Verplichten van gezamenlijke zwemles mag ondanks religie

Op 10 januari 2017 bepaalde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat de Zwitserse autoriteiten geen ongeoorloofde inbreuk hebben gemaakt op godsdienstvrijheid door twee meisjes te verplichten gemengde schoolzwemlessen te volgen. Het Hof oordeelde dat het volgen van zwemlessen voor minderjarige islamitische kinderen van belang is voor integratie en om sociale uitsluiting te voorkomen.

Wat was er aan de hand?
De ouders van twee meisjes hebben er bezwaar tegen dat hun minderjarige dochters verplicht worden de gemengde schoolzwemlessen te volgen. Volgens de ouders verbiedt het islamitische geloof dat zij hun kinderen toestaan om deel te nemen aan gemengde zwemlessen. De ouders krijgen van de Zwitserse autoriteiten te horen dat er geen sprake is van schending van het recht op godsdienstvrijheid. Daarop stappen de ouders naar het EHRM.

Overweging van het EHRM
Het EHRM overweegt dat school een speciale rol speelt in het proces van maatschappelijke integratie, vooral wanneer het gaat om leerlingen van buitenlandse afkomst. De leerplicht is er omdat het van belang is voor de ontwikkeling van de kinderen dat zij onderwijs volgen. Een vrijstelling van bepaalde lessen – waaronder zwemles – kan alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden worden gerechtvaardigd. Hierbij moet rekening worden gehouden met de gelijke behandeling van alle religieuze groepen. Volgens het EHRM hebben kinderen om meerdere redenen belang aan het deelnemen aan de zwemlessen. Aan de ene kant is het meedoen van belang om te leren zwemmen en voor de lichaamsbeweging. Aan de andere kant is het ook van belang om deel te nemen aan activiteiten met andere leerlingen, zodat de minderjarigen niet uitgezonderd zouden worden op grond van hun religieuze of filosofische overtuigingen. Het EHRM neemt houdt daarbij rekening met het feit dat de kinderen een boerkini mochten dragen tijdens de zwemlessen en zich mochten omkleden zonder dat er jongens bij aanwezig zouden zijn.

Oordeel EHRM
Het EHRM oordeelt dat er geen schending is van het recht op vrijheid van geloof, zoals vastgelegd in art. 9 Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens. De Zwitserse autoriteiten hebben het belang van de kinderen op een succesvolle integratie door het volledige schoolprogramma te doorlopen, afgewogen tegen het belang van de ouders om een vrijstelling te krijgen van de gemengde zwemlessen. Volgens het EHRM zijn de Zwitserse autoriteiten niet te ver gegaan door het belang van de kinderen bij deze gemengde zwemlessen zwaarder te laten wegen, en ze dus te verplichten deze zwemlessen te volgen.

Klik hier voor de uitspraak van het EHRM van 10 januari 2017, nr. 29086/12 (Osmanoglu en Kocabas t. Zwitserland).