Verdragstekst
Lid 1 De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven.

Lid 2 De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind volledig deel te nemen aan het culturele en artistieke leven, bevorderen de verwezenlijking van dit recht, en stimuleren het bieden van passende en voor ieder gelijke kansen op culturele, artistieke en recreatieve bezigheden en vrijetijdsbesteding.

Kern

Kinderen hebben recht op vrije tijd, spelen en meedoen aan culturele of artistieke activiteiten.

Toelichting

Spelen, sporten en creatieve activiteiten zijn belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Alle kinderen moeten daarom de tijd en de ruimte krijgen om te spelen. Ze hebben recht op ontspanning en om deel te nemen aan sportieve, culturele en artistieke activiteiten. De overheid moet ervoor zorgen dat ieder kind hierin gelijke kansen heeft en moet recreatieve, artistieke en culturele voorzieningen voor kinderen bevorderen. Er moeten voldoende veilige speelplekken zijn in de wijk of buurt. En een variëteit in aanbod: zowel speelvoorzieningen voor jonge kinderen als ontmoetingsplekken voor tieners. Ook kinderen met een handicap moeten mee kunnen doen. En voorzieningen dienen zowel voor kinderen uit welgestelde gezinnen als voor kinderen uit arme gezinnen toegankelijk te zijn.

Klik hier voor een uitleg van General Comment nr. 17 over het recht op vrijetijdsbesteding.

Meer informatie: