Main content

Verdragstekst
Lid 1 Het kind heeft het recht op vrijheid van meningsuiting; dit recht omvat mede de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven, ongeacht landsgrenzen, hetzij mondeling, hetzij in geschreven of gedrukte vorm, in de vorm van kunst, of met behulp van andere media naar zijn of haar keuze.

Lid 2 De uitoefening van dit recht kan aan bepaalde beperkingen worden gebonden, doch alleen aan de beperkingen die bij de wet zijn voorzien en die nodig zijn:
a. voor de eerbiediging van de rechten of de goede naam van anderen; of
b. ter bescherming van de nationale veiligheid of van de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden.

Kern
Elk kind mag zijn mening vrij uiten en moet toegang hebben tot informatie die hem kan helpen zijn mening te vormen.

Toelichting
Kinderen hebben recht op vrijheid van meningsuiting. Dit houdt in dat ze ook de vrijheid hebben om informatie en ideeën te verzamelen en te verspreiden. Daarbij moeten ze wel altijd rekening houden met de rechten van anderen. Daar waar het uiten van een mening of het verspreiden van specifieke informatie anderen schade kan toebrengen, kan dit recht ingeperkt worden. Dit kan alleen als er sprake is van wettelijke overtredingen en misstanden. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed en zeer belangrijk in een democratie. Het simpele feit dat een mening afwijkt van ‘de norm’ is geen reden om de uiting daarvan te verbieden. De vrijheid van meningsuiting betekent ook dat je vrij mag uitkomen voor je geloofsovertuiging, je politieke voorkeur, je seksuele geaardheid of je culturele achtergrond. En het strekt zich uit naar de verschillende uitingsvormen, zoals in gesproken of geschreven taal, in beeldende kunst of via andere media.

Meer informatie: