De zorg voor bijna 20.000 kinderen in de asielopvang staat onder druk. Zes lokale kinderombudsmannen maken zich grote zorgen over de periode vanaf 1 oktober 2026. Het is nog niet duidelijk wie in de acht maanden daarna verantwoordelijk is voor de jeugdgezondheidszorg van deze kinderen. De kinderombudsmannen spreken daarom van een ‘ernstige schending van kinderrechten’.
Vanaf 1 oktober 2026 stopt het huidige contract voor de jeugdgezondheidszorg voor kinderen in de asielopvang. De nieuwe zorgaanbieder, een samenwerkingsverband van Arts en Zorg en GezondheidsZorg Asielzoekers (GZA), neemt de zorg volgens de huidige planning op 1 juni 2027 over. Maar wie in de tussenliggende acht maanden verantwoordelijk is voor de zorg, is volgens de zes kinderombudsmannen niet duidelijk. Zij roepen de verantwoordelijke ministers op om hier snel duidelijkheid over te geven en er samen met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) voor te zorgen dat kinderen geen zorg missen.
Juist deze kinderen hebben goede zorg nodig
Kinderen in de asielopvang hebben vaak veel meegemaakt. Ze kunnen te maken hebben met trauma, onzekerheid en veel verhuizingen. Juist voor deze kinderen is het belangrijk dat zorg niet zomaar wegvalt of wordt onderbroken.
De jeugdgezondheidszorg helpt bijvoorbeeld bij vaccinaties en het volgen van de gezondheid en ontwikkeling van kinderen. Ook kunnen problemen op tijd worden ontdekt, bijvoorbeeld als een kind lichamelijke of psychische klachten heeft. Als kinderen langere tijd geen toegang hebben tot deze zorg, kunnen gezondheidsproblemen worden gemist. Ook kunnen kinderen vaccinaties mislopen. Dat kan niet alleen gevolgen hebben voor individuele kinderen, maar ook voor de gezondheid van andere mensen.
Kinderrechten gelden voor ieder kind
Nederland heeft het VN-Kinderrechtenverdrag ondertekend. Daarin staat dat de rechten van kinderen gelden voor álle kinderen. Het maakt daarbij niet uit waar een kind vandaan komt of wat zijn of haar verblijfsstatus is. Dat is ook belangrijk bij de toegang tot gezondheidszorg. Artikel 24 van het Kinderrechtenverdrag geeft ieder kind recht op de best mogelijke gezondheid en op toegang tot gezondheidszorg. Daarnaast bepaalt artikel 2 dat kinderen niet mogen worden gediscrimineerd. En volgens artikel 3 moet het belang van het kind voorop staan bij besluiten die kinderen raken. Als de zorg voor sommige kinderen anders wordt georganiseerd, moet duidelijk zijn waarom er een verschil wordt gemaakt en mag dat verschil er niet toe leiden dat kinderen minder goed worden beschermd.
Waarom krijgen asielkinderen andere zorg?
Voor de meeste kinderen in Nederland zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdgezondheidszorg. De GGD speelt daarin een belangrijke rol. Voor kinderen in de asielopvang is dat anders geregeld. Daar is het COA verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van de zorg. De kinderombudsmannen vragen zich af waarom deze groep kinderen een apart systeem heeft en of daar een goede reden voor is. Daardoor is er straks namelijk ook een verschil in wie de zorg uitvoert. Gemeenten, GGD’en, scholen en andere organisaties werken al jarenlang samen rond kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Wanneer kinderen in de asielopvang straks buiten deze bestaande samenwerking vallen, bestaat het risico dat belangrijke contacten en kennis verloren gaan. Daarom stellen de kinderombudsmannen de vraag: waarom bouwen we een apart systeem voor ongeveer 20.000 kinderen, terwijl er al een publieke jeugdgezondheidszorg bestaat voor miljoenen andere kinderen?
Had vooraf naar de gevolgen voor kinderen moeten worden gekeken?
De kinderombudsmannen willen ook weten of vooraf is onderzocht wat de gevolgen van de nieuwe manier van organiseren zijn voor kinderen en hun rechten. Daarvoor kan een kinderrechtentoets worden gebruikt. Bij zo’n toets wordt vooraf gekeken: wat betekent een besluit voor kinderen? Welke kinderrechten kunnen hierdoor worden geraakt? En wat is nodig om die rechten goed te beschermen? Volgens de kinderombudsmannen is zo’n toets belangrijk omdat het besluit gevolgen heeft voor zo’n grote groep kinderen.
Kinderrechten moeten leidend zijn
De zorgen van de kinderombudsmannen gaan daarom niet alleen over een aanbesteding of over welke organisatie de zorg uitvoert. Het gaat om een fundamentelere vraag: blijven de rechten van deze kinderen voldoende beschermd?
De kinderombudsmannen vragen de ministers daarom om:
- Ervoor te zorgen dat kinderen ook tijdens de overgang goede en toegankelijke zorg krijgen;
- Alsnog te onderzoeken wat de gevolgen van de nieuwe aanpak zijn voor de rechten van kinderen;
- En te bekijken of de wet moet worden aangepast, zodat kinderen in de asielopvang niet structureel anders worden behandeld als het gaat om toegang tot publieke jeugdgezondheidszorg.
De boodschap van de kinderombudsmannen is duidelijk: bestuurlijke of organisatorische keuzes mogen er nooit toe leiden dat kinderen minder goed worden beschermd. Kinderrechten gelden voor alle kinderen, ook voor kinderen die in de asielopvang wonen.
De kinderombudsmannen van Amsterdam, Rotterdam-Rijnmond, Den Haag, Utrecht, Nijmegen en Groningen ondertekenden de gezamenlijke brief.



