Verdragstekst
De Staten die partij zijn, erkennen de belangrijke functie van de massamedia en waarborgen dat het kind toegang heeft tot informatie en materiaal uit een verscheidenheid van nationale en internationale bronnen, in het bijzonder informatie en materiaal gericht op het bevorderen van zijn of haar sociale, psychische en morele welzijn en zijn of haar lichamelijke en geestelijke gezondheid. Hiertoe dienen de Staten die partij zijn:
a. de massamedia aan te moedigen informatie en materiaal te verspreiden die tot sociaal en cultureel nut zijn voor het kind en in overeenstemming zijn met de strekking van artikel 29;
b. internationale samenwerking aan te moedigen bij de vervaardiging, uitwisseling en verspreiding van dergelijke informatie en materiaal uit een verscheidenheid van culturele, nationale en internationale bronnen;
c. de vervaardiging en verspreiding van kinderboeken aan te moedigen;
d. de massamedia aan te moedigen in het bijzonder rekening te houden met de behoeften op het gebied van de taal van het kind dat tot een minderheid of tot de oorspronkelijke bevolking behoort;
e. de ontwikkeling aan te moedigen van passende richtlijnen voor de bescherming van het kind tegen informatie en materiaal die schadelijk zijn voor zijn of haar welzijn, indachtig de bepalingen van de artikelen 13 en 18.

Kern
Kinderen hebben recht op informatie uit verschillende bronnen, met name informatie bedoeld om het welzijn, de gezondheid en de ontwikkeling van het kind te bevorderen.

Toelichting
Kinderen hebben recht op informatie die begrijpelijk voor ze is en die hun welzijn, gezondheid en ontwikkeling bevordert. Het is belangrijk dat kinderen informatie krijgen over allerlei zaken. Zoals welke rechten zij hebben en over nieuwe ervaringen die ze tegemoet gaan. Ook moet duidelijk zijn voor kinderen en jongeren  waar ze betrouwbare informatie kunnen vinden over allerlei onderwerpen die hen aangaan. Denk aan informatie over ouders, opvoeding, vriendschappen, verliefdheid, seks en drugs. Kinderen moeten informatie krijgen over regels en omgangsvormen in het verkeer voordat ze zelf naar school gaan fietsen. Meisjes moeten informatie krijgen en voorbereid worden op hun eerste menstruatie, zodat ze daardoor niet overvallen worden. En voordat jongeren aan seks beginnen, moeten ze leren over intimiteit, zwangerschap, geslachtsziektes en voorbehoedsmiddelen. Maar ook informatie over de wereld waarin zij leven is belangrijk. Het Jeugdjournaal is een voorbeeld van een medium via welke jongeren informatie over Nederland en de rest van de wereld kunnen krijgen, die voor hen begrijpelijk is gemaakt en is afgestemd op hun behoeften.

De overheid moet de productie en verspreiding van belangrijke informatie voor kinderen stimuleren. Tegelijkertijd moet de overheid er ook voor zorgen dat kinderen beschermd wordt tegen informatie, waaronder ook beeld- of geluidsmateriaal, die schadelijk voor ze is. Zo is er bijvoorbeeld in Nederland een organisatie als Kijkwijzer, die ouders en andere opvoeders waarschuwt tot welke leeftijd een televisieprogramma of film schadelijk kan zijn voor kinderen.
Het recht op informatie hangt sterk samen met het recht op een eigen mening (artikel 12) en het recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 13). Want om een mening te kunnen vormen hebben kinderen begrijpelijke informatie nodig.
Belangrijk is tenslotte dat de overheid ervoor zorgt dat de informatie voor kinderen niet alleen begrijpelijk is voor kinderen die tot de culturele en taalkundige meerderheid van het land behoort, maar dat deze informatie ook toegankelijk gemaakt wordt voor kinderen uit minderheidsgroepen of met een andere culturele achtergrond.

Meer informatie: