
Casus helpdesk

Zorgen om zwanger meisje

Een jeugdbeschermer meldt begin 2018 dat een groep Roemeense jongemannen in Rotterdam is aangehouden wegens winkeldiefstal. Er is ook een 14-jarig meisje bij. Aan de Raad voor de Kinderbescherming heeft het meisje verteld dat ze naar Nederland is gekomen om te werken. Wat dit werken precies inhoudt, kan zij niet zeggen. Er zijn zorgen om dit meisje, dat om onduidelijke redenen met deze groep mannen naar Nederland is gekomen. Ze ziet bleek en blijkt al vier maanden zwanger te zijn.

Het meisje wordt in een jeugdzorginstelling geplaatst. De moeder van het meisje is in Roemenië. Zij wil graag dat het meisje samen met haar oom, een van de aangehouden mannen, terugkomt. De jeugdbeschermer gaat hiermee niet akkoord. Moeder moet zelf komen om het meisje op te halen. Na drie dagen komt de oom van het meisje weer vrij. Diezelfde avond verdwijnt het meisje uit de instelling. Defencefor Children adviseert de Roemeense kinderbescherming op de hoogte te brengen, zodat zij kunnen nagaan of het meisje veilig is teruggekeerd en welke hulp het meisje nodig heeft.

  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland

Kinderrechten & kindermishandeling

2.206

OM-afdoeningen in zaken over mishandeling en seksueel misbruik

820

geregistreerde misdrijven ontucht met minderjarigen

Zorgen

Jaarlijks zijn naar schatting 119.000 kinderen in Nederland slachtoffer van kindermishandeling. Om deze kinderen hulp te kunnen bieden is voldoende capaciteit en kwaliteit nodig bij de hulpverlenende instanties, en die is er nu onvoldoende. Mishandelde kinderen staan nu lang op wachtlijsten en krijgen onvoldoende passende hulp.

Als gevolg van de decentralisatie van het jeugdbeleid zijn mishandelde kinderen afhankelijk van wat gemeenten wel of niet voor hen (kunnen) doen. Dit is zorgelijk, omdat het bij de preventie en aanpak van kindermishandeling niet uit mag maken of je als kind in gemeente X of in gemeente Y woont.

Vooruitgang

De overheid besteedde de afgelopen jaren vooral aandacht aan het verhogen van de signaleringskans, waardoor meer slachtoffers van kindermishandeling in beeld komen. Dat is een positieve ontwikkeling. Bovendien heeft de minister de aanpak van kindermishandeling aangemerkt als een absolute prioriteit. Voor minderjarige slachtoffers is er nieuwe regelgeving die hen beter beschermd tijdens een strafproces.

En nu

Er is behoefte aan meer landelijke sturing, meer capaciteit en een betere kwaliteit van de zorg, zodat kinderen overal in Nederland tijdig op goede zorg kunnen rekenen en de veiligheid van deze kinderen ook op de lange termijn gewaarborgd is.

Centraal aangestuurde dataverzameling en beleidsinformatie zijn nodig om de aanpak van kindermishandeling te monitoren en verbeteren.

Specialistische kennis omtrent kindermishandeling is nodig in de sociale wijkteams en in de centra voor jeugd en gezin.

Kinderen en jongeren moeten meer betrokken worden bij de aanpak van kindermishandeling. Overleg met de kinderen zelf moet standaard onderdeel uitmaken van hulp.

Alle minderjarige slachtoffers die deelnemen aan een strafproces moeten op kindvriendelijke wijze worden verhoord en hun privacy moet beter worden beschermd.

Download dit hoofdstuk
Casus helpdesk

Minderjarig slachtoffer seksueel misbruik onnodig vaak verhoord

Verhoord worden in een strafrechtelijke procedure over seksueel misbruik is zeer ingrijpend voor en kind. Een moeder belt de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children. Haar dochter van tien is slachtoffer van seksueel misbruik en moet daarover getuigen in een strafproces.

Moeder is bezorgd over het welzijn van haar kind, omdat de advocaat van de verdachte haar dochter in hoger beroep opnieuw wil verhoren. Dit terwijl er audiovisuele opnames zijn van het eerste verhoor dat is afgenomen in een kindvriendelijke verhoorstudio door een gespecialiseerde verhoorder. De advocaat kan deze opnames bekijken. Moeder wil haar kind niet onnodig opnieuw belasten met een verhoor.

Defence for Children schrijft een kinderrechtenrapportage over deze zaak waarin zij benadrukt dat het belang van het kind een eerste overweging moet zijn, en dat zeer terughoudend omgegaan moet worden met het herhaald verhoren van minderjarige slachtoffers van seksueel misbruik. De advocaat

van de verdachte zal goed moeten motiveren wat de toegevoegde waarde is van een nieuw verhoor en waarom het bekijken van de audiovisuele beelden niet toereikend is.

Defence for Children ziet op basis van de beschikbare stukken onvoldoende reden om het meisje nogmaals te verhoren. Het Gerechtshof komt tot eenzelfde conclusie in deze zaak en bepaalt dat het meisje niet opnieuw verhoord zal worden. Deze casus illustreert dat de positie van minderjarige slachtoffers in het strafproces voor verbetering vatbaar is.

  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland

Kinderrechten & jeugdstrafrecht

26%

daling van het aantal inverzekeringstellingen minderjarigen

30.369

minderjarigen zijn ooit opgenomen in de DNA-databank voor Strafzaken

Zorgen

De rechtspositie van kinderen in het jeugdstrafrecht blijft een zorg: deze is met name tijdens de eerste dagen van het strafproces te weinig kindgericht. Er verblijven teveel kinderen in de politiecel en niet alle minderjarige verdachten krijgen een gratis advocaat. Er worden nog steeds 12- en 13-jarigen opgesloten in justitiële jeugdinrichtingen en 16- en 17-jarigen kunnen worden berecht via het volwassenstrafrecht.

Er staan te veel mensen geregistreerd in de DNA-databank voor Strafzaken als gevolg van een strafbaar feit uit hun jeugd.

De aansluiting op jeugdhulpinterventies schiet te kort. Kinderen die een alternatieve straf opgelegd krijgen moeten soms lang wachten om deze te kunnen uitvoeren vanwege tekorten bij jeugdhulp.

Herstelrecht, zoals mediation in strafzaken en herstelconferenties, is niet voor alle minderjarigen toegankelijk.

Vooruitgang

Het aantal kinderen dat in verzekering is gesteld door de politie en in een politiecel verblijft, is voor het eerst sinds jaren flink afgenomen, van ruim 7000 in 2016 naar iets meer dan 5000 in 2017. Het aantal politieverhoren neemt al jaren af, net als het aantal kinderen dat in een justitiële jeugdinrichting is opgesloten. Dit is een halvering ten opzichte van vijf jaar geleden.

Er worden nieuwe vormen en alternatieven voor vrijheidsbeneming ontwikkeld, zodat minderjarigen zo weinig mogelijk worden opgesloten en zij zich kunnen blijven ontwikkelen.

En nu

Er is veel meer aandacht nodig voor een kindgerichte aanpak tijdens de modernisering van het wetboek van Strafvordering en in de praktijk.

De minimumleeftijd voor strafrechtelijke aansprakelijkheid moet omhoog. De leeftijd waarop kinderen voor een strafbaar feit kunnen worden vervolgd in Nederland ligt laag, namelijk op 12 jaar. Net als de RSJ vinden wij dat een verhoging naar tenminste 14 jaar wenselijk is.

De privacy van minderjarige verdachten en veroordeelden moet beter worden beschermd als het gaat om DNA-afname en het gebruik van justitiële gegevens als gevolg van jeugddelicten.

De voorbehouden van Nederland op het VN-Kinderrechtencomité moeten worden ingetrokken. zodat het niet meer mogelijk is om minderjarigen die verdacht worden van lichte delicten zonder advocaat te berechten en ook niet om 16- en 17-jarigen via het volwassenenstrafrecht te berechten.

