Het onderzoeksrapport Kinderen in nood: Over het normaliseren van onveiligheid voor kinderen in de asielnoodopvang van de Onderzoeksraad voor Veiligheid laat zien dat duizenden kinderen langdurig opgroeien in asielnoodopvang die niet geschikt is voor lang verblijf. Op 1 juli 2025 verbleven ongeveer 6.900 van de 17.000 kinderen in de asielopvang – ruim 40 procent – in een noodopvanglocatie.
Een opeenstapeling van veiligheidsrisico’s
De Onderzoeksraad stelt zes risicogebieden vast: huisvesting, privacy en autonomie, de sociale omgeving, persoonlijke ontwikkeling, medische zorg en stabiliteit. Kinderen leven in overvolle en ongeschikte woonruimten, hebben weinig privacy en missen veilige plekken om te rusten, spelen of huiswerk te maken. Ook lopen zij het risico om geweld en grensoverschrijdend gedrag mee te maken.
Daarnaast onderbreken de vele verhuizingen hun onderwijs en medische zorg. Kinderen moeten regelmatig meer dan vijf keer verhuizen, met uitschieters tot tien keer. Deze problemen komen vaak tegelijkertijd voor en versterken elkaar. Volgens de Onderzoeksraad vergroot langdurige blootstelling aan deze veiligheidstekorten het risico op ontwikkelingsschade.
De Onderzoeksraad concludeert bovendien dat de omstandigheden in de noodopvang niet voldoen aan de waarborgen uit het VN-Kinderrechtenverdrag. Ieder kind heeft recht op een veilige omgeving waarin het kan opgroeien en zich kan ontwikkelen.
Noodopvang mag geen normale opvang worden
De onveiligheid is volgens de Onderzoeksraad geen onvermijdelijk gevolg van een tijdelijke crisis. Noodopvang wordt inmiddels structureel ingezet voor een structureel tekort aan opvangplekken.
Sinds 2021 worden locaties gebruikt die niet bedoeld zijn voor langdurige opvang, zoals kantoren, schepen, evenementhallen en tijdelijke containerwoningen. In juli 2025 telde Nederland 278 noodopvanglocaties tegenover 124 reguliere opvanglocaties.
Wat als tijdelijke noodoplossing begon, is daarmee voor duizenden kinderen een langdurige werkelijkheid geworden. De Onderzoeksraad roept de overheid op deze ‘crisislogica’ los te laten en te investeren in een duurzaam en veilig opvangsysteem.
Zorgen zijn niet nieuw
De bevindingen van de Onderzoeksraad sluiten aan bij eerdere signalen van het Kinderrechtencollectief. In 2024 waarschuwde het collectief dat het aantal kinderen in de noodopvang in één jaar met 65 procent was gestegen en dat toegang tot onderwijs, medische zorg en stabiliteit te veel afhankelijk was van de plek waar kinderen werden opgevangen. Ook in augustus 2026 waarschuwde het Kinderrechtencollectief opnieuw dat de jeugdgezondheidszorg voor bijna 20.000 kinderen in de asielopvang onder druk staat.
Het VN-Kinderrechtencomité riep Nederland eerder op kinderen en hun gezinnen uit noodopvanglocaties te halen en te investeren in voldoende kindvriendelijke opvang. Ook benadrukt het Comité dat het belang van het kind een eerste overweging moet zijn bij beslissingen over asielzoekende kinderen.
Het nieuwe onderzoek benadrukt hoe belangrijk het is om kinderrechten daadwerkelijk als uitgangspunt te nemen. Kinderen moeten bovendien worden betrokken bij beslissingen die hen raken. Hun mening moet daarbij serieus worden genomen.
Veiligheid moet binnen zes maanden verbeteren
De Onderzoeksraad roept het kabinet op de veiligheid van kinderen in de noodopvang snel te herstellen. De minister van Asiel en Migratie moet de veiligheid binnen zes maanden verbeteren en deze verbeteringen bestendigen. Zo moet op alle noodopvanglocaties in kaart worden gebracht welke veiligheidsrisico’s kinderen lopen, moet er een harde maximale verblijfsduur komen en moeten bindende kwaliteits- en veiligheidseisen worden opgesteld en gehandhaafd.
Ook moeten besluiten over noodopvang aantoonbaar worden genomen vanuit de belangen en veiligheid van kinderen. Kinderen moeten daarbij worden betrokken, in lijn met de uitgangspunten van een Kinderrechtentoets.
Het Kinderrechtencollectief benadrukt dat de rechten en belangen van kinderen leidend moeten zijn bij de inrichting van de asielopvang. Kinderen hebben recht op een veilige en stabiele omgeving waarin zij zich kunnen ontwikkelen, toegang hebben tot onderwijs en zorg en worden gehoord bij beslissingen die hen raken. Dat geldt voor ieder kind in Nederland, ongeacht verblijfsstatus. Noodopvang mag daarom geen structurele oplossing worden.
Lees meer
Rapport Kinderen in nood van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.



