Liv (16) is dit jaar, naast Micha, een van de twee nieuwe jongerenvertegenwoordigers van het Kinderrechtencollectief. Voor het eerst gaat deze rol naar twee jongeren tegelijk. Liv woont in Roosendaal en zit in haar examenjaar. Ze zet zich in voor de Nationale Onderwijsraad, waar ze adviseert over inclusief onderwijs en het luisteren naar de stem van de leerling. Ook zat ze in de leerlingenraad van haar school. Waar Micha al ervaring heeft met soortgelijke rollen en gewend is aan de dynamiek van een grotere stad, brengt Liv vanuit een andere leefomgeving een eigen perspectief mee. Juist dat verschil is volgens haar een kracht.
‘Ik woon al mijn hele leven in Roosendaal. Ik ben nooit verhuisd. Dit jaar is mijn examenjaar en daarna weet ik nog niet precies wat ik ga doen. Ik denk mbo. Daarna hoop ik door te stromen naar hbo en uiteindelijk de universiteit, het liefst in Zweden. Ik heb daar hele goede vrienden, het is een geweldig land en het onderwijssysteem is er ook een tikkeltje beter. Ik zou graag politicologie willen studeren. Ik hou erg van lezen: van klassiekers tot politieke boeken. Daarnaast werk ik in de horeca en heb ik een tijd op een kinderboerderij gewerkt, want ik hou van dieren.’
Van huis uit meegekregen
‘Mijn ouders staan voor gelijkwaardigheid en komen op voor mensen die het minder hebben, of die net buiten het systeem vallen. Ik heb het dus van huis uit meegekregen. Er was niet één specifiek moment waarop het begon. Op de basisschool deed ik veel projecten over maatschappelijke onderwerpen en ik las er veel over. Ik zag al snel dat niet alles eerlijk is: een klasgenoot die met een boterham minder naar school komt, dat pik je als kind al op. In Roosendaal is best wel wat armoede en criminaliteit, maar omdat het zichtbaarder is, kunnen we er meer aan doen. In steden als Den Haag lijkt het zich meer te verschuilen. Dat geeft mij denk ik echt een ander inzicht.’
Leren dat je stem ertoe doet
‘Sinds een jaar zet ik me in voor de Nationale Jongerenonderwijsraad in Den Haag. Daar adviseer ik de Onderwijsraad, die op zijn beurt de Tweede Kamer adviseert, over inclusief onderwijs en over hoe je écht luistert naar de stem van de leerling. Eerder zat ik ook al samen met een vriend van mij aan het hoofd in de leerlingenraad van mijn school. Onze school had een tijd een niet zo’n leuke schoolleiding die niet naar kinderen luisterde. Het leek meer een soort business dan een school die om de kinderen draait. Wat ik daar zo leuk aan vond, was dat juist de kinderen van wie je het niet verwacht opeens hun mond opentrokken. Dat was echt supergaaf. Ik vind het niet alleen belangrijk om mijn eigen stem te laten horen, maar dus ook anderen te helpen hetzelfde te doen. Vrijheid van meningsuiting vind ik dan ook enorm belangrijk. Daarnaast vind ik het recht op onderwijs cruciaal, een goed dak boven je hoofd en ouders die van je houden. Dat is de basis voor elk kind.’
Elkaar aanvullen is elkaar versterken
‘Dat het Kinderrechtencollectief dit jaar voor het eerst met twee jongerenvertegenwoordigers werkt, vind ik heel mooi. Micha en ik zijn heel verschillend: hij komt uit de stad en heeft al veel ervaring, ik kom van buiten de Randstad en mijn ervaring ligt vooral bij het onderwijs en leerlingparticipatie. Maar juist daardoor kunnen we op elkaar rekenen. De ene keer kan de een iets, de andere keer de ander en we hebben allebei ons eigen bereik. Ik denk dat we heel veel van elkaar kunnen leren en samen ook meer kunnen bereiken.
Ik hoop veel mensen te ontmoeten, veel kinderen te spreken en vooral een ervaring rijker te worden. Er is niets specifieks waarvan ik nu al weet dat ik het per se wil leren. Tegen iedereen die zich geroepen voelt om op te komen voor kinderrechten, maar niet goed weet hoe, zou ik willen zeggen: als je een kans krijgt, neem die stap gewoon. Je moet een keer vallen en weer opstaan, anders kun je nooit verbeteren. Iemand vragen, iemand helpen in je omgeving is al een begin. Het hoeft niet meteen groots te zijn, een kleine stap kan iemands leven al echt veranderen.’