Download dit hoofdstuk
Casus helpdesk

Het recht op een advocaat

De moeder van Toine (16) belt de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children. Haar zoon is aangehouden voor het medeplegen van een winkeldiefstal. Hij mocht eerst naar huis en is pas een dag later door de politie verhoord. Zijn vriend Paul, die op heterdaad is aangehouden en op het politiebureau moest blijven, is nog dezelfde avond verhoord. Hij had een piket- advocaat die de zaak vooraf met hem besprak en hem tijdens het verhoor bijstond. Aan Toine, die een dag later toch nog naar het politiebureau moest komen voor verhoor, is verteld dat hij een advocaat mag meenemen, maar dat hij of zijn ouders die zelf moeten betalen. Zijn moeder wil dat niet. Zij werkt, maar houdt nauwelijks geld over en wil geen geld uitgeven aan een advocaat. Ze gaat zelf mee naar het politieverhoor.

Toine gaat akkoord met een Halt-afdoening. Hij zegt achteraf dat hij wel een beetje onder druk is gezet. Hij wilde dat het snel voorbij was en wilde niet naar de rechter, maar eigenlijk had hij er niet zoveel mee te maken. Hij was inderdaad samen met zijn vriend Paul in de winkel, maar het was niet zijn idee om de spullen mee te nemen en hij had zelf niks gestolen.

Volgens de nieuwe EU-richtlijn EU 2016/800 hebben minderjarige verdachten van een strafbaar feit voorafgaand en tijdens het politieverhoor recht op een advocaat en kunnen zij daarvan geen afstand doen. Wij vinden het belangrijk dat alle minderjarige verdachten die door de politie, officier van justitie of rechter worden gehoord op gelijke wijze toegang krijgen tot een gratis (piket)advocaat.

  • Kinderrechten & migratie
  • Kinderrechten & jeugdhulp
  • Kinderrechten & uitbuiting
  • Kinderrechten & kindermishandeling
  • Kinderrechten & jeugdstrafrecht
  • Kinderrechten & Caribisch Nederland

Kinderrechten & Caribisch Nederland

Zorgen

Terwijl het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland voor de regering prioriteit is, zijn er geen cijfers beschikbaar over jeugdhulp, kindermishandeling en jeugdreclassering.

Ook op het terrein van migratie en uitbuiting is geen specifieke data over kinderen beschikbaar. Daardoor is de ernst van de situatie onvoldoende in beeld en monitoring niet mogelijk.

Kinderen in Caribisch Nederland worden al langere tijd disproportioneel getroffen door armoede. Zij krijgen te weinig eten en er is geen geld voor goede kleding. Ook lopen zij een groter risico op verwaarlozing of huiselijk geweld.

Vooruitgang

Beleidsmatig zijn belangrijke stappen gezet voor de kinderen op de BES-eilanden, zoals de aankondiging van het invoeren van jeugdstrafrecht en het sluiten van een bestuursakkoord huiselijk geweld en kindermishandeling. Voor de uitvoering van het akkoord is voor de komende jaren 4,5 miljoen euro ter beschikking gesteld.

De kwaliteit van jeugdzorg en jeugdvoogdij op Bonaire is volgens de inspectie Jeugdzorg verbeterd, al zijn er nog zorgpunten rond de pleegzorg en de wachtlijsten. Er vinden gesprekken plaats over verbeteringen hierin.

En nu

Het ontwikkelen van een dataregistratiesysteem om het welzijn van kinderen in Caribisch Nederland te monitoren moet hoog op de agenda van de Nederlandse regering worden gezet.

Nu de plannen gericht op het verbeteren van de bescherming van kinderen klaar zijn, is het tijd om deze ook daadwerkelijk te gaan uitvoeren. Daarvoor is ondersteuning vanuit de Nederlandse overheid hard nodig.

Onderzocht moet worden of kinderen op de vlucht voldoende bescherming krijgen. Het bestaansminimum voor Caribisch Nederland moet zo snel mogelijk worden vastgesteld, zodat het niveau van de uitkeringen herzien kan worden.

Aandacht voor de bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel voor Caribisch Nederland blijft noodzakelijk. Professionals hebben training nodig in het herkennen van minderjarige slachtoffers van uitbuiting.

Download dit hoofdstuk