Micha jongerenvertegenwoordiger Kinderrechtencollectief

Maak kennis met jongerenvertegenwoordiger Micha

Micha (17) is dit jaar, naast Liv, een van de twee nieuwe jongerenvertegenwoordigers van het Kinderrechtencollectief. Voor het eerst gaat deze rol naar twee jongeren tegelijk. Hij zit op het gymnasium in Den Haag, maakt op zowat elk instrument muziek en ontdekte op zijn twaalfde dat kinderen eigen rechten hebben. Die ontdekking liet hem niet meer los. 

‘Mijn grootste passie is muziek maken: ik zing, acteer, speel mee in schoolmusicals en speel basgitaar, hoorn, trompet en piano. Samen of alleen. Dat is echt mijn uitlaatklep. Het liefst leer ik elke keer een nieuw instrument. Huiswerk schiet er nog wel eens bij in, maar zolang de cijfers goed blijven hoeft dat ook niet. Zo hou ik veel tijd over voor muziek, maar ook voor dingen die ik belangrijk vind voor de maatschappij, zoals kinderrechten.’ 

Van mailtje naar missie 

‘Voor mijn twaalfde wist ik niet dat kinderen eigen rechten hadden. Op school kreeg ik een mailtje: ze zochten leden voor de Haagse Kinderredactie, waar kinderen leren wat hun rechten zijn. Daar heb ik onder andere hoogleraar kinderrechten Ton Liefaard geïnterviewd. Hij vertelde dat het recht op cultuurparticipatie een kinderrecht is. Dat vond ik zó bijzonder dat ik er meer over wilde weten.

Ik zag filmpjes van professor Erik Scherder, die helder uitlegt wat het maken en beleven van muziek doet met je brein en je ontwikkeling. Toen viel bij mij het kwartje: ik begreep ineens wáárom cultuurparticipatie een kinderrecht is. Dat vind ik nog steeds heel bijzonder. Denk maar aan het verschil tussen een kind dat opgroeit met een moeder die voor hem zingt en een kind dat in een oorlogsgebied bommen om zich heen hoort. In elk kinderrecht, ontdekte ik toen, zit zo’n enorm verhaal. En dat was, zonder dat ik het wist, het begin van mijn missie.’ 

De juiste plek gevonden 

‘De Kinderredactie bleek nog maar het begin. Ik heb ook bij de Kinder- en Jongerenrechtswinkel gewerkt, zat twee jaar in het UNICEF Jongerenpanel en ben het afgelopen jaar kinderburgemeester van Madurodam geweest. Bij het Kinderrechtencollectief ben ik terechtgekomen via mijn begeleider bij UNICEF, die zei: is dit niet iets voor jou? Toen ben ik me erin gaan verdiepen en dacht ik meteen: dit is een hele mooie organisatie.

Wat me vooral treft, is hoe alle leden echt aan elkaar gekoppeld zijn en allemaal voor hetzelfde doel gaan, maar elk op hun eigen manier. Als jongerenvertegenwoordiger is het mijn taak om de meningen en verhalen van kinderen uit Nederland te laten horen.’

Muziek raakt meer dan je denkt 

‘Binnen het recht op spel en vrije tijd ligt mijn focus op cultuurparticipatie, omdat dat me persoonlijk het meeste raakt. Wat ik dit jaar vooral wil bereiken, is dat mensen zich ervan bewust worden dat muziek maken of met cultuur bezig zijn niet zomaar een hobby is, maar echt impact heeft op je leven.

Van baby’s die minder last hebben van darmkrampjes als hun moeder voor ze zingt tot een bejaarde op de intensive care die herstelt bij het horen van zijn favoriete muziek. Ik besef heel goed dat iets essentieels als een dak boven je hoofd en genoeg eten voorop staat. Maar het zou goed zijn als ook het kabinet leert om met nieuwe ogen te kijken.

Aan muziek wordt bij het bedenken van oplossingen bijna nooit gedacht, terwijl het mensen écht kan helpen, juist omdat het zoveel stress wegneemt. Het is een mooie, krachtige indirecte oplossing. Bij de Kinderredactie kwamen we erachter dat heel veel kinderen, maar ook volwassen, dit niet weten. Überhaupt niet dat ze rechten hebben. Daar wil ik me dit jaar echt voor inzetten.’ 

Twee stemmen, één missie 

‘Dat het Kinderrechtencollectief dit jaar voor het eerst met twee jongerenvertegenwoordigers werkt, vind ik geweldig. Liv woont in Roosendaal, ik in Den Haag. Verder zijn we heel verschillend, maar dat wordt juist onze kracht. Ik ben er heel blij mee dat ik iemand anders heb met wie ik dingen kan bespreken. Mensen die niet hetzelfde zijn, kunnen elkaar juist aanvullen én versterken.

Samen willen we vooral dat de stem van kinderen echt wordt gehoord en daarvoor hoeven we niet groots te scoren. Als ik met de input van één iemand buiten mijn eigen vriendengroep echt iets kan veranderen, ben ik al tevreden. En als ik een aantal kinderen iets heb geleerd over hun rechten of mensen iets over het effect van muziek, ben ik dat ook.

Wat ik hierna wil gaan doen? Misschien de politiek in, misschien word ik journalist, bioloog, dokter of dirigent. Ik weet het nog niet. Maar dat hoeft ook niet. Met mijn liefde voor muziek en de overtuiging dat achter elk kinderrecht een verhaal schuilt, heb ik dit jaar meer dan genoeg om me vol overgave voor in te zetten.’