Main content

Verdragstekst
Lid 1 De Staten die partij zijn, erkennen dat ieder kind het inherente recht op leven heeft.

Lid 2 De Staten die partij zijn, waarborgen in de ruimst mogelijke mate de mogelijkheden tot overleven en de ontwikkeling van het kind.

Kern
Ieder kind heeft het recht op leven en ontwikkeling.

Toelichting
Ieder kind heeft het recht om te leven en zich te ontwikkelen. Het Kinderrechtenverdrag geeft niet aan wanneer het recht op leven begint: bij de conceptie, de geboorte of ergens daar tussenin. Dat is aan de landen zelf om te bepalen. De overheid heeft daarnaast de plicht om een veilige omgeving te creëren waarin kinderen zich goed kunnen ontwikkelen en ongestoord kunnen opgroeien. Een omgeving zonder oorlog of armoede, waar genoeg te eten en drinken is, waar kinderen naar school kunnen en worden beschermd tegen mishandeling.

Klik hier voor een uitleg over General Comment nr. 7 over kinderrechten in de vroege kinderjaren.

Meer informatie: