Kinderen die te maken hebben met geweld en onveiligheid worden onvoldoende gehoord.
Dat blijkt uit de nieuwe Kinderrechtenmonitor Kinderrechten in Beweging die
het Kinderrechtencollectief vandaag publiceert. Voorafgaand aan het rondetafelgesprek
Kindermishandeling plaatst het Kinderrechtencollectief daarom vandaag om 12.30 uur drie pilaren
voor de Tweede Kamer. Op elke pilaar staat een object dat het geweld en de verwaarlozing
symboliseert die Milan, Aisha en Mike dagelijks meemaken. Voorbijgangers en politici kunnen via een
koptelefoon aan de pilaren luisteren naar het verhaal van deze kinderen. Maar wie luistert, hoort
alleen wat een ouder, een leraar en een hulpverlener over het kind vertellen. De stem van het kind
zelf ontbreekt.
“Met onze actie vragen wij aandacht voor het schrijnende feit dat een brede groep kinderen zelf niet
wordt gehoord als zij te maken hebben met geweld en onveiligheid. Dat kan thuis zijn maar ook in pleegzorg of in jeugdinstellingen. Een kind dat niet wordt gehoord,
kan niet worden beschermd”, zegt Marc Dullaert, voorzitter van het Kinderrechtencollectief dat aan
het VN-Kinderrechtencomité rapporteert over de naleving van kinderrechten in Nederland.
“Het VN-Kinderrechtencomité verzocht Nederland al vier jaar geleden uitvoering te geven aan het
recht van kinderen om beschermd én gehoord te worden. Toch blijkt uit onze monitor dat dit nog
steeds niet structureel gebeurt. Dat vinden wij moeilijk te accepteren. Hoe kun je een kind
beschermen als je niet weet wat het zelf meemaakt, wat het nodig heeft en wat het graag anders zou
zien?”
Wetsvoorstel Kind Eerst en noodkreet Veilig Thuis
De noodzaak van het recente wetsvoorstel Kind Eerst en de recente uitspraak van Veilig Thuis dat ze
het werk niet meer aankunnen, wijzen op een falend beschermingssysteem. Zowel het wettelijk
waarborgen als het werken aan veiligheid vergt veel meer aandacht voor de betrokken kinderen. Waar
de wet Kind Eerst een oplossing moet bieden bij ernstige signalen van kindermishandeling, maakt het
Kinderrechtencollectief duidelijk dat het probleem nog veel breder is. Ook in de jeugdbescherming,
pleegzorg en hulpverlening door wijkteams moet vaker en beter gesproken worden met alle kinderen
die onveiligheid meemaken.
“Wij zijn blij dat er nu sinds twee weken een initiatiefwetsvoorstel ligt dat bij ernstige signalen van
kindermishandeling wil starten met het goed horen en onderzoeken van het kind”, zegt Marc Dullaert.
“Maar laten we nu vooral doorpakken en alle kinderen die geweld meemaken horen. Je wilt
voorkomen dat geweld verergert of zich herhaalt en dat moet je toch echt met kinderen zelf
bespreken.”
Overheid heeft geen zicht op omvang probleem
Uit de nieuwe Kinderrechtenmonitor blijkt dat de overheid onvoldoende zicht heeft op hoeveel
kinderen in Nederland opgroeien in een onveilige situatie. De meest recente landelijke cijfers zijn
inmiddels bijna tien jaar oud. Volgens cijfers uit 2017 groeien jaarlijks minimaal tussen 90.000 tot
127.000 kinderen op in situaties van mishandeling, verwaarlozing of huiselijk geweld. Dat is ongeveer
3 procent van alle kinderen in Nederland. Maar deze cijfers hebben alleen betrekking op kinderen bij
wie professionals ernstige vermoedens van kindermishandeling rapporteren. Lang niet alle gevallen
van kindermishandeling worden gesignaleerd. Omdat actuele landelijke cijfers ontbreken, is het
werkelijke aantal naar verwachting een stuk hoger.
Volgens onderzoek van de Kinderombudsman in 2025 blijkt dat 8 procent van de kinderen opgroeit in
een thuissituatie met structurele ruzies en geweld. Meer dan 80 procent van deze kinderen zegt zich
niet gehoord of gesteund te voelen door professionals en vaak ook niet door hun sociale omgeving.
Soms vertellen kinderen meerdere keren dat het niet goed gaat, zonder dat dit leidt tot voldoende
bescherming.
Luister naar kinderen
Het is een hardnekkig probleem dat niet alleen speelt bij kinderen die nog niet in beeld zijn, maar ook
bij kinderen die al bekend zijn bij jeugdhulp, jeugdbescherming of andere betrokken instanties. Het
hebben van een dossier of hulptraject betekent niet automatisch dat een kind daadwerkelijk wordt
gehoord, geloofd en beschermd.
“Thuis maak ik geweld mee. Ik wil mijn verhaal veilig kunnen vertellen en dat mensen naar me
luisteren en me serieus nemen”, zegt Mike (16 jaar), een van de jongeren van de actie in Den Haag
die de moed en het doorzettingsvermogen hebben om aan de bel te trekken. “En als er beslissingen
worden genomen over mij zonder dat iemand mij vraagt wat ik ervan vind, voel ik me niet veilig.”
Betekenisvol contact
Wie kinderen wil beschermen, moet volgens Dullaert niet alleen naar hen luisteren, maar er ook voor
zorgen dat professionals gedurende een hulp- of beschermingstraject doorlopend contact met hen
houden, ongeacht hun verblijfsplek, dus thuis, in pleegzorg en in jeugdinstellingen.
“Pas als we kinderen regelmatig spreken, van informatie voorzien en laten weten hoe hun
verhaal meegenomen wordt in het hele traject, is het contact betekenisvol. Dat kost nu eenmaal tijd
en aandacht. De overheid laat het aan de jeugdbeschermingsinstellingen zelf over om richtlijnen op te stellen, maar dat vindt het Kinderrechtencollectief te vrijblijvend. Juist in tijden van grote werkdruk staat
betekenisvol contact met kinderen als eerste onder druk. We willen dat de overheid nu met grote
spoed een wettelijke norm invoert om te zorgen dat doorlopend, betekenisvol contact tussen
professionals en kinderen normaal en verplicht wordt.”
Met de actie in Den Haag wil het Kinderrechtencollectief voorbijgangers en politici letterlijk laten
ervaren wat er gebeurt wanneer volwassenen wel over een kind praten, maar niet naar het kind zelf
luisteren.



